GETROFFEN DOOR DE BLIKSEM
DOOD, OORDEEL, BEKERING
Op 5 mei 1995 werd
Gloria Polo door de bliksem getroffen en stierf zij. Gloria was op weg naar de
hel, maar God gaf haar vlak vóór haar persoonlijk oordeel nog een kans om terug
te keren naar het aardse leven.
— Padre Peregrino, 10 juli 2026
Op 5 mei 1995 werd Gloria Polo, tandarts en moeder, vlak buiten de Universiteit van Bogotá in Colombia door de bliksem getroffen. Korte tijd later overleed zij op de afdeling traumazorg. Zij verscheen voor God en haar bestemming zou de hel zijn geweest. Maar vóór haar persoonlijk oordeel gaf God haar nog een kans. Wat volgt is het getuigenis dat zij, met de goedkeuring van verschillende Zuid-Amerikaanse bisschoppen, aan miljoenen Zuid-Amerikanen heeft gegeven.
Tijdens het lezen van dit tamelijk lange, maar zeer waardevolle getuigenis zult u begrijpen waarom God haar deze tweede kans heeft geschonken.
Hier volgt het bekeringsverhaal van Gloria Polo, vertaald uit het Italiaans door pater Orlando, oorspronkelijk gepubliceerd door pater Joseph Dwight, voor het Engels stilistisch bijgewerkt door pater David Nix en door de blogger vertaald voor de Nederlandstalige lezers.
Vanaf hier volgen uitsluitend de woorden van Gloria Polo zelf, helemaal tot aan het einde van dit artikel:
* * *
Goedemorgen, broeders. Het is voor mij een grote vreugde hier te mogen zijn om met u dit prachtige geschenk te delen dat de Heer mij heeft gegeven.
Wat ik u nu ga vertellen, gebeurde op 5 mei 1995 aan de Nationale Universiteit van Bogotá, omstreeks half vijf in de namiddag.
Ik ben tandarts. Mijn drieëntwintigjarige neef, die eveneens tandarts is, en ik volgden een specialisatieopleiding. Die dag, een vrijdag, liepen wij omstreeks half vijf samen met mijn echtgenoot naar de faculteit Tandheelkunde om enkele boeken te halen die wij nodig hadden. Mijn neef en ik liepen onder een kleine paraplu, terwijl mijn man een regenjas droeg en dicht langs de muur van de Centrale Bibliotheek liep om beter beschut te zijn tegen de regen. Mijn neef en ik sprongen van de ene kant naar de andere om de plassen te vermijden, terwijl wij dicht bij de bomen bleven. Toen wij over een vrij grote plas sprongen, werden wij getroffen door een bliksemschicht die ons beiden verkoolde.
Mijn neef stierf onmiddellijk. De bliksem kwam via zijn rug zijn lichaam binnen, verbrandde hem volledig van binnenuit en verliet zijn lichaam via zijn voeten, terwijl zijn uiterlijk ongeschonden bleef. Ondanks zijn jonge leeftijd was hij een zeer godvruchtige jongeman. Hij had een grote devotie tot het Kind Jezus en droeg altijd een medaille van bergkristal met Zijn afbeelding om zijn hals. De autoriteiten verklaarden dat juist dat bergkristal de bliksem had aangetrokken, waardoor deze zijn hart binnendrong en alles verbrandde...
Hoewel zijn lichaam uiterlijk intact bleef, kreeg hij onmiddellijk een hartstilstand. Alle pogingen van de artsen om hem te reanimeren bleven zonder resultaat en hij overleed ter plaatse.
Wat mij betreft, kwam de bliksem via mijn schouder mijn lichaam binnen en verbrandde mijn hele lichaam op afschuwelijke wijze, zowel van binnen als van buiten. Kortom, mijn vlees verdween, ook mijn borsten, vooral de linker, zodat er een gat achterbleef. Het vlees van mijn buik, mijn benen en mijn ribben verdween; mijn lever werd verkoold, mijn nieren, longen en eierstokken werden zwaar verbrand... waarna de bliksem mijn lichaam via mijn rechtervoet verliet.
Als anticonceptiemiddel gebruikte ik een spiraaltje. Omdat dit van koper is gemaakt, een uitstekende geleider van elektriciteit, verkoolde en verpulverde de bliksem ook mijn eierstokken, die verschrompelden tot twee rozijnen.
Mijn hart stond stil. Ik was praktisch levenloos, terwijl mijn lichaam bleef schokken door de elektriciteit die op die plaats nog aanwezig was.
Dit lichaam dat u hier nu voor u ziet, dit herstelde lichaam, is de vrucht van de barmhartigheid van onze Heer.
De andere wereld
Maar dit is slechts het lichamelijke gedeelte... Het mooiste is dat, terwijl mijn verkoolde lichaam daar op de grond lag, ik mij op hetzelfde ogenblik bevond in een prachtige witte tunnel van licht, een wonderbaarlijk licht dat mij vervulde met een vreugde, een vrede en een geluk waarvoor ik geen woorden kan vinden om de grootheid van dat ogenblik te beschrijven. Het was een ware extase. Ik keek en aan het einde van die tunnel zag ik een wit licht, als een zon, een schitterend mooi licht... Ik noem het wit om er een kleur aan te geven, maar wij spreken hier over kleuren die met geen enkele kleur op aarde te vergelijken zijn. Het was een schitterend licht; ik voelde dat daaruit een bron van vrede, van liefde en van licht voortkwam...
Toen ik door die tunnel omhoogging naar het licht, zei ik bij mijzelf: "Lieve hemel, ik ben dood!"
Toen dacht ik aan mijn kinderen en verzuchtte ik: "Ach mijn God, mijn kleine kinderen! Wat zullen mijn kinderen nu doen? Hun moeder was altijd zo druk bezig dat zij nooit tijd voor hen had..." Want iedere ochtend ging ik vroeg van huis en meestal kwam ik pas om elf uur 's avonds weer terug.
Toen zag ik de werkelijkheid van mijn leven en werd ik vervuld van diepe droefheid. Ik had mijn huis verlaten met de vaste wil de wereld te veroveren, maar tegen welke prijs!... Mijn gezin en mijn kinderen had ik op de tweede plaats gezet!... Op dat ogenblik van leegte, veroorzaakt door de afwezigheid van mijn kinderen, zonder mijn lichaam nog te voelen en zonder enig besef van tijd of ruimte, keek ik om mij heen en zag ik iets buitengewoon moois: ik zag alle mensen die deel hadden uitgemaakt van mijn leven... In één enkel ogenblik, op hetzelfde moment, zag ik hen allemaal, zowel de levenden als de overledenen. Ik kon mijn overgrootouders, mijn grootouders en mijn overleden ouders omhelzen... iedereen! Het was een moment van volheid, wonderbaarlijk mooi. Toen begreep ik dat ik mij had laten misleiden door de leer van de reïncarnatie. Men had mij verteld dat mijn grootmoeder gereïncarneerd was, maar nooit gezegd waar of in wie. Omdat die informatie mij veel geld kostte, liet ik het erbij en deed ik geen verdere moeite om te ontdekken in wie zij dan gereïncarneerd zou zijn. U moet weten dat ik de theorie van de reïncarnatie verdedigde... En nu had ik daar zojuist mijn grootmoeder en mijn overgrootmoeder omhelsd...
Ik omhelsde haar, net zoals ik alle mensen kon omhelzen die ik kende, zowel de levenden als de overledenen. En dat alles in één enkel ogenblik. Toen ik mijn dochter omhelsde, schrok zij. Zij was negen jaar oud en voelde mijn omhelzing, want ook de levenden kon ik omhelzen, al voelen wij die omhelzing normaal gesproken niet.
Ik besefte nauwelijks hoe de tijd voorbijging tijdens dat wonderlijke ogenblik. En nu ik geen lichaam meer had, was het indrukwekkend om de mensen op een heel andere manier te zien. Vroeger wist ik alleen maar kritiek te geven: de één was dik, de ander mager, lelijk, elegant of juist niet elegant. Als ik over anderen sprak, had ik altijd wel iets aan te merken. Nu was dat anders. Nu zag ik de mensen van binnen, en wat waren zij mooi... Terwijl ik hen omhelsde, zag ik hun gedachten en hun gevoelens.
Zo ging ik verder, vervuld van vrede en geluk. Hoe hoger ik kwam, hoe sterker ik voelde dat ik iets heel moois zou gaan zien. Beneden zag ik een prachtig meer... Ja, ik zag een schitterend meer, bomen die zo mooi waren, zo wonderlijk mooi... En bloemen in alle kleuren, met een heerlijke geur, heel anders dan de bloemen die wij op aarde kennen. Alles was zo mooi in die wonderbare tuin, zo volmaakt... Er bestaan geen woorden om het te beschrijven. Alles was liefde.
Er stonden twee bomen naast iets wat op een ingang leek. Alles is daar zo anders dan wat wij hier kennen. Op aarde bestaan zulke kleuren niet. Daarboven is alles zo mooi!... Op dat ogenblik zag ik mijn neef die wonderlijke tuin binnengaan.
... Ik wist het. Ik voelde dat ik daar niet naar binnen mocht, dat ik daar niet naar binnen kón.
De eerste terugkeer
Op datzelfde ogenblik hoorde ik de stem van mijn man. Hij jammerde en huilde vanuit de diepste pijn van zijn hart en riep: "Gloria!... Gloria! Alsjeblieft, verlaat mij niet! Denk aan je kinderen, je kinderen hebben je nodig! Gloria, kom terug! Kom terug! Wees geen lafaard! Kom terug!"
Ik hoorde alles en ik zag hoeveel verdriet hij had... Ach, op dat moment stond onze Heer mij toe terug te keren... Maar ik wilde helemaal niet terug! Die vrede, die vrede waarin ik was ondergedompeld, hield mij volledig gevangen. Langzaam begon ik echter weer af te dalen naar mijn lichaam, dat ik levenloos terugvond. Ik zag het op een brancard liggen aan de Nationale Universiteit. Ik zag hoe de artsen mijn lichaam elektrische schokken toedienden om mijn hart weer op gang te brengen. Mijn neef en ik hadden meer dan twee uur op de grond gelegen, omdat onze lichamen nog steeds elektrische ontladingen afgaven en niemand ons kon aanraken. Pas toen alle elektrische spanning verdwenen was, konden zij ons helpen. Daarna begonnen zij mij te reanimeren.
Ik keek toe, zette als het ware de voeten van mijn ziel neer – ook de ziel heeft een menselijke gestalte – en op datzelfde ogenblik schoot ik met een geweldige schok mijn lichaam binnen. Het leek alsof mijn lichaam mij naar binnen zoog. Het binnengaan was een onbeschrijfelijke pijn. Overal schoten vonken weg en ik voelde mij opgesloten in iets veel te kleins: mijn lichaam. Het was alsof mijn lichaam plotseling in een ijzeren babypakje was geperst. Het was een verschrikkelijk lijden. Ik voelde de hevige pijn van mijn verbrande vlees. Mijn volledig verbrande lichaam veroorzaakte een onbeschrijfelijke pijn. Het brandde verschrikkelijk, terwijl er rook en damp vanaf kwamen... Ik hoorde de artsen roepen: "Ze komt terug! Ze komt terug!"
Zij waren dolblij, maar mijn lijden was onbeschrijfelijk. Mijn benen waren angstaanjagend zwart. Op mijn romp en armen hing nog levend vlees. De toestand van mijn benen was zo ernstig dat men overwoog ze te amputeren.
... Maar er was nog een andere verschrikkelijke pijn voor mij: de ijdelheid van een wereldse vrouw, een ambitieuze vrouw, een intellectuele vrouw, een studente... Ik was een slavin van mijn lichaam, van schoonheid en van de mode. Elke dag besteedde ik vier uur aan aerobics. Ik was geobsedeerd door een mooi lichaam en onderging massages, diëten en injecties... Kortom, alles wat u zich maar kunt voorstellen. Dat was mijn leven: een dagelijkse slavernij om een mooi lichaam te hebben.
Ik zei altijd: als ik mooie borsten heb, dan zijn die er om te laten zien. Waarom zou ik ze verbergen?
Hetzelfde zei ik over mijn benen, want ik wist dat ik prachtige benen had, mooie buikspieren... Maar in één enkel ogenblik zag ik met afschuw dat mijn hele leven niets anders was geweest dan een voortdurende en zinloze zorg voor mijn lichaam... Want dat was het middelpunt van mijn leven: de liefde voor mijn lichaam. En nu had ik helemaal geen lichaam meer! Op de plaats waar mijn borsten waren geweest, zaten grote gaten, vooral links, waar bijna niets meer van over was. Mijn benen zagen eruit als verkoolde resten, zonder vlees, zwart als steenkool. Let wel: juist de lichaamsdelen waarvoor ik de meeste zorg had gedragen en waarop ik het trotst was, waren volledig verbrand en letterlijk zonder vlees achtergebleven.
In het ziekenhuis
Daarna brachten zij mij naar het ziekenhuis "Seguro Social", waar ik onmiddellijk werd geopereerd en men begon al het verbrande weefsel te verwijderen. Terwijl zij mij onder narcose brachten, verliet ik opnieuw mijn lichaam, bezorgd over mijn benen, toen plotseling, op datzelfde ogenblik, iets verschrikkelijks en afschuwelijks...
Maar eerst moet ik u iets vertellen, broeders. Mijn hele leven was ik een cafetaria-katholiek. Mijn relatie met God beperkte zich tot een Mis van vijfentwintig minuten op zondag, en daarmee was de zaak afgedaan. Ik ging altijd naar de Mis waar de priester het minst sprak, want lange preken maakten mij moe! Wat had ik een hekel aan priesters die lang preekten! Zó zag mijn relatie met God eruit. Daarom liet ik mij meeslepen door alle stromingen van de wereld. Ik miste de bescherming van een oprecht gebedsleven, gedragen door geloof, zelfs tijdens de Mis. Op een dag, toen ik een vervolgopleiding volgde, hoorde ik een priester zeggen dat de hel niet bestaat, en de duivels evenmin! Dat was precies wat ik wilde horen! Meteen dacht ik: als de duivels niet bestaan en er geen hel is, dan gaan we allemaal naar de hemel! Waar zou ik dan nog bang voor moeten zijn?
Wat mij nu het meest bedroefde, en wat ik u met grote schaamte belijd, is dat de enige reden waarom ik nog met de Kerk verbonden bleef, de angst voor de duivel was. Toen ik hoorde dat de hel niet bestaat, zei ik meteen: des te beter! Als wij toch allemaal naar de hemel gaan, maakt het niet uit wie wij zijn of wat wij doen!
Daardoor verwijderde ik mij volledig van de Heer. Ik nam afstand van de Kerk en begon grof te praten en te vloeken. Ik was niet langer bang voor de zonde en ik begon mijn relatie met God te vernietigen. Ik vertelde iedereen dat de duivels niet bestaan, dat zij verzinsels van de priesters zijn, dat zij een middel zijn waarmee de Kerk de mensen manipuleert. Uiteindelijk ging ik zelfs zover dat ik tegen mijn collega's aan de universiteit zei dat God niet bestaat, dat wij het product van de evolutie zijn, enzovoort, enzovoort. Zo bracht ik ook vele anderen op een dwaalspoor.
Laten wij nu terugkeren naar de operatiekamer. Toen ik mijzelf in die toestand zag, werd ik door een verschrikkelijke angst overvallen. Eindelijk zag ik dat de duivels wél bestaan, en hoe! Juist míj kwamen zij halen! Zij kwamen als het ware de rekening presenteren, omdat ik hun aangeboden zonden had geaccepteerd. En die waren niet gratis! Er moet voor betaald worden! Mijn zonden hadden hun gevolgen...
Op dat ogenblik zag ik uit de muur van de operatiekamer talloze gestalten tevoorschijn komen. Op het eerste gezicht leken het gewone mensen, heel normaal... maar hun blik was vol haat, duivels, angstaanjagend. Mijn ziel beefde. Ik besefte onmiddellijk dat het demonen waren. Ik kreeg een bijzonder inzicht: ik begreep dat ik tegenover ieder van hen een schuld had, dat de zonde nooit gratis is, en dat de grootste leugen van de duivel is dat hij de mensen laat geloven dat hij niet bestaat. Dat is zijn beste strategie om met ons te doen wat hij wil. Ik besefte dat hij werkelijk bestaat en dat hij mij was komen halen. Kunt u zich mijn angst en ontzetting voorstellen?
Mijn wetenschappelijke en intellectuele verstand hielp mij toen helemaal niet meer. Ik bewoog mij door de operatiekamer en probeerde terug te keren in mijn lichaam, maar mijn lichaam liet mij niet meer binnen. Mijn angst was onbeschrijfelijk. Uiteindelijk vluchtte ik zo snel als ik kon. Ik ging, ik weet niet hoe, dwars door de muur van de operatiekamer, in de hoop mij ergens in de gangen van het ziekenhuis te kunnen verbergen. Maar zodra ik door de muur heen was... viel ik! Ik maakte een sprong in een peilloze diepte... Ik kwam terecht in verschillende tunnels die steeds verder naar beneden voerden. In het begin was er nog een beetje licht, alsof het bijenkorven waren waarin zich talloze mensen bevonden: jongeren en ouderen, mannen en vrouwen. Zij huilden en knarsten met hun tanden terwijl zij afschuwelijke kreten slaakten. Doodsbang daalde ik steeds verder af, wanhopig op zoek naar een uitweg, terwijl het licht steeds zwakker werd... Ik bleef door die tunnels dwalen in een angstaanjagende duisternis, totdat ik terechtkwam in een duisternis die met niets te vergelijken is. Ik kan alleen zeggen dat de donkerste nacht op aarde, vergeleken met die duisternis, lijkt op het heldere middaglicht. Daar beneden veroorzaakt die duisternis zelf pijn, angst en schaamte, en zij verspreidt een afschuwelijke stank. Het is een levende duisternis, ja, zij leeft. Daar is het verstand als dood, alsof het verlamd is. Aan het einde van mijn afdaling, na al die tunnels, kwam ik op een vlakke plaats terecht. Wanhopig probeerde ik daar weg te komen. Ik bezat nog dezelfde ijzeren wil waarmee ik in mijn aardse leven altijd vooruit wilde komen, maar daar hielp die mij helemaal niets. Ik zat daar vast. Op een gegeven ogenblik zag ik de grond zich openen als een enorme mond. Zij leefde! Zij leefde! Ik voelde mij van binnen volkomen leeg, op een ontstellende manier leeg. Onder mij gaapte een verschrikkelijke, onvoorstelbaar angstaanjagende afgrond. Maar wat mij het meest deed huiveren, was dat je daar beneden zelfs niet het kleinste beetje van Gods liefde voelde, zelfs geen enkele druppel hoop. Uit die afgrond ging een kracht uit die mij naar zich toe trok. Ik schreeuwde als een waanzinnige, verlamd van angst, omdat ik besefte dat ik die afdaling niet meer kon tegenhouden. Ik voelde dat ik onherroepelijk naar binnen werd gezogen... Ik wist dat, als ik eenmaal daarin terechtkwam, ik daar niet zou blijven, maar steeds verder zou blijven afdalen, zonder ooit nog terug omhoog te kunnen komen. Dat was de geestelijke dood van mijn ziel.
De geestelijke dood van de ziel: ik was onherroepelijk en voor eeuwig verloren. Maar juist op het ogenblik dat ik, te midden van die verschrikkelijke verschrikking, in die afgrond zou verdwijnen, greep de heilige aartsengel Michaël mij bij mijn voeten... Mijn lichaam gleed die afgrond binnen, maar mijn voeten werden boven vastgehouden. Het was een afschuwelijk en buitengewoon pijnlijk ogenblik. Toen ik daar aankwam, ergerde het kleine beetje licht dat nog in mijn ziel aanwezig was de demonen. Al die afschuwelijke, onreine wezens die daar wonen, vielen mij onmiddellijk aan. Die gruwelijke wezens leken op larven, op bloedzuigers, die probeerden het licht volledig uit te doven. Kunt u zich de afschuw voorstellen toen ik mijzelf met zulke wezens bedekt zag?... Ik schreeuwde, ik schreeuwde als een waanzinnige! Die wezens brandden! Broeders, zij zijn levende duisternis; het is een haat die brandt, die ons verteert en ons volkomen naakt maakt. Er bestaan geen woorden om die verschrikking te beschrijven! Bedenk wel dat ik atheïst was, maar juist daar begon ik te roepen: "Zielen in het vagevuur! Trek mij hier alstublieft uit! Ik smeek u, help mij!"
Terwijl ik zo schreeuwde, begon ik het gehuil van duizenden en duizenden mensen te horen, van jonge mensen... Ja, vooral jongeren, die onbeschrijfelijk leden. Ik begreep dat zich daar, op die afschuwelijke plaats, in die poel van haat en lijden, mensen bevonden die knarsetandend schreeuwden en jammerden. Hun kreten vervulden mij met medelijden en ik zal ze nooit meer kunnen vergeten... (Er zijn inmiddels al tien jaar voorbijgegaan, maar nog steeds huil ik en lijd ik wanneer ik mij het lijden van al die mensen herinner.) Ik begreep dat zich op die plaats degenen bevonden die in een ogenblik van wanhoop zelfmoord hadden gepleegd. Nu verkeerden zij in die kwellingen, omringd door die afschuwelijke wezens en door demonen die hen onafgebroken folterden. Maar de grootste kwelling was de afwezigheid van God, want daar voelt men God helemaal niet. Ik begreep dat allen die in een ogenblik van wanhoop een einde aan hun leven hadden gemaakt, daar moesten blijven totdat de volledige tijd verstreken was die zij op aarde hadden moeten leven, omdat iedereen die zichzelf het leven beneemt buiten de goddelijke orde treedt.
Die arme mensen, vooral zoveel jongeren, zovelen... Zij huilen en lijden verschrikkelijk. Als de mens wist welk lijden hem daar wacht, zou niemand ooit besluiten zichzelf van het leven te beroven.
Weet u wat daar de grootste kwelling is?
Dat is te zien hoe hun ouders of andere familieleden, die nog op aarde leven, huilen en lijden onder een verschrikkelijk schuldgevoel: "Had ik hem maar gestraft... Had ik hem maar niet gestraft... Had ik dit maar gezegd... Had ik dat maar niet gezegd... Had ik dit gedaan of juist dat..." Al die vreselijke verwijten – een ware hel voor degenen die hen liefhebben en op aarde achterblijven – veroorzaken hun het grootste lijden. Dat is hun zwaarste kwelling. En juist daarop spelen de demonen in door hun steeds opnieuw die taferelen te tonen: "Kijk hoe je moeder huilt. Kijk hoe zij lijdt. Kijk hoe je vader lijdt. Kijk hoe wanhopig zij zijn, hoe radeloos, hoe zij zichzelf verwijten maken en elkaar de schuld geven. Kijk naar al het verdriet dat jij hun hebt aangedaan. Kijk hoe zij tegen God in opstand komen. Kijk naar je familie... Dit alles is jouw schuld!"
Wat deze arme zielen nodig hebben, is dat degenen die nog op aarde leven zich bekeren, hun leven veranderen, werken van barmhartigheid verrichten, de zieken bezoeken... en heilige Missen laten opdragen tot verzoening voor de ziel van de overledene. Dat komt deze zielen in hoge mate ten goede. De zielen die zich in het vagevuur bevinden, kunnen immers niets meer voor zichzelf doen. Helemaal niets! Maar God kan hun wel helpen door middel van de heilige Mis. Daarom moeten ook wij hen op die manier helpen.
Toen begreep ik dat die arme zielen mij niet konden helpen. In mijn angst en ellende begon ik opnieuw te schreeuwen: "Hier moet een vergissing zijn! Ik ben een goed mens! Ik heb nooit gestolen! Ik heb nooit iemand vermoord! Ik heb niemand ooit kwaad gedaan! Integendeel, voordat mijn praktijk failliet ging, importeerde ik de beste producten uit Zwitserland. Ik behandelde mensen en zette hun tanden recht. Heel vaak liet ik mensen niets betalen als zij het niet konden opbrengen. Ik kocht spullen voor de armen en gaf die aan hen weg! Wat doe ik hier?!..."
Ik eiste als het ware mijn rechten op! Ik, die zo goed was en rechtstreeks naar de hemel hoorde te gaan... wat deed ik hier?
Ik ging iedere zondag naar de Mis. Hoewel ik mijzelf atheïst noemde en nooit luisterde naar wat de priester zei, sloeg ik de Mis bijna nooit over. Als ik in mijn hele leven vijf keer de Mis had gemist, was dat al veel! Wat deed ik dan hier?
"Maar wat doe ik hier? Haal mij hier weg! Trek mij hieruit!" bleef ik doodsbang schreeuwen, terwijl die afschuwelijke wezens zich aan mij vastklampten.
"Ik ben katholiek! Ik ben katholiek! Alstublieft, haal mij hier weg!"
Ik zag mijn ouders
Toen ik uitriep dat ik katholiek was, zag ik een klein licht. Begrijpt u, zelfs het allerkleinste licht is in die duisternis het grootste geschenk dat men kan ontvangen. Boven aan die afgrond zag ik een trap, en bijna bij de ingang van de afgrond zag ik mijn vader, die vijf jaar eerder was overleden. Hij had een beetje licht om zich heen. Vier treden hoger zag ik mijn moeder. Zij straalde veel meer licht uit en stond met gevouwen handen te bidden. Zodra ik hen zag, werd ik vervuld van zo'n grote vreugde dat ik begon te roepen: "Papa! Mama! Wat een vreugde! Kom mij halen! Haal mij hier weg! Papa, mama, alstublieft, haal mij hier weg! Ik smeek jullie, neem mij hier weg! Neem mij hier weg!"
Terwijl dit allemaal gebeurde, lag mijn lichaam in een diepe coma. Ik was geïntubeerd, aangesloten op allerlei apparaten en lag op sterven. Mijn longen namen geen lucht meer op, mijn nieren werkten niet meer... Dat ik nog aan de machines lag, kwam alleen doordat mijn zus, die arts is, er bij haar collega's op had aangedrongen en hun had voorgehouden dat zij niet God waren. Zij vonden namelijk dat het geen zin meer had mij in leven te houden. Tegen mijn familie zeiden zij dat het beter was mij rustig te laten sterven, omdat ik toch al in doodsstrijd verkeerde. Maar mijn zus bleef aandringen... Weet u wat de ironie hiervan is? Ik was zelf een voorstander van euthanasie. Ik verdedigde het zogenaamde recht om waardig te sterven!
De artsen lieten niemand bij mij binnen, behalve mijn zus, die voortdurend aan mijn bed bleef zitten.
Toen mijn ziel, die zich in het hiernamaals bevond, mijn ouders zag, hoorde mijn zus, die naast mijn comateuze lichaam stond, mij duidelijk en vol vreugde naar hen roepen dat zij mij moesten komen halen.
Misschien hebt u ooit iemand die bewusteloos was hardop horen spreken of iets horen roepen. Dat is precies wat er bij mij gebeurde. Mijn zus schrok zich bijna dood! Toen ik mijn ouders zag, begon ik vol vreugde te roepen dat zij mij moesten komen halen. Mijn zus hoorde alles en schreeuwde: "Nu sterft ze echt! Mijn vader en moeder zijn haar komen halen! Ga weg! Neem haar niet mee! Ga weg, mama, alstublieft! Ga weg, papa, alstublieft! Neem haar niet mee! Zien jullie dan niet dat zij nog kleine kinderen heeft? Neem haar niet mee! Neem haar niet mee!"
De artsen moesten mijn zus uit de kamer halen. Zij dachten dat zij ijlde, dat zij door de schok haar verstand had verloren. Dat was ook niet zo vreemd, gezien alles wat er was gebeurd: de dood van mijn neef, zijn lichaam naar het mortuarium brengen, haar zus die op sterven lag en volgens de artsen nog hooguit vierentwintig uur te leven had... Zij leefde inmiddels al drie dagen in die voortdurende angst en had geen oog dichtgedaan. Het is dus niet verwonderlijk dat men dacht dat zij volledig uitgeput was en aan hallucinaties leed.
Maar stelt u zich mijn vreugde eens voor toen ik mijn ouders zag! Op die afschuwelijke plaats, in die verschrikkelijke toestand waarin ik verkeerde, zag ik mijn ouders!
Toen zij naar mij keken en mij daar zagen, kunt u zich niet voorstellen hoeveel pijn er op hun gezichten te lezen stond. Daar ziet en voelt men de gevoelens van anderen. Ik zag hun verdriet en hun diepe lijden. Mijn vader begon hartverscheurend te huilen en riep uit: "Mijn dochter! O nee! Mijn God, mijn dochter niet! Mijn God, mijn lieve dochter niet!"
Mijn moeder bleef bidden. Toen zij naar mij keek en het verdriet in mijn ogen zag, bleef haar gezicht toch vol vrede en zachtheid. Er rolde geen enkele traan over haar wangen. In plaats van te huilen sloeg zij haar ogen op naar boven en keek daarna weer naar mij. Toen begreep ik met afschuw dat zij mij daar niet vandaan konden halen. Dat maakte mijn lijden nog groter. Ik zag dat zij mijn pijn deelden, maar niets voor mij konden doen. Ik begreep ook dat zij daar rekenschap moesten afleggen aan de Heer over de opvoeding die zij mij hadden gegeven. Zij waren de beheerders van de talenten die God mij had toevertrouwd. Door hun leven en hun voorbeeld hadden zij mij moeten beschermen tegen de aanvallen van Satan. Ook hadden zij de genaden moeten helpen ontwikkelen die God mij bij het heilig Doopsel had geschonken. Alle ouders zijn de behoeders van de talenten die God aan hun kinderen heeft gegeven.
Toen ik hun verdriet zag, vooral dat van mijn vader, begon ik opnieuw wanhopig te schreeuwen: "Haal mij hier weg! Haal mij hier weg! Het is niet mijn schuld dat ik hier ben, want ik ben katholiek! Ik ben katholiek! Trek mij hieruit!"
Mijn oordeel
Toen ik opnieuw uitriep dat ik katholiek was, hoorde ik, broeders, een Stem, zo zacht, zo zacht... Zo wonderlijk mooi, dat alles vervuld werd van vrede en liefde, en mijn ziel ervan opsprong. Die afschuwelijke wezens die zich aan mij vastklampten, wierpen zich bij het horen van die Stem onmiddellijk neer in aanbidding en vroegen toestemming om zich terug te trekken, want zij konden de zoetheid van die Stem niet verdragen. Toen opende zich iets als een neerhangende opening en zij vluchtten vol angst weg. Stelt u zich dat eens voor! Ik zag die wezens, die verschrikkelijke demonen, daar neergeknield liggen... Alleen al bij het horen van de Stem van de Heer – ondanks de trots van Satan en zijn volgelingen, voor wie die Stem iets ondraaglijks is – wierpen zij zich op hun knieën!
Toen zag ik de Allerheiligste Maagd neergeknield tijdens de heilige Mis die voor de ziel van mijn neef werd opgedragen, op het moment dat de priester onze Heer in de geconsacreerde Hostie verhief. De Maagd Maria trad voor mij ten beste! Neergeknield aan de voeten van onze Heer verzamelde zij alle gebeden die de mensen uit mijn land voor mij opdroegen en bood zij die aan Hem aan.
Weet u, op het moment van de verheffing, wanneer de priester de Hostie omhoogheft, voelt men de aanwezigheid van Jezus. Dan knielt alles neer, zelfs de demonen!... En ik, die zonder het minste respect naar de Mis ging, zonder aandacht te schenken, met kauwgom in mijn mond, soms half slapend, rondkijkend en verzonken in duizend nutteloze gedachten...! En daarna had ik nog de brutaliteit om te klagen dat God niet naar mij luisterde wanneer ik Hem iets vroeg!
Geloof mij, het was verbijsterend te zien hoe al die schepselen, al die angstaanjagende wezens, zich bij de komst van onze Heer op de grond wierpen in diepe aanbidding.
Ik zag de Maagd Maria, eerbiedig neergeknield aan de voeten van de Heer, biddend voor mij en Hem aanbiddend... En ik, een zondares, met al mijn vuilheid, had Hem zonder enig respect behandeld en beweerd dat ik goed was... Ja, zogenaamd goed! Terwijl ik de Heer verloochende en zelfs lasterde!
Stelt u zich eens voor wat voor zondares ik was, als zelfs de demonen zich op de grond wierpen bij de aanwezigheid van de Heer Jezus Christus...!
Die Stem, zo wonderlijk mooi, zei tegen mij: "Goed dan, als je katholiek bent, vertel Mij dan de Geboden van Gods Wet!"
... Kunt u zich mijn schrik voorstellen?... Die vraag had ik absoluut niet verwacht! Ik wist alleen dat het er tien waren! Verder wist ik niets meer!
"Hoe moet ik hier nu uitkomen?", dacht ik wanhopig. Toen herinnerde ik mij dat mijn moeder altijd zei dat het eerste gebod de liefde was. Daar sprak zij voortdurend over: de liefde tot God en de liefde tot de naaste. Uiteindelijk waren de woorden van mijn moeder toch nog ergens goed voor geweest, dacht ik bij mezelf. Dus koos ik dat antwoord, hopend dat het voldoende zou zijn en dat men de rest niet zou opmerken...! Ik probeerde mij eruit te redden zoals ik dat tijdens mijn leven altijd had gedaan. Ik had immers altijd een antwoord klaar, altijd het perfecte antwoord. Ik wist mij altijd te rechtvaardigen en te verdedigen op zo'n manier dat niemand merkte wat ik niet wist. Nu dacht ik hetzelfde te kunnen doen. En ik begon te zeggen: "Het eerste gebod is: God boven alles liefhebben en... de naaste als jezelf."
"Goed," zei de Stem tegen mij, "en heb je dat gedaan? Heb je liefgehad?"
Volkomen verward antwoordde ik: "Ik... ja! Ja, ik wel. Ja!"
Maar die wonderlijke Stem zei: "Nee!!!"
Ik verzeker u dat ik pas op dat ogenblik werkelijk de inslag van de bliksem voelde! Tot dan toe had ik niet eens beseft hoe zwaar die mij had getroffen... Maar toen ik dat "Nee!" hoorde, voelde ik alle pijn van die blikseminslag!... Ik voelde mij naakt. Al mijn maskers vielen weg en ik stond volledig ontmaskerd.
Die zachte Stem ging verder: "Nee!!! Je hebt je Heer niet boven alles liefgehad, en nog veel minder heb je je naaste liefgehad als jezelf! Je hebt van jezelf een god gemaakt, een god naar jouw eigen beeld, aangepast aan jouw eigen leven! Alleen in ogenblikken van grote nood of van lijden dacht je aan je Heer. Dan knielde je neer, huilde je, vroeg je om hulp, deed je novenen en nam je je voor om naar de Mis te gaan of naar gebedsgroepen, terwijl je om gunsten of wonderen vroeg... Toen je arm was, toen je gezin eenvoudig leefde, toen je er nog van droomde om een succesvolle professional te worden, toen bad je inderdaad elke dag urenlang op je knieën en smeekte je je Heer om hulp! Je bad en vroeg Mij om je uit die armoede te halen, om je een beroep te laten uitoefenen en iemand te laten worden! Wanneer je geld nodig had, dan beloofde je: ik zal de rozenkrans bidden, maar U, Heer, moet mij dan wat geld geven!
Zo zag jouw relatie met je Heer eruit! Nooit heb je één enkele belofte gehouden die je Mij hebt gedaan, zelfs niet één! En behalve dat je je beloften niet hield, heb je Mij nooit bedankt!"
En de Heer bleef erop terugkomen: "Je gaf je woord, je deed beloften aan je Heer, maar je bent ze nooit nagekomen!"
De Heer liet mij een van mijn vele gebeden zien: toen ik Hem vroeg mij de genade te schenken om mijn eerste auto te krijgen. Ik bad en vroeg heel nederig of Hij mij alstublieft ten minste een klein autootje wilde geven, desnoods een oude. Dat maakte mij niet uit... als hij maar reed. Maar zodra ik gekregen had waar ik om gevraagd had, zei ik niet eens: "Dank U, Heer." Acht dagen later had ik Hem niet alleen nog steeds niet bedankt, maar ik verloochende Hem alweer en sprak slecht over Hem. De Heer liet mij zien dat ik bij alle genaden die Hij mij had geschonken niet alleen mijn beloften niet was nagekomen, maar Hem zelfs nooit had bedankt.
Ik zag de Heer met een diepe droefheid. Weet u, mijn relatie met God leek op een geldautomaat: ik stopte er een rozenkrans in en Hij moest mij geld geven... En als Hij het mij niet gaf, kwam ik in opstand. De Heer liet mij dat allemaal zien. Zodra Hij mij toestond mijn beroep uit te oefenen en ik daardoor een zekere naam en ook geld begon te krijgen, werd de Naam van God mij al ongemakkelijk... Ik begon mijzelf belangrijk te vinden, zonder ooit ook maar de minste blijk van liefde of dankbaarheid tegenover Hem te tonen.
Dankbaar zijn? Nooit! Zelfs geen eenvoudig "dank U" voor een nieuwe dag die Hij mij schonk, voor mijn gezondheid of voor het dak boven mijn hoofd... Zelfs geen gebed uit medelijden voor al die arme mensen die geen huis en geen eten hebben. Niets! Volkomen ondankbaar! Sterker nog, ik begon steeds minder in mijn Heer te geloven, terwijl ik wel geloofde in Venus en Mercurius om geluk te brengen. Ik liep blindelings achter de astrologie aan en zei dat de sterren ons leven bepalen. Ik begon alles te geloven wat de wereld mij aanbood. Zo geloofde ik bijvoorbeeld in de reïncarnatie. Ik maakte mijzelf wijs dat je eenvoudig sterft en daarna weer opnieuw begint... En ik vergat dat mijn Heer Jezus Christus daarvoor Zijn Bloed had vergoten.
De Heer ging verder: "Alles wat je hebt ontvangen, heb je niet gekregen omdat je erom gevraagd hebt, maar omdat het een zegen uit de hemel was. Jij daarentegen zei dat je alles op eigen kracht had bereikt, omdat je zo hard werkte en zo'n doorzetter was... Dat je alles met je eigen handen en dankzij je studie had verworven. Nee! Kijk eens hoeveel mensen er zijn die beter opgeleid zijn dan jij en even hard of zelfs harder werken dan jij."
De Heer onderwierp mij aan een onderzoek van de Tien Geboden en liet mij zien wie ik werkelijk was. Met mijn woorden zei ik dat ik God aanbad en liefhad, maar in werkelijkheid aanbad ik Satan. In mijn tandartspraktijk kwam regelmatig een vrouw die tarotkaarten legde. Zij verrichtte allerlei rituelen om mensen van slechte invloeden te bevrijden. Ik zei dan altijd: "Ik geloof daar niet in... Maar doe het toch maar, je weet maar nooit." En zij deed haar duivelse praktijken. In een hoek waar niemand het zag, legde zij een hoefijzer neer en zette een aloëplant om ongeluk af te weren, en nog allerlei andere dingen. Weet u wat ik daarmee deed? Ik zette de deur open voor de demonen, zodat zij vrij konden binnenkomen en naar believen konden rondgaan, zowel in mijn praktijk als in mijn leven. Ziet u hoe beschamend dit is? God liet mijn hele leven aan mij voorbijgaan in het licht van de Tien Geboden. Hij liet mij zien wie ik werkelijk was in mijn verhouding tot mijn naaste en tot Hem. Ik had op alles en iedereen kritiek... En toch wees iedereen naar mij en zei: "De heilige Gloria"...! Hij liet mij zien dat ik beweerde God en mijn naaste lief te hebben, terwijl ik in werkelijkheid vol afgunst zat. Nu zag ik dat iedere keer wanneer ik iemand bedroog of loog, dit neerkwam op meineed, omdat ik met de woorden: "Ik ben katholiek" beleed dat Jezus Christus mijn Heer was, terwijl ik tegelijk getuigde door leugens en bedrog! Hoeveel kwaad heb ik niet aan zoveel mensen gedaan! En bovendien was ik mijn ouders nooit dankbaar voor alle offers die zij hadden gebracht zodat ik een beroep kon leren en iets van mijn leven kon maken; voor al hun inspanningen en opofferingen... Ik zag het niet eens. Ik negeerde hen. Zodra ik eenmaal mijn beroep had, daalden zij zelfs in mijn achting, totdat ik mij uiteindelijk schaamde voor mijn moeder vanwege haar eenvoud en haar armoede.
Jezus liet mij vervolgens zien wat voor echtgenote ik was. Vanaf het ogenblik dat ik 's morgens opstond, klaagde ik de hele dag door. Mijn man zei: "Ik wens je een fijne dag." En ik antwoordde: "Misschien voor jou! Kijk eens naar die regen!" Ik mopperde voortdurend en sprak alles tegen.
... En wat het heiligen van de zondag betreft? Wat schrok ik! Wat voelde ik een verdriet! Jezus liet mij zien hoe ik zonder moeite vier of zelfs vijf uur per dag aan mijn lichaam besteedde met gymnastiek, maar nog geen tien minuten aan mijn Heer. Nog niet eens een eenvoudig dankgebed of een mooi gebed... Nee, helemaal niets! Integendeel, soms begon ik de rozenkrans haastig te bidden tijdens de reclameblokken van een televisieserie. Ik dacht dat ik dan wel kon bidden zolang de reclame duurde. Ik bad zo snel mogelijk, zonder na te denken over wat ik zei, terwijl ik alleen maar bezorgd was of de serie alweer begonnen was en hoeveel tijd ik nog had. Kortom, het was een gebed zonder mijn hart tot God te verheffen.
Jezus liet mij verder zien hoe ondankbaar ik tegenover Hem was en hoe lui ik was als het om de heilige Mis ging. Toen ik nog bij mijn ouders woonde en mijn moeder mij verplichtte om naar de Mis te gaan, zei ik tegen haar: "Maar mam, als God overal is, waarom zou ik dan naar de kerk moeten gaan voor de Mis?" Natuurlijk kwam mij dat heel goed uit... En Jezus liet mij dat zien. De Heer was vierentwintig uur per dag bij mij, mijn hele leven lang had God voor mij gezorgd, en ik was te lui om Hem op zondag zelfs maar een beetje van mijn tijd te geven als teken van dankbaarheid en liefde... Maar het ergste was dat ik besefte dat naar de kerk gaan betekende dat mijn ziel gevoed werd. Ik daarentegen zorgde alleen voor mijn lichaam. Ik werd een slaaf van mijn vlees en vergat één belangrijk feit: dat ik ook een ziel had! En voor die ziel heb ik nooit gezorgd.
Wat het Woord van God betreft, durfde ik zelfs schaamteloos te zeggen dat iemand die veel in de Bijbel leest, gek wordt. Ik ging zelfs zover dat ik God lasterde en door de tegenstrijdigheid van mijn leven zei: "Maar wat is daar nu heilig aan? Zou God daar werkelijk aanwezig zijn? In het ciborie en in de kelk?... De priester zou er beter wat cognac aan kunnen toevoegen, dan smaakt het tenminste ergens naar!"
Zo diep was ik gezonken in mijn relatie met God! Ik liet mijn ziel zonder voedsel achter en alsof dat nog niet genoeg was, deed ik niets anders dan kritiek leveren op de priesters. Broeders, als u wist hoe slecht ik mij daarover voelde toen ik voor Jezus stond! De Heer liet mij zien hoe mijn ziel door al die kritiek was verminkt. Bovendien had ik een priester ervan beschuldigd homoseksueel te zijn, en de hele parochiegemeenschap was dat te weten gekomen... U kunt zich niet voorstellen hoeveel kwaad ik die priester heb aangedaan! Nee, dat kunt u zich werkelijk niet voorstellen! Ik kan u daar niet alles over vertellen, want dat zou te lang duren. Maar één ding kan ik u zeggen: één enkel woord kan al de kracht hebben om te doden en zielen te vernietigen. Nu zag ik al het kwaad dat ik had aangericht! Mijn schaamte was zo groot dat er geen woorden voor bestaan. Daarom smeek ik u slechts om één ding: doe dit nooit. Bekritiseer priesters niet! Bid voor hen! Ik zag dat de zwaarste zonde die mijn ziel had bezoedeld en de meeste ellende over mijn leven had gebracht, was dat ik kwaad had gesproken over priesters.
Bid voor de priesters
In mijn familie werd altijd kritiek op priesters geleverd. Al van jongs af aan hoorde ik mijn vader en de anderen thuis zeggen: "Die priesters zitten achter de vrouwen aan en hebben meer geld dan wij... En ze zijn zus en ze zijn zo..." En wij namen dat allemaal over.
Onze Heer zei bijna met luide stem tegen mij: "Wie dacht jij wel dat je was, dat jij jezelf tot god en rechter over Mijn gewijde dienaren maakte? Ook zij zijn mensen van vlees en bloed. Hun heiligheid heb Ik hun gegeven ten dienste van de gemeenschappen waarin Ik hen als een gave heb geplaatst. En die gemeenschappen hebben de plicht voor hen te bidden, hen lief te hebben en hen te steunen." Weet, broeders, dat wanneer een priester ten val komt, de gemeenschap rekenschap zal moeten afleggen over zijn heiligheid. De duivel haat de katholieken, maar priesters haat hij nog veel meer. Hij haat onze Kerk, omdat daar waar een priester het offer opdraagt...
Ik wil hier even iets aan toevoegen. U moet allemaal weten dat de priester, hoewel hij mens blijft, een aan God gewijde dienaar is, erkend door de eeuwige Vader, zodat door zijn handen in een stukje brood een wonder plaatsvindt: de transsubstantiatie. Door de handen van de priester worden brood en wijn werkelijk het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus... En juist die handen haat de duivel met een verschrikkelijke haat. De duivel haat ons katholieken vanwege de Eucharistie, want de Eucharistie is de geopende deur naar de hemel, en zij is de enige deur! Zonder de Eucharistie gaat niemand de hemel binnen. Wanneer iemand op sterven ligt, komt de Heer naar hem toe, ongeacht tot welke godsdienst hij behoort of wat hij gelooft. De Heer openbaart Zich aan hem en zegt vol liefde en barmhartigheid: "Ik ben je Heer." Wanneer die persoon dan om vergeving vraagt en de Heer aanvaardt, gebeurt er iets wat moeilijk uit te leggen is. Jezus brengt die ziel onmiddellijk naar de plaats waar op dat ogenblik de heilige Mis wordt opgedragen, en die persoon ontvangt een geestelijke, mystieke Communie. Want alleen wie het Lichaam en Bloed van Jezus Christus ontvangt, kan de hemel binnengaan. Het is een mysterie, een onmetelijke genade die God aan de katholieke Kerk heeft geschonken. Velen spreken kwaad over deze Kerk, maar juist door haar ontvangen zij de mogelijkheid tot redding en gaan zij naar het vagevuur, waar zij blijven delen in de genade van de Eucharistie. Zij worden gered. Zij gaan wel naar het vagevuur, maar zij worden gered! Daarom haat de duivel de priesters zo hevig: want waar een priester is, zijn ook de handen die brood en wijn consacreren en ze voor ons tot het Lichaam en Bloed van Jezus Christus maken. Daarom moeten wij veel bidden voor de priesters, want de duivel valt hen voortdurend aan.
Dit alles liet onze Heer mij zien.
De sacramenten
Alleen door de priester ontvangen wij bijvoorbeeld het sacrament van de verzoening. Alleen door hem ontvangen wij de vergeving van onze zonden. Weet u wat de biechtstoel is? Het is het "bad van de ziel"! Niet met water en zeep, maar met het Bloed van Christus! Wanneer mijn ziel door de zonde vuil en zwart was geworden en ik was gaan biechten, dan werd zij gewassen in het Bloed van Christus. Tegelijk werden de ketenen verbroken waarmee de boze mij gebonden hield. Heeft de duivel dan geen reden om de priesters te haten?! Zelfs priesters die grote zondaars zijn geweest, hebben de macht om zonden te vergeven. En de Heer liet mij zien hoe dat gebeurt: door de Wonde van Zijn Hart... Ja!
Er zijn dingen die het menselijk verstand te boven gaan, omdat het geestelijke werkelijkheden zijn. Toch zijn zij werkelijker dan de wereld waarin wij nu leven... Door die Wonde, zei ik, stijgt een ziel op tot het goddelijke niveau, tot de goddelijke barmhartigheid, tot de poort van de barmhartigheid, tot het Hart van Jezus, de eeuwige Hogepriester. Daar, in de biechtstoel, plaatst Jezus Zijn Kruis, dat in Zijn eeuwig heden blijft bloeden... En de ziel keert gereinigd terug. Nu zag ik hoe mijn ziel na iedere biecht werkelijk schoon werd, en hoe de Heer bij iedere zonde die ik beleed de banden verbrak die mij aan Satan verbonden. (En toch bleef ik helaas weg van de biecht!)
... Maar dit alles gebeurt alleen door de priester. Daarom hebben wij de plicht voor hen te bidden, opdat God hen beschermt, verlicht en leidt.
Om al deze redenen haat de duivel de katholieke Kerk en haar priesters met een verschrikkelijke haat.
Het huwelijk
Ik wil u ook spreken over de grote genade van het sacrament van het huwelijk. Wanneer wij op onze trouwdag de kerk binnengaan en op het ogenblik waarop wij ons "ja-woord" geven, beloven elkaar voor altijd trouw te blijven, in vreugde en verdriet, in gezondheid en ziekte, weet u aan Wie wij die belofte doen? Aan niemand minder dan God de Vader! Onze God verheugt Zich over het huwelijk! Hij is de enige Getuige wanneer wij die woorden uitspreken. Ieder van ons zal op de dag van zijn dood dit ogenblik terugzien in het Boek des Levens. Dan zullen wij een onbeschrijfelijk gouden licht zien, een schitterende glans. God de Vader schrijft die woorden met gouden letters in dat Boek, zo prachtig zijn zij.
Op het ogenblik waarop wij het Lichaam en Bloed van Jezus ontvangen, sluiten wij een verbond met God én met de persoon met wie wij ons leven willen delen. Wanneer wij die woorden uitspreken, richten wij ze tot de Allerheiligste Drie-eenheid.
Ik zag dat op de dag van mijn huwelijk, toen mijn man en ik de Allerheiligste Eucharistie ontvingen, wij niet langer met ons tweeën waren, maar met ons drieën: wij tweeën en Jezus! Zodra wij de heilige Communie ontvangen, verenigt Jezus ons tot één geheel. Hij neemt ons op in Zijn Hart en wij worden ÉÉN. Samen met Jezus vormen wij een geheiligde drie-eenheid. "Wat God heeft verbonden, mag de mens niet scheiden."
Ik vraag u dan: wie kan deze EENHEID verbreken? Niemand! Niemand, broeders, kan haar verbreken! Niemand, nadat het huwelijk is voltrokken! En wanneer beide echtgenoten als maagd en maagdelijk het huwelijk binnengaan, kunt u zich niet voorstellen hoeveel zegeningen over dat huwelijk worden uitgestort!
Ik zag ook het huwelijk van mijn ouders. Toen mijn vader de ring aan de vinger van mijn moeder schoof en de priester hen tot man en vrouw verklaarde, gaf onze Heer mijn vader een houten staf die straalde van licht en licht gebogen was. Dat is een genade die God aan de man schenkt: een gave van gezag van God de Vader, opdat hij het kleine kuddeke, zijn kinderen die uit het huwelijk geboren worden, kan leiden en zijn gezin kan beschermen tegen de vele kwaden die het gezin bedreigen.
Aan mijn moeder gaf God de Vader iets dat leek op een bol van vuur, zo prachtig, die Hij in haar hart plaatste. Dat betekende de Liefde van God, de Heilige Geest. Ik wist dat mijn moeder een zeer zuivere vrouw was. God verheugde Zich en was vol blijdschap. Maar u kunt zich niet voorstellen hoeveel onreine geesten zich op datzelfde ogenblik op mijn vader stortten. Zij leken op larven, op bloedzuigers. Weet u, wanneer iemand seksuele relaties buiten het huwelijk aangaat, hechten de boze geesten zich onmiddellijk aan alle delen van zijn lichaam. Zij beginnen bij de geslachtsorganen, nemen bezit van het vlees en van de hormonen. Daarna dringen zij door tot de hersenen, de hypofyse en het hele zenuwstelsel. Zij brengen allerlei hormonale veranderingen teweeg waardoor de lagere driften steeds sterker worden. Zo maken zij van een kind van God een slaaf van het vlees, van zijn eigen instincten en van zijn seksuele begeerten, waardoor de mens uiteindelijk gaat leven zoals men zegt: "genieten van het leven."
Wanneer een man en een vrouw als maagd en maagdelijk het huwelijk binnengaan, geeft dat grote eer aan God. Dan wordt er een heilig verbond met Hem gesloten, en Hij heiligt hun seksualiteit. Want seksualiteit is op zichzelf geen zonde! God heeft haar als een zegen gegeven, omdat seksualiteit God én het echtpaar omvat. Waar het sacrament van het huwelijk aanwezig is, ook wanneer de echtgenoten niet als maagd en maagdelijk zijn getrouwd, is God aanwezig in dit sacramentele huwelijksbed. Want in het huwelijksbed, gezegend door het sacrament van het huwelijk, is de Heilige Geest aanwezig. Ook aan de tafel van dit echtpaar is de Heer God aanwezig en zegent Hij hun voedsel. God verheugt Zich over het huwelijk. Hij is blij de echtgenoten te vergezellen in hun nieuwe leven, bij dit begin van hun gezamenlijke levensweg. Het echtpaar en de Heer vormen een drie-eenheid. Helaas weten veel echtgenoten dit niet. Zij beseffen het eenvoudig niet... Zij denken zelfs niet aan God. Zij trouwen alleen uit traditie en niet uit geloof... Zij denken er alleen aan zo snel mogelijk de kerk uit te gaan om feest te vieren, te eten, te drinken en op huwelijksreis te vertrekken. Begrijp mij goed: daarin is op zichzelf niets verkeerd. Het verkeerde is dat men de Heer buiten dit alles laat. Dat deed ik ook. Ik liet de Heer letterlijk buiten staan. Het kwam niet eens in mij op Hem uit te nodigen in mijn nieuwe leven en in ons nieuwe huis. Toch verlangt Hij ernaar dat wij Hem uitnodigen om met ons mee te gaan en voor altijd bij ons te blijven, zowel in de vreugde als in de moeilijke ogenblikken. Hij verlangt ernaar dat wij Zijn aanwezigheid ervaren... Natuurlijk is de Heer door het sacrament van het huwelijk ook aanwezig zonder dat wij Hem uitnodigen. Maar hoeveel mooier zou het zijn als wij ons werkelijk bewust waren van Zijn aanwezigheid...
Bij het huwelijk van mijn ouders zag ik iets heel moois. God gaf mijn vader de gaven en de genade terug die hij eerder had verloren. Dat gebeurde omdat hij trouwde met mijn moeder, die een vrouw was met een zuiver hart en bovendien als maagd het huwelijk inging. Tegelijk zag ik ook de ongeordende en onreine seksualiteit van mijn vader. Omdat hij zich zo graag als een echte macho wilde gedragen en zijn vrienden hem hadden aangepraat dat hij zich niet door zijn vrouw mocht laten beheersen, dat hij gewoon moest blijven leven zoals vroeger, ging hij al twee weken na zijn huwelijk naar een bordeel om zijn vrienden te bewijzen dat hij nog steeds dezelfde man was en zich niet door zijn vrouw liet domineren...
Weet u wat er toen gebeurde met de staf van gezag en bescherming die God hem had gegeven? De duivel nam hem van hem af! Al die boze geesten, die onreine wezens, kwamen terug om hem weer in hun macht te krijgen. Van herder van zijn kudde veranderde mijn vader in een wolf voor zijn eigen gezin en zijn eigen huis.
Wie ontrouw is aan zijn huwelijk, is ontrouw aan God. Hij breekt zijn woord, de eed die hij op zijn trouwdag heeft afgelegd tegenover God en tegenover degene met wie hij getrouwd is. Hij doet niet wat hij beloofd heeft. Wie van plan is zijn huwelijk niet trouw te blijven, kan beter helemaal niet trouwen. De Heer zegt ons: als je ontrouw bent, zul je jezelf veroordelen! Als je niet trouw wilt zijn, trouw dan niet! Mijn zoon, mijn dochter, vraag Mij de genade om trouw te blijven aan je vrouw, aan je man en aan God.
Hoeveel ellende komt er niet een huwelijk binnen door ontrouw! Neem bijvoorbeeld een man die naar een bordeel gaat of een verhouding begint met zijn secretaresse. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen loopt hij een virus op. Zelfs als hij zich daarna wast, verdwijnt dat virus niet... Wanneer hij vervolgens gemeenschap heeft met zijn vrouw, wordt het virus overgedragen. Het nestelt zich in de baarmoederhals en dringt door tot de baarmoeder. Na verloop van tijd ontstaat er een zweer, vaak zonder dat de vrouw daar iets van merkt. En jaren later, wanneer zij met hevige klachten naar de dokter gaat, krijgt zij de diagnose kanker. Ja, kanker! Wie durft dan nog te zeggen dat overspel niet doodt? Hoeveel abortussen worden bovendien niet gepleegd als gevolg van overspel? Hoeveel vrouwen die ontrouw zijn geweest en zwanger raken, laten hun kind aborteren uit angst dat hun man de waarheid zal ontdekken? Zij doden een onschuldig kind dat niet kan spreken en zich niet kan verdedigen! En dit zijn nog maar enkele voorbeelden. Overspel doodt op ontelbaar veel manieren.
En toch durven wij God nog verwijten te maken wanneer het slecht met ons gaat, wanneer wij problemen krijgen of ziek worden, terwijl wij zelf door onze zonden deze ellende over ons hebben afgeroepen. Achter iedere zonde staat de boze. Wanneer wij zulke zware zonden begaan, zetten wij zelf de deur voor hem open. En dan klagen wij nog dat God niet van ons houdt. "Waar is God, dat Hij dit of dat toelaat?" Wat een vermetelheid! Weet dat God de Rots is die het huwelijk beschermt. Wee degene die een huwelijk probeert te vernietigen! Wie dat doet, botst op deze Rots, die Jezus Christus is. God verdedigt het huwelijk. Twijfel daar nooit aan!
Ik wil u ook waarschuwen heel voorzichtig te zijn met schoonmoeders die zich met het huwelijk van hun kinderen bemoeien, het verstoren en spanningen veroorzaken in hun relatie. Hetzelfde geldt voor schoonzonen en schoondochters. Of het echtpaar nu gelijk heeft of ongelijk... zij zijn getrouwd en daar valt niets meer aan te veranderen. Het enige wat u kunt doen, is voor hen bidden. Bid voor hun huwelijk en laat het verder los! Veel vrouwen hebben hun ziel in gevaar gebracht doordat zij zich met het huwelijk van hun kinderen zijn blijven bemoeien. Dat is een ernstige zonde! Als u ziet dat het niet goed gaat, dat één van beiden of allebei zondigen, kom dan voor hen tussen bij God en vraag Hem om hulp. U kunt het echtpaar ook samen uitnodigen voor een gesprek en hen aansporen hun huwelijk te redden, aan hun kinderen te denken en hen eraan te herinneren dat een huwelijk gebaseerd is op liefde, op geven en elkaar vergeven. Men moet strijden vóór het huwelijk, ja, maar zich nooit op een andere manier ermee bemoeien, en zeker niet partij kiezen voor de één of voor de ander.
Eer uw vader en uw moeder
Jezus bleef mij alles laten zien... Ik heb u al verteld hoe ondankbaar ik tegenover mijn ouders was, hoe ik mij voor hen schaamde. Ik sprak slecht over hen en verloochende hen omdat zij arm waren en mij niet alles konden geven wat mijn rijke vriendinnen wel hadden. Ik was een ondankbare dochter. Ik ging zelfs zover dat ik zei dat die vrouw mijn moeder niet was, omdat zij in mijn ogen minderwaardig leek. Het was afschuwelijk om een samenvatting te zien van een vrouw zonder God. Zij vernietigt alles wat op haar weg komt. En wat nog het ergste was: ik vond en geloofde werkelijk dat ik een goed mens was!
Ik dacht dat ik het vierde gebod zonder problemen zou doorstaan, omdat mijn ouders mij veel hadden gekost. Ik had immers veel geld aan hen uitgegeven tijdens hun ziekten. Alle onderzoeken moesten namelijk betaald worden, want beiden leden vóór hun dood aan ernstige ziekten. Mijn man betaalde alle kosten, en ik zei dan: "Kijk die twee schaamtelozen eens. Ze hebben geen cent overgehouden voor hun oude dag en wij moeten een fortuin aan hen uitgeven. De ouders van mijn vrienden laten tenminste nog iets na..." De Heer liet mij zien dat ik alles alleen maar vanuit geld bekeek. Zelfs mijn eigen ouders manipuleerde ik zodra ik geld en macht had. Ik maakte zelfs misbruik van hen.
Met geld had ik mijzelf tot een god gemaakt, en zelfs mijn ouders vertrapte ik. Weet u wat mij het meest pijn deed? Hen daar te zien... Mijn vader huilde. Hij zag dat hij een goede vader was geweest, dat hij zijn dochter had geleerd hard te werken, door te zetten, ondernemend te zijn en respect af te dwingen, omdat alleen wie hard werkt vooruitkomt... Maar één ding had hij vergeten: dat ik ook een ziel had, en dat hij door zijn voorbeeld mijn evangelisator had moeten zijn. Door zijn voorbeeld begon mijn leven juist de verkeerde kant op te gaan. Nu zag hij, vanuit het vagevuur, met diepe droefheid welke verantwoordelijkheid hij tegenover God droeg. Hij was een vrouwenversierder en vertelde met trots aan mijn moeder en aan iedereen dat hij een echte "macho" was, omdat hij zoveel vrouwen had gehad en iedere vrouw kon veroveren. Bovendien dronk hij veel en rookte hij. Hij was ook een goed mens, maar hij had deze ondeugden, die hij zelf niet eens als ondeugden zag. Integendeel, hij beschouwde ze als deugden. Hij was daar erg trots op. Ik was nog maar een klein meisje, maar ik zag hoe mijn moeder huilde wanneer hij over andere vrouwen sprak. Daardoor vulde ik mij met woede en verbittering. Verbittering is het begin van de geestelijke dood. Ik voelde een verschrikkelijke woede wanneer ik zag hoe mijn vader mijn moeder in het bijzijn van anderen vernederde en haar zoveel tranen bezorgde... En zij zei niets terug. Daar begon mijn opstand.
Toen ik een tiener was, zei ik vaak tegen mijn moeder: "Ik zal nooit worden zoals jij. Jij laat de waardigheid van de vrouw met voeten treden. Daarom betekenen wij vrouwen niets. De schuld ligt bij vrouwen zoals jij, zonder waardigheid en zonder trots, die zich door mannen laten vernederen en vertrappen!" En tegen mijn vader zei ik: "Pap, luister goed. Ik zal nooit toelaten dat een man mij aandoet wat jij mama aandoet! Nooit! Als een man mij ooit ontrouw zou zijn, dan zal ik hem hetzelfde terugdoen. Dan zal hij leren hoe dat voelt!" Mijn vader sloeg mij dan en schreeuwde: "Hoe durf jij zo tegen mij te praten?!" Ik weet niet waarom mijn vader zo'n macho was. Ik zei tegen hem: "Goed, je kunt me slaan... Maar als ik ooit trouw en mijn man bedriegt mij, dan zal ik hem met gelijke munt terugbetalen, zodat mannen eindelijk begrijpen en zelf ervaren hoeveel een vrouw lijdt wanneer zij zo vernederd en vertrapt wordt!" Zo vulde ik mij met haat en bitterheid. Weet u, ik droeg zoveel woede in mij dat mijn hele leven één grote opstand werd. Ik begon te leven met het idee dat ik de vrouw moest verdedigen. Ik ging abortus, euthanasie en echtscheiding steunen. En iedere vrouw die ik kende, raadde ik aan zich te wreken wanneer haar man haar bedroog! Zelf ben ik lichamelijk nooit ontrouw geweest, maar met zulke raadgevingen heb ik heel veel kwaad aangericht in het leven van anderen.
Toen het mij financieel eindelijk goed ging, begon ik tegen mijn moeder te zeggen: "Mam, ga toch van papa scheiden. Zo'n man is toch niet uit te houden! Heb wat eigenwaarde, mam, respecteer jezelf!" Toch hield ik van mijn vader, ondanks alles. Weet u, ik hield werkelijk van hem. Mijn moeder was namelijk een buitengewoon goede vrouw. Zij heeft ons nooit, maar dan ook nooit geleerd onze vader of wie dan ook te haten... En ik? U kunt zich voorstellen hoe ik was! Ik probeerde mijn ouders ertoe te brengen te scheiden! Maar mijn moeder antwoordde altijd: "Nee, mijn dochter, dat kan ik niet. Ik lijd, dat is waar, maar ik offer mij op voor jullie, mijn kinderen. Jullie zijn met z'n zevenen en ik ben alleen. Ik offer mij op omdat jullie een vader nodig hebben. Ik zou hem nooit kunnen verlaten en jullie zonder vader achterlaten. En bovendien, als ik van hem zou scheiden, wie zou dan nog voor zijn bekering bidden? Ik ben degene die de Heer voor hem kan smeken, zodat hij gered wordt. Al het verdriet en lijden dat hij mij aandoet, verenig ik met het lijden dat Jezus aan het Kruis heeft gedragen. Iedere dag ga ik naar de kerk en voor het tabernakel zeg ik: 'Heer, dit lijden is niets. Ik verenig het met Uw Kruis, opdat mijn man en mijn kinderen gered mogen worden.' Ik vertrouw je vader toe aan Jezus, samen met de rozenkrans. De duivel probeert hem naar beneden te trekken door hem tot zonde te verleiden, maar ik trek hem omhoog met de rozenkrans. Ik breng hem voor het Allerheiligste Sacrament in het tabernakel en zeg tegen Jezus: 'Heer, hier is hij. Ik vertrouw erop dat U mij niet zult laten sterven voordat ik hem bekeerd zie. Heer, ik bid niet alleen voor mijn man, maar ook voor alle vrouwen die zich in dezelfde situatie bevinden, vooral voor degenen die, in plaats van voor hun man en hun kinderen op de knieën tot U te bidden, hun toevlucht nemen tot tovenaars en waarzeggers, of hun man ontrouw worden en zo hun eigen ziel en hun gezin uitleveren aan de klauwen van de boze. Heer, ik bid voor deze vrouwen en voor deze gezinnen.'"
Weet u, acht jaar vóór zijn dood bekeerde mijn vader zich. Hij kreeg berouw, vroeg God om vergeving en de Heer vergaf hem. Hij bevond zich in het vagevuur, in het diepste gedeelte ervan, waar hij veel moest lijden om boete te doen voor zijn zonden. Boete doen voor onze zonden nemen wij meestal niet ernstig. Wij denken er nauwelijks over na. Vaak is het inderdaad niet meer mogelijk om alles goed te maken, maar juist daarom schenkt de Heer ons de genade om door de Eucharistie boete te doen voor onze fouten. Iedere keer dat wij deelnemen aan de heilige Mis schenkt de Heer ons de genade om herstel te bieden voor het kwaad dat wij hebben gedaan. In het hiernamaals laat God ons de gevolgen zien van onze zonden en van al het kwaad dat wij onze naaste hebben aangedaan. Zelfs een boze blik of een kwetsend woord... Als wij eens konden zien hoe verschrikkelijk dat is! En hoeveel verdriet wij daar hebben over al die fouten!
In het geval van mijn vader vroeg mijn moeder hem om mijn broers aan te sporen hun zondige leven op te geven. Zij volgden namelijk het voorbeeld van hun vader: ontrouw, drankmisbruik... Zij waren een kopie van hem. Als hij naar zijn vrouw had geluisterd, dan zou dat echte boetedoening zijn geweest. Maar hij antwoordde altijd dat de jongens eerst maar van het leven moesten genieten, dat zij nog maar verloofd waren en later nog tijd genoeg zouden hebben om te veranderen. Zo gaf hij mijn broers een slecht voorbeeld en deed hij geen boete voor zijn zonden. In het vagevuur huilde hij en zei: "Ik ben gered dankzij de achtendertig jaar van gebed van deze heilige vrouw die God mij als echtgenote heeft gegeven!" Mijn moeder had achtendertig jaar lang voor hem gebeden!
Satan en zijn strategie
Wie de film The Passion of the Christ heeft gezien, herinnert zich misschien dat tijdens de geseling van Jezus een duivel verschijnt met een klein kind op zijn arm, dat eveneens een duivel is. Dat kind kijkt naar Jezus en glimlacht. Welnu, weet dat dit kind inmiddels geen kind meer is, maar een buitengewoon sluwe en kwaadaardige geest die hele volkeren in slavernij houdt door de begeerten van het vlees, door magie en door verkeerde theologieën, zoals bijvoorbeeld de leer dat de duivel niet bestaat. Kijk eens naar de sluwheid van de duivel: hij ontkent zijn eigen bestaan! Hij laat ons geloven dat hij niet bestaat, zodat hij ongestoord zijn werk kan doen. Ja, hij beïnvloedt de gedachten van mensen om hen te laten geloven dat hij niet bestaat, zodat hij hen gemakkelijker naar het verderf kan voeren. Zelfs mensen die in God geloven weet hij te verwarren. Wanneer er echte verschijningen zijn, probeert hij mensen wijs te maken dat ze vals zijn. Op duizenden manieren brengt hij mensen in verwarring en maakt hij gebruik van de zwakke plek van ieder mens. Veel katholieken die gelovig zijn en trouw naar de Mis gaan, bezoeken tegelijkertijd ook een waarzegger. De boze laat hen geloven dat daar niets verkeerds aan is en dat zij toch wel naar de hemel zullen gaan, omdat zij immers geen magie gebruiken om iemand kwaad te doen! De duivel stuurt, gebruikt en leidt dit alles volgens een zeer doordachte strategie. Weet daarom dat, zodra wij onze toevlucht nemen tot magie, of dat nu zogenaamd voor een goed of voor een slecht doel is, het beest zijn merkteken op ons drukt. Wanneer wij naar een tovenaar, een helderziende, een waarzegger, een astroloog of iemand gaan die geesten oproept, zet de duivel op al die plaatsen zijn zegel op ons.
Ik kwam zelf op zo'n plaats terecht toen ik met een vriendin meeging naar een tovenares om haar te raadplegen en mijn toekomst te laten voorspellen. Daar werd ik door het Beest gemerkt. De boze drukte zijn zegel op mij. Het ergste was dat vanaf die dag, waarop ik via die vrouw het merkteken van het kwaad ontving, mijn problemen begonnen: onrustige nachten, nachtmerries, angsten, vrees en zelfs een diepe drang om zelfmoord te plegen! Ik begreep niet waarom ik zulke gevoelens had! Ik huilde, ik voelde mij ongelukkig en vond nooit meer echte vrede. Ik bad wel, maar ik voelde de Heer ver van mij. Nooit meer ervoer ik die nabijheid van Hem die ik als kind had gekend. Natuurlijk niet! Ik had de deuren voor het Beest geopend en de boze was met kracht mijn leven binnengekomen.
Leugens en mijn eerste slecht afgelegde biecht
Toen ik nog klein was, leerde ik helaas dat leugens de beste manier waren om de vrij strenge straffen van mijn moeder te ontlopen. Zo begon ik de vader van de leugen te volgen. Ik sloot als het ware een verbond met hem en werd zo'n grote leugenaar dat, naarmate mijn zonden toenamen, ook mijn leugens steeds groter werden...
Ik wist bijvoorbeeld dat mijn moeder een diep ontzag had voor de Heer. Voor haar was de Naam van de Heer heilig, allerheiligst. Daarom dacht ik dat ik het perfecte wapen had gevonden. Ik zei dan tegen haar: "Mama, bij de goede Christus, ik zweer dat ik dat niet gedaan heb!" Zo wist ik telkens weer aan straf te ontkomen. Met mijn leugens haalde ik de Allerheiligste Naam van Christus door mijn vuil, mijn slechtheid en mijn zonden, en zo vulde ik mijn ziel met steeds meer onreinheid...
Ik leerde dat zulke woorden alles konden afweren. En wanneer mijn moeder bleef aandringen, zei ik: "Mama, luister! Moge de bliksem mij treffen als wat ik zeg een leugen is!" Dat heb ik vaak gezegd... En zie! Er ging veel tijd voorbij, maar uiteindelijk werd ik inderdaad door de bliksem getroffen. En dat ik nu hier sta, is uitsluitend te danken aan de barmhartigheid van God.
Op een dag zei mijn vriendin Estela tegen me: "Maar kijk eens, je bent al dertien en je bent nog steeds maagd?!" Ik keek haar geschrokken aan! Hoe kon dat nou...? Wat bedoelde ze daar nou mee?!
Mijn moeder had het altijd met me over het belang van maagdelijkheid; ze zei dat het om de ring van het huwelijk met de Heer ging. Maar mijn vriendin zei, met een air van superioriteit: "Mijn moeder nam me mee naar de gynaecoloog zodra ik begon te menstrueren, en nu slik ik de pil!" Ik had toen geen idee wat dat was! Dus legde ze me uit wat de anticonceptiepil is om een zwangerschap te voorkomen, en ze voegde eraan toe dat ze al met een nicht, met een vriendin, met die en die had geslapen... Een enorme lijst! Ze beweerde dat het iets heel moois was! Mijn vrienden zeiden tegen me: "Weet je er echt helemaal niets van?" Omdat ik nee had geantwoord, beloofden ze me mee te nemen naar een plek waar ze allemaal iets hadden geleerd. Ik was bezorgd: ik wist waar ze me naartoe zouden brengen! Ik begon een glimp op te vangen van een voor mij nieuwe wereld; nieuw en volkomen onbekend.
Ze namen me mee naar een bioscoop, nogal lelijk, midden in de stad, om een pornofilm te zien. Stel je de schrik eens voor! Een meisje van 13, dat toen nog niet eens een televisie thuis had! Je kunt je voorstellen hoe het was om zo'n film te zien! Ik ben bijna gestorven van schrik! Het leek wel de hel! Ik had er het liefst zo snel mogelijk vandaan willen rennen... Maar ik deed het niet, uit schaamte voor mijn vriendinnen... Maar ik wilde er zo graag weg, ik was doodsbang!
Diezelfde dag ging ik met mijn moeder naar de Mis. Ik was zo bang dat ik wilde gaan biechten. Zij bleef voor het tabernakel bidden. In de biechtstoel noemde ik mijn gebruikelijke zonden: dat ik thuis en op school mijn plichten niet had gedaan, dat ik ongehoorzaam was geweest... Dat waren ongeveer altijd dezelfde zonden. Ik ging steeds naar dezelfde priester, dus hij kende mijn fouten al min of meer. Maar die dag vertelde ik ook dat ik stiekem, zonder dat mijn moeder het wist, naar de bioscoop was gegaan. De priester schrok en riep bijna: "Zonder wie? Waar ben je naartoe gegaan?!" Beschaamd keek ik naar mijn moeder en zag dat zij rustig op haar plaats bleef bidden... Gelukkig had ze niets gemerkt! Stel je voor dat ze het had gehoord...! Ik stond boos op uit de biechtstoel, kwaad op de priester, en natuurlijk vertelde ik niet wat voor film ik had gezien! Alleen al toen ik zei dat ik stiekem naar de bioscoop was gegaan, was de priester zo geschokt. Stel je eens voor wat hij gedaan zou hebben als ik had verteld welke film ik had gezien...! ... Zou hij mij soms geslagen hebben?
Daar begon de sluwheid van Satan! Vanaf dat moment begon ik namelijk slecht te biechten. Vanaf toen koos ik zelf uit wat ik wel en niet zou biechten: "Dit vertel ik wel, maar dat niet; deze zonde biecht ik, maar die andere niet!" ... Zo begonnen mijn heiligschennende biechten! Ik ging de Heer ontvangen terwijl ik wist dat ik niet alles had gebiecht! Ik ontving Hem onwaardig! De Heer liet mij zien hoe verschrikkelijk de toestand van mijn ziel was geworden en hoe ernstig dit proces van geestelijke dood was... Zo ernstig zelfs, dat ik aan het einde van mijn leven niet meer in de duivel geloofde, of eigenlijk helemaal nergens meer in. Hij liet mij zien hoe ik als kind hand in hand met God had geleefd. Ik had een diepe relatie met Hem. Maar door de zonde liet ik stap voor stap Zijn hand los. De Heer zei mij nu dat wie Zijn Lichaam en Zijn Bloed eet en drinkt zonder waardig te zijn, zijn eigen veroordeling eet en drinkt. Ik at en dronk mijn eigen veroordeling! In het Boek des Levens zag ik hoe wanhopig de duivel was omdat ik op mijn twaalfde nog in God geloofde en nog samen met mijn moeder naar de eucharistische aanbidding ging... Het was verschrikkelijk om dat te zien.
Toen ik mijn leven van zonde begon, liet de Heer mij voelen dat ik de vrede van mijn hart verloor. Vanaf dat moment begon de strijd met mijn geweten. En wat zeiden mijn vriendinnen tegen mij? Ze zeiden: "Wat?! Gaan biechten?! Ben jij gek? Dat is toch niet meer van deze tijd! En bovendien, bij wie dan? Bij die priesters, die nog grotere zondaars zijn dan wij?!" Geen van hen ging nog biechten. Ik was de enige die dat nog deed. Er ontstond een strijd tussen wat mijn vriendinnen mij vertelden en wat mijn moeder en mijn geweten mij zeiden... Langzaam maar zeker sloeg de balans door, en mijn vriendinnen wonnen. Daarom besloot ik niet meer te gaan biechten. Ik zou niet langer biechten bij die oude mannen, die al geschokt waren alleen omdat ik naar de bioscoop was geweest!
Zie eens hoe sluw Satan is! Al op mijn dertiende had hij mij van de biecht weggehaald. Hij is een echte meester in zijn werk, weet je? Hij legt verkeerde gedachten in ons hoofd! Op mijn dertiende was Gloria Polo geestelijk al een levend lijk. Maar voor mij was het belangrijk, een reden van trots, dat ik bij dat kleine groepje vriendinnen hoorde, die zogenaamd verfijnd en ervaren waren... Als je dertien bent, denk je dat je alles weet, en alles wat met God te maken heeft is ouderwets of dom. Wat juist "in" is, is profiteren van alles...
Ik heb jullie nog niet verteld dat, toen de Stem van Jezus klonk en de demonen weggingen omdat zij die Stem niet konden verdragen, er één achterbleef. Die had van de Heer toestemming gekregen om te blijven. Deze enorme demon schreeuwde met afschuwelijke kreten: "Ze is van mij! Ze is van mij! Ze is van mij!" Alleen hij bleef achter, omdat hij degene was die mij leidde, manipuleerde en met zijn listen mijn zwakheden gebruikte om mij tot zonde te brengen! Hij was het die mij van de biecht had weggehaald! Daarom stond de Heer hem toe naast mij te blijven. Daarom schreeuwde die afschuwelijke demon dat ik van hem was en klaagde hij mij aan. Hij mocht blijven omdat ik in doodzonde gestorven was! Vanaf mijn dertiende jaar, toen ik niet meer goed ging biechten, tot aan mijn dood had ik vele slechte biechten afgelegd. Daarom behoorde ik aan die demon toe en mocht hij tijdens mijn oordeel aanwezig zijn! Stel je mijn schaamte eens voor, toen ik met afschuw mijn ontelbare zonden zag en bovendien dat afschuwelijke wezen mij hoorde aanklagen en zeggen dat ik van hem was! Het was verschrikkelijk!
De duivel hield mij weg van de biecht en beroofde mij zo van de genezing en de reiniging van mijn ziel. De zonde die ik beging was niet zonder gevolgen. Op de zuiverheid van mijn ziel drukte de boze zijn merkteken, een teken van duisternis... En die witte ziel begon zich steeds meer met duisternis te vullen. Nooit meer ontving ik de Heilige Communie op waardige wijze. Alleen voor mijn Eerste Heilige Communie had ik een goede biecht afgelegd. Daarna nooit meer. Toch bleef ik onze Heer Jezus Christus onwaardig ontvangen. Wanneer wij gaan biechten, moeten wij altijd, altijd de Heilige Geest vragen om ons te verlichten en Zijn heilig Licht te laten schijnen over de duisternis van ons verstand. Want één van de dingen die de boze doet, is ons verstand verduisteren, zodat wij denken dat niets zonde is, dat alles goed is, dat het niet nodig is om naar een priester te gaan om te biechten — en bovendien zijn zij volgens ons nog grotere zondaars dan wijzelf — en dat de biecht niet meer van deze tijd is. Natuurlijk was het voor mij veel gemakkelijker om niet meer te gaan biechten.
De abortus van mijn vriendin
Toen mijn vriendin Estela 13 jaar oud was, raakte ze zwanger. Toen ze het me vertelde, vroeg ik haar: "Maar slikte je dan niet de pil?" "Jawel," antwoordde ze, "maar die werkte niet!" "En nu...? Wat ga je doen?" Ze zei dat ze het niet wist. Ze wist niet of het op dat feestje was gebeurd, of tijdens die wandeling, of met haar vriendje!
In juni ging ze op vakantie met haar moeder. Ze was toen al vijf maanden zwanger. Toen ze terugkwam, schrok ze: ze had geen paniek, maar leek wel een lijk! Ze was heel bleek en van dat extraverte meisje dat met alles speelde, was niets meer over. Ze was niet meer dezelfde.
We gingen allebei niet graag naar de mis. Maar omdat onze school door religieuze zusters werd geleid, moesten we wel met hen mee. Er was een oude priester die de viering lang liet duren, en voor ons leken die missen een eeuwigheid te duren, ze leken nooit te eindigen. Tijdens de hele mis speelden en lachten we, zonder ook maar de minste aandacht aan de viering te schenken... Maar op een dag kwam er een nieuwe priester, heel jong en knap. We merkten op dat zo'n aantrekkelijke jongeman zonde was om priester te worden... We besloten te kijken wie van ons hem zou veroveren! Denk er maar eens over na!
De zusters gingen als eersten ter communie, en direct daarna kwamen wij, allemaal zonder te biechten! We gingen zoals afgesproken, om te kijken wie de priester zou veroveren! We moesten onze blouse voor hem openknopen, op het moment dat hij ons de communie zou geven. Degene die hem zijn hand deed trillen, zou de mooiste borsten hebben. Dat was het teken dat ze de aandacht van de priester had getrokken.
... Wat een duivelse dingen liet die boze geest ons doen! ... En wij moesten geloven dat het maar grapjes waren!
En zo was mijn vriendin Estela, toen ze terugkwam van vakantie, niet langer degene die altijd zo speels en vrolijk was. Haar gezicht was veranderd, verdrietig, heel verdrietig. Ze wilde me niets vertellen, maar op een dag, toen ik bij haar thuis was, zei ze, terwijl ze haar rok liet zakken: "Toen mijn moeder erachter kwam dat ik zwanger was, werd ze zo woedend, zo erg, dat ze me meteen bij de hand nam, me in de auto zette en me naar de gynaecoloog bracht. Daar aangekomen zei ze tegen de dokter: '...Ze is zwanger! Doe me een gunst, vraag er maar wat je wilt voor, maar ik wil dat u haar onmiddellijk opereert en dit probleem voor me oplost!' Mijn vriendin opende de kast in haar kamer en ik zag een glazen fles met een rode dop, gevuld met vloeistof... Daarin zat een volledig gevormde baby! Ik zal het nooit vergeten! Boven de dop van de fles lag het doosje anticonceptiepillen! Stel je eens voor…
Zie hoe de zonde een zieke en een geestelijk zwakke moeder zo verblindt dat ze haar dochter tot een abortus drijft en zelfs de foetus in een fles stopt, zodat ze nooit meer vergeet de pil in te nemen… En die fles in de kast laat staan, zodat ze, zodra ze de deur opent, meteen die macabere fles ziet, en daar bovenop het doosje met pillen! Gewoon macaber en absurd! Dit is wat de demon doet, wanneer we de deuren openen met zonde en ons niet reinigen in de biecht! Toen ik mijn vriendin vroeg of ze hieronder leed en of ze verdrietig was, antwoordde ze ironisch: "En waarom zou ik verdrietig zijn? Integendeel, het is nu beter nu ze me van dit probleem hebben verlost!"
Maar het was een leugen, want ze is nooit meer dezelfde geworden! Kort daarna raakte ze in een depressie! Een vreselijke depressie! … Toen begon ze LSD te gebruiken, en natuurlijk bood ze me, als haar beste vriend, wat aan, maar ik schrok ervan. Aan de ene kant had ik het graag geprobeerd, want ze vertelde me dat je je er heel goed door voelt, dat je lijkt te vliegen, op wolken te zweven, en zoveel andere wonderlijke dingen die me verleidden om het te proberen… Maar ik kon het niet! Ik bleef bang en zei nee, want de geur van het middel zou zeker aan me blijven hangen; mijn moeder, die een goed reukvermogen had, zou het ontdekken… en me vermoord hebben!
Ik heb het niet geprobeerd! De Heer liet me nu zien dat ik het niet uit angst voor mijn moeder niet heb geprobeerd, maar door Gods genade, omdat ik een moeder had die bad, en haar gebed met de rozenkrans hield me staande en weerhield me ervan zo diep te zinken.
Maar mijn vriendinnen waren niet blij, ze begonnen tegen me te praten, ze schreeuwden en waren walgend van mijn weigering… Maar ik kon het niet, ik kon het niet! Dit was een van de vele genaden die ik heb ontvangen, verdiend door een moeder vol van God, die voor mij bad en die in verbondenheid met de Heer leefde.
Het verlies van maagdelijkheid – Wat abortus is.
13 jaar gingen voorbij, 14, 15, en toen werd ik 16. Helaas leerde ik op die leeftijd mijn eerste vriendje kennen en ging ik met hem naar bed! De druk van mijn vriendinnen begon. Ik werd gezien als het zwarte schaap, omdat ik nog maagd was. Nu ik een vriendje had, begon de psychologische druk! Ik had ze beloofd dat ik, als ik eenmaal een vriendje had, wel seks zou hebben; maar daarvoor, nee! … Nu had ik geen excuses meer! Ik zei tegen mijn vriendin Estela: "Maar… En wat als ik zwanger word zoals jij?" Ze antwoordde dat ik daar niet over moest beginnen, want er waren nu andere methoden, zoals bijvoorbeeld condooms. In haar tijd bestond alleen de pil, maar nu zou ik geen problemen hebben. Ze zei dat ze me 5 pillen zou geven die ik allemaal op dezelfde dag moest innemen, en dat ik een condoom moest gebruiken… En dat er niets met me zou gebeuren.
Ik voelde me rot bij de gedachte dat ik deze belofte moest nakomen, maar ik wilde geen ruzie met ze maken.
Toen het gebeurde… besefte ik dat mijn moeder gelijk had toen ze zei dat een meisje dat haar maagdelijkheid verliest, opbrandt. Ik voelde precies dat, alsof er iets in me stierf… Alsof ik iets kwijt was, iets wat ik niet meer kon herstellen. Dat gevoel bleef bij me, samen met een enorm verdriet. Ik weet niet waarom ze zeggen dat seks mooi is! Ik weet niet waarom jongeren zeggen dat ze er plezier aan beleven! Ik vind het niet zo geweldig! In mijn land, Colombia, zie je op tv zoveel reclame over veilige seks, met het condoom, en het moedigt het gebruik ervan aan. Er is zoveel uitbuiting van seksualiteit… Ik word er zo verdrietig van als ik dat zie! Als ze het maar wisten! Als ze het maar wisten…
In mijn geval, ik verzeker je, voelde ik me heel verdrietig en was ik doodsbang om naar huis te gaan, bang dat mijn moeder zou ontdekken wat er gebeurd was! Nooit meer zou ik haar in de ogen kunnen kijken, uit angst dat ze in mijn ogen zou zien wat ik had gezien! Ik voelde woede en rebellie, op mezelf en op mijn vriendinnen, omdat ik zwak was geweest, omdat ik iets had gedaan wat ik niet wilde doen, en dat ik het alleen maar had gedaan om hen een plezier te doen…
Je moet weten dat ik, ondanks de adviezen van mijn vriendin en ondanks alle voorzorgsmaatregelen, tijdens mijn eerste relatie zwanger raakte!
Stel je de angst voor van een zestienjarig meisje dat zwanger is! (Ze huilt). Ik begon veel veranderingen in mijn lichaam op te merken… Zelfs te midden van de angst begon ik toch tederheid te voelen voor dit wezentje dat ik in mijn buik droeg!
Ik sprak met mijn vriend – later mijn man – en vertelde hem dit. Hij was verbaasd. Ik hoopte dat hij zou zeggen dat we zouden trouwen! Ik was zestien en hij zeventien. Maar hij zei dat we ons leven niet op het spel konden zetten en dat ik een abortus moest laten plegen! Heel bezorgd, verdrietig, heel verdrietig, ging ik naar mijn vriendin Estela, en zij zei tegen me: "Maak je geen zorgen! Het is niets! Onthoud dat ik het al meerdere keren heb meegemaakt! De eerste keer was ik een beetje verdrietig, de tweede keer was het al makkelijker, en de derde keer voel je helemaal niets meer!" "Maar kun je je voorstellen hoe het is als ik thuiskom en mijn moeder me met zo'n wond ziet? Ze zal me vermoorden!" "Maak je geen zorgen, tegenwoordig maken ze zulke grote wonden niet meer. De incisie die je bij mij zag was enorm omdat de baby toen ook al heel groot was, maar bij jou is hij nog heel klein, maak je geen zorgen! Er zal je niets overkomen, je moeder zal het niet eens merken!"
O, broeders, wat een verdriet! Wat een enorme pijn! Hoe de duivel ons dingen laat zien! … Alsof het niets voorstelt, alsof het onbelangrijk is! … Alsof een abortus de meest natuurlijke zaak ter wereld is! Integendeel, domme mensen voelen zich schuldig! Alsof seks iets is om te bedrijven, zonder wroeging, zonder schuldgevoel!
Maar weet je waarom de boze dit doet? Waarom hij mensen hiertoe verleidt? Omdat hij, onder andere, mensenoffers nodig heeft! Sterker nog, voor elke uitgelokte abortus verwerft Satan steeds meer macht.
Niemand kan zich de consternatie, de angst en het schuldgevoel voorstellen toen ik in dat ziekenhuis aankwam (een flink eind van mijn huis) om een abortus te ondergaan! De dokter gaf me een verdoving. Maar toen ik wakker werd, was ik niet meer dezelfde! Ze hadden dat wezen gedood, en ik was met haar gestorven! (Ze huilt).
Weet je, de Heer heeft me in het Boek des Levens laten zien wat we niet met de ogen van ons lichaam zien, en wat er gebeurt als de dokter een abortus uitvoert. Ik zag de dokter die met een soort tang de baby grijpt en in stukken breekt. Deze baby schreeuwt, met zo, zo veel kracht! Hoewel er nog geen minuut is verstreken sinds de bevruchting, is het al een volwassen ziel. We kunnen de pil van de volgende dag gebruiken, of welke andere middelen dan ook, maar we hebben altijd te maken met het doden van een baby met een volwassen ziel, volledig gevormd, want die groeit niet zoals een lichaam, maar wordt door God geschapen op hetzelfde moment dat de eicel en de zaadcel elkaar ontmoeten, op dat precieze moment! Ik zag in het Boek des Levens hoe onze ziel, zodra de twee cellen elkaar raken, een vonk van prachtig licht vormt, en dit licht leek op de zon die afkomstig is van de Zon van God de Vader. In een oogwenk is de door God geschapen ziel volwassen, rijp, naar Zijn beeld en gelijkenis! Dat kindje is immens in de Heilige Geest, die uit het Hart van God komt!
De baarmoeder van een moeder, direct na de bevruchting, licht plotseling op door de pracht van deze ziel en haar gemeenschap met God. Wanneer je dit kindje, dit leven, eruit rukt... Ik zag hoe de Heer opspringt, wanneer deze ziel uit Zijn handen wordt gerukt. Wanneer ze hem doden, huilt het kindje zo hard; de hele hemel beeft! In mijn geval, toen ik mijn kindje doodde, hoorde ik hem hard huilen, maar zo krachtig! Ik zag Jezus aan het kruis, die huilde en leed voor deze ziel, en voor alle zielen die geaborteerd worden! De Heer huilt vanaf het kruis, met zoveel pijn, zoveel verdriet...!!! Als je het had kunnen zien, zou niemand de moed hebben... om een abortus te provoceren (Ze huilt)
Nu vraag ik je, hoeveel abortussen worden er in de wereld gepleegd? Hoeveel per dag? Per maand? ... Begrijp je de omvang van onze zonde? De pijn, het lijden dat wij onze God aandoen? ... En hoe barmhartig is Hij, hoeveel Hij van ons houdt, ondanks de gruwel van onze zonden? Begrijpt u het lijden dat wij onszelf aandoen, en hoe het kwaad bezit neemt van ons leven?
Abortus is de ergste zonde; het is de meest verschrikkelijke van allemaal.
Elke keer dat het bloed van een baby wordt vergoten, is het een brandoffer aan Satan, die op deze manier nog meer macht verwerft. En deze ziel schreeuwt het uit. Ik herhaal, we hebben te maken met een volwassen ziel, ook al heeft ze nog geen ogen, geen vlees, geen gevormd lichaam... Ze is al volledig volwassen. En deze luide kreet, terwijl ze haar doden, verwoest de hele hemel. Integendeel, in de hel is het een kreet van jubel en triomf. De enige vergelijking die me te binnen schiet, is de finale van een wereldkampioenschap voetbal: stel je al die euforie voor, maar dan in een enorm stadion, zo immens dat je de grenzen niet meer ziet, vol duivels die als gekken hun triomf uitschreeuwen.
Zij, de duivels, gooiden het bloed van die baby's die ik had geaborteerd of waaraan ik had meegewerkt om ze te doden, over me heen, en mijn ziel werd zwart, pikzwart.
Na de abortussen dacht ik dat ik geen zonden meer had... Het meest trieste was echter dat Jezus me liet zien hoe ik, ook met mijn gezinsplanning, aan het doden was... Weet je waarom? Ik gebruikte een spiraaltje als anticonceptie. Vanaf mijn zestiende tot de dag dat de bliksem me trof! Ik liet het er alleen uithalen als ik zwanger wilde worden (na mijn huwelijk), om het er daarna meteen weer in te laten zetten.
Ik wil tegen alle vrouwen die een spiraaltje gebruiken zeggen: ja, het lokt abortussen uit! Ik weet dat het veel vrouwen overkomt – want het is mij ook overkomen – dat ze tijdens hun menstruatie vaak vrij grote bloedstolsels zien en veel meer pijn hebben dan normaal. We gaan naar de dokter, die er niet veel aandacht aan besteedt: hij schrijft een pijnstiller voor, een injectie als de pijn te erg is, en zegt dat we ons geen zorgen hoeven te maken, dat het normaal is, omdat het om een vreemd voorwerp gaat, maar dat er geen probleem is. Weet je wat het in werkelijkheid is? Het is een micro-abortus! Ja! Een micro-abortus! De spiraaltjes veroorzaken micro-abortussen, omdat zodra de eicel en de zaadcel samenkomen, zoals ik al zei, er vanaf dat moment een embryo wordt gevormd dat niet hoeft te groeien, omdat het al volwassen is: deze spiraaltjes voorkomen dat de bevruchte eicel zich in de baarmoeder nestelt, waardoor het embryo afsterft. Dat embryo wordt uitgestoten! Daarom hebben we te maken met een micro-abortus. Een micro-abortus is een volwassen ziel, volledig gevormd, die niet mocht leven. Het was vreselijk pijnlijk om te zien hoeveel baby's bevrucht werden, maar vervolgens werden afgestoten. Deze kleine zonnetjes, afkomstig van de Zon van God de Vader, deze goddelijke vonken, konden zich door het spiraaltje niet in de baarmoeder nestelen. Hoe ze schreeuwden, terwijl ze uit de handen van God de Vader werden gerukt omdat ze zich niet konden innestelen! Het was een afschuwelijk tafereel...! En het ergste is dat ik niet kon zeggen dat ik het niet wist!
Als ik naar de mis ging, lette ik niet op wat de priester zei. Ik luisterde zelfs niet, en als ze me hadden gevraagd welke verzen uit het evangelie waren voorgelezen, had ik niet geweten wat ik moest antwoorden. Je moet weten dat de duivels zelfs tijdens de mis aanwezig zijn om ons af te leiden, ons in slaap te sussen, ons te belemmeren om te luisteren. Welnu, tijdens een van die missen, waarbij ik volledig afgeleid was, gaf mijn beschermengel me een schok en opende hij mijn oren, zodat ik kon luisteren naar wat de priester op dat moment zei: ik hoorde hem precies spreken over spiraaltjes! Hij zei dat ze abortus veroorzaken, en dat alle vrouwen die ze gebruiken om de geboorte te beheersen, in feite een abortus plegen; dat de Kerk het leven verdedigt, en dat iedereen die het leven niet verdedigt, geen communie kan ontvangen! Dus alle vrouwen die deze methode gebruiken, kunnen geen communie ontvangen!
Toen ik die woorden hoorde, werd ik woedend op de priester! Maar wat voor dingen spoken er toch in de hoofden van die priesters? Met welk recht?! Hiervoor gaat de Kerk niet vooruit! Het is om dit en om dat dat de kerken leeg staan! Natuurlijk, omdat het niet met de wetenschap te maken heeft! Maar wie denken die priesters wel dat ze zijn? Denken ze soms dat ze al die kinderen die we zouden kunnen krijgen, van eten zullen voorzien?… Ik verliet de kerk woedend!
Het ergste was dat ik, terwijl ik voor God werd geoordeeld, niet kon zeggen dat ik het niet wist! Sterker nog, ondanks de woorden van de priester, heb ik er geen aandacht aan besteed en ben ik doorgegaan met het gebruik van het spiraaltje!
Hoeveel baby's heb ik gedood? … Dit is de reden waarom ik zo depressief was! Omdat mijn baarmoeder, in plaats van een bron van leven te zijn, veranderd was in een kerkhof, een 'slachthuis' voor baby's! Denk er eens over na: een moeder, aan wie God de immense gave heeft geschonken om leven te geven, om voor haar eigen baby te zorgen, om het te beschermen tegen alles en iedereen, juist die moeder, met al die gaven, doodt haar kleine kind…! De duivel heeft met zijn kwaadaardige strategie de mensheid ertoe gebracht haar eigen kinderen te doden. Nu begrijp ik waarom ik voortdurend bitter en depressief was, altijd humeurig en onbeleefd, met een afschuwelijke manier van doen, een boos gezicht, gefrustreerd door alles en iedereen. Natuurlijk! Zonder het te weten was ik veranderd in een machine om baby's te doden, en daarom zonk ik steeds dieper weg in de afgrond. Abortus is de ergste van alle zonden, want het doden van kinderen in de baarmoeder, het doden van een klein, onschuldig en weerloos schepsel, is Satan macht geven. De duivel geeft bevelen vanuit de diepte van de afgrond, omdat we onschuldig bloed vergieten! Een baby is als een onschuldig lam, zonder vlek... En wie is het Lam zonder vlek? Dat is Jezus! Op dat moment is de baby het beeld en de gelijkenis van Jezus! Het feit dat de moeder zelf haar eigen kind zou kunnen doden, schept een diepe band met de duisternis, waardoor er meer duivels uit de hel kunnen komen om de mensheid te vernietigen en te verstikken. Het is alsof men de zegels opent… Zegels die God heeft geplaatst om te voorkomen dat het kwaad eruit komt, maar die bij elke abortus opengaan… En zo komen er afschuwelijke larven tevoorschijn, zodat er steeds meer duivels zijn…
Ze komen tevoorschijn om de mensheid te achtervolgen en te vervolgen, en ons vervolgens tot slaven te maken van het vlees, van de zonde, van al het kwaad dat we zien, en we zullen er altijd meer zien. Het is alsof we de sleutel van de hel aan de duivels geven, zodat ze kunnen ontsnappen. En zo ontsnappen er meer duivels, van prostitutie, van seksuele afwijkingen, van satanisme, van atheïsme, van zelfmoord, van onverschilligheid… Van al het kwaad dat we om ons heen zien. En de wereld wordt elke dag slechter… Bedenk hoeveel baby's er elke dag worden gedood: het is allemaal een triomf van de boze! Zodat u weet dat, ten koste van dit onschuldige bloed, het aantal duivels buiten de hel groeit; ze circuleren vrijelijk in ons midden! Laten we schuilen! … We zondigen zonder het ons zelfs maar te realiseren! En ons leven verandert in een hel, met allerlei problemen, met ziekten, met zoveel kwaad dat ons teistert; dit alles is puur en simpel het werk van de duivel in ons leven. Maar wij, wij alleen, openen de poorten van het kwaad met onze zonde, en we staan hem toe vrijelijk in ons leven rond te circuleren. We zondigen niet alleen met abortus! … Maar het is wel een van de ergste zonden. En dan hebben we het lef om God de schuld te geven van zoveel ellende, zoveel schande, zoveel ziekten en zoveel lijden!
… Maar God, in Zijn oneindige goedheid, geeft ons nog steeds het sacrament van de Verzoening, en we hebben de mogelijkheid om ons te bekeren en onze zonde in de biecht te wassen, en zo de banden te verbreken die ons aan Satan en zijn invloed in ons leven binden. Op die manier kunnen we onze ziel reinigen. … Maar in mijn geval heb ik dat niet gedaan!
Slechte raad
Hoe vaak doden we, zelfs geestelijk? Hoeveel van ons zorgen ervoor dat onze kinderen kleren hebben, genoeg te eten en de kans krijgen om te studeren? En als ze ziek worden, rennen we meteen naar de dokter. Maar hoeveel van ons doden, vaak zonder het te beseffen, onze eigen kinderen geestelijk? Zoveel kinderen zijn verdrietig, vol bitterheid en woede omdat ze de liefde van een vader of moeder missen. Stel je een vrouw voor die naar de kerk komt en zegt: "Heer, ik dank U voor deze geweldige kinderen die U mij hebt gegeven. Ze zijn zo goed dat ze, sinds hun vader mij verlaten heeft, hem haten en alleen mij liefhebben!" Weet je wat die moeder heeft gedaan? Ze heeft haar kinderen geestelijk gedood. Haten is doden. Hoe vaak vergiftigen we onze kinderen tegen hun vader of moeder? Je kunt je niet voorstellen hoeveel verdriet dit Gods hart doet. Hij staat het niet toe.
Jezus liet me zien dat ik een vreselijke moordenaar was – niet alleen omdat ik abortus goedkeurde, maar omdat ik veel abortussen financierde. Dit was de macht die geld me gaf. Ik maakte mezelf medeplichtig. Ik zei altijd: "Een vrouw heeft het recht om te beslissen of ze zwanger wil blijven of niet." Toen zag ik het Boek van mijn Leven, en het deed me diep pijn om te zien wat ik als volwassene had gedaan. Wanneer we gif in ons dragen, kunnen we anderen niets goeds geven. Iedereen die in onze buurt komt, wordt geschaad. Drie van mijn nichten en de verloofde van een van mijn nichten kwamen vaak bij me thuis. Omdat ik geld had, gaf ik ze te eten en praatte ik met ze over mode, glamour en hoe ze hun lichaam moesten presenteren om mannen aan te trekken. Ik bedierf ze. Ik prostitueerde deze jonge meisjes met mijn advies. Dit was, na abortus, nog een vreselijke zonde. Ik zei tegen ze: "Wees niet zo naïef. Luister niet naar je moeders als ze het over kuisheid en maagdelijkheid hebben. Dat is ouderwets. Ze citeren een Bijbel van tweeduizend jaar oud. En die priesters die weigeren te moderniseren? Ze herhalen wat de paus zegt – maar de paus is ook achterhaald."
Denk eens aan het gif dat ik in die meisjes goot. Ik leerde ze dat ze met hun lichaam mochten doen wat ze wilden, zolang ze maar niet zwanger raakten. Ik legde ze zelfs uit hoe ze dat moesten doen.
Op een dag kwam de veertienjarige verloofde van mijn nicht huilend naar mijn tandartspraktijk. "Gloria, ik ben maar een meisje... en ik ben zwanger!" Ik wilde haar bijna toeschreeuwen: "Domme meid! Heb ik je niet geleerd hoe je dit kunt voorkomen?" Ze antwoordde: "Jawel... maar het werkte niet."
Weet je wat God op dat moment van me verwachtte? Hij wilde dat ik dat meisje steunde, zodat ze niet in de afgrond zou vallen, zodat ze haar kind niet zou laten aborteren. Abortus is een stroom die iemand steeds dieper in het lijden sleurt. Het laat een blijvende leegte achter en de pijn van het besef dat je het leven van je eigen kind hebt genomen. In plaats van met haar over Jezus te praten, haar aan te moedigen, te troosten en haar te helpen de baby te houden, gaf ik haar geld voor een abortus. Ja, het gebeurde in een veilige kliniek zodat ze fysiek niet zou lijden – maar geestelijk bleef de wond, en die zou de rest van haar leven blijven.
Op dezelfde manier financierde ik vele andere abortussen. En toch had ik nog steeds de brutaliteit om te zeggen dat ik nooit iemand had gedood, dat ik een goed mens was, dat ik katholiek was en dat ik het niet verdiende om op die vreselijke plek te zijn.
En dat was nog niet alles. De mensen die ik niet mocht, haatte ik. Ik sprak kwaad over hen. Ik was bedrieglijk, hypocriet en een moordenaar. Een mens wordt niet alleen gedood met een wapen. Haat, laster, afgunst, spot en elke opzettelijke daad van kwaadaardigheid doden ook.
Verzoening voor onze zonden
Zoals ik al zei, is abortus de ergste zonde in de ogen van God. Veel mensen vragen me hoe ze een abortus kunnen goedmaken. We kunnen het aardse leven van het kind niet herstellen. Maar in de Katholieke Kerk hebben we een immense gave: het Sacrament van Verzoening. In de biecht vergeeft God ons. Wat de priester op aarde loslaat, wordt in de hemel losgelaten. Eer zij God! Geprezen zij de Heer voor Zijn oneindige goedheid! Maar denk aan wat Jezus zei tegen de vrouw die op overspel betrapt was: "Ga heen in vrede en zondig niet meer."
Een andere vorm van goedmaking is het zogenaamde Doopsel van Verlangen. Zie de wijsheid van de Katholieke Kerk! Deze kleintjes treden binnen in de glorie van God. Ze worden kleine engeltjes die bidden en voor ons heil bemiddelen. Zie de schoonheid van Gods plan! Hij is in staat om zelfs uit onze grootste tragedies iets goeds voort te brengen. Niets gaat verloren. Wanneer iemand zich uitspreekt tegen abortus en daardoor, zelfs maar één kind, gered wordt, is dat ook een vorm van goedmaking. Wanneer een vrouw die een abortus heeft ondergaan oprecht berouw toont in de biecht en zich voornemt die zonde nooit meer te begaan, kan ze ook andere vrouwen helpen om voor het leven te kiezen in plaats van voor abortus. Door andere kinderen te helpen redden, doet ze diepgaande genoegdoening voor haar eigen zonde.
Mijn gebrek aan liefde voor God
Mijn relatie met God was triest. Voor mij was God Iemand tot wie ik me alleen wendde als ik een probleem had. Telkens als ik in moeilijkheden verkeerde... Uiteindelijk rende ik naar Hem toe – maar bijna altijd omdat ik geld nodig had. Mijn relatie met God was puur transactioneel. Hij was als een geldautomaat. Ik stopte er gebeden en smeekbeden in, in de verwachting dat Hij er geld voor terug zou geven. Ik wilde dat God van me hield en me alles gaf – maar altijd op mijn eigen voorwaarden. En als iemand het waagde me te vertellen dat ik in zonde leefde, wilde ik niets met die persoon te maken hebben. De duivel had mijn geweten in slaap gesust. Wanneer ik in financiële moeilijkheden zat, liep ik bij het verlaten van de kerk langs een beeld van het Kindje Jezus. Ik raakte Zijn handje aan en zei: "Luister naar me! Ik heb geld nodig. Geef me geld!"
Net zoals sommige mensen over de buik van een Boeddhabeeld wrijven om rijkdom te vragen, behandelde ik het Kindje Jezus op dezelfde manier. Kun je je zo'n brutaliteit voorstellen? Zo'n gebrek aan respect? De Heer liet me zien hoe diep mijn onverschilligheid en oneerbiedigheid Zijn Hart hadden gekwetst. Wat schaamde ik me toen ik het zag! Ja, er kwam vaak geld binnen, maar het verdween net zo snel weer. Hoe wanhopiger ik werd, hoe wanhopiger mijn situatie werd. Uiteindelijk belandde ik in een steeds slechter wordende financiële toestand.
Zo vertelde een vrouw mij dat zij iets soortgelijks had meegemaakt, maar dat zij naar een protestantse predikant was gegaan die haar was aanbevolen, en dat daarna alles beter was geworden! Zodra ik dat hoorde, vroeg ik haar meteen waar ik hem kon vinden, want ik wilde er onmiddellijk naartoe! … Zie toch hoe ontrouw ik was!
Zo ging ik naar die predikant. Hij bad voor mij terwijl hij mij de handen oplegde, en liet mij deelnemen aan hun manier van avondmaal vieren. Stel je voor: in mijn katholieke geloof ontving ik het Lichaam en Bloed van de Heer. En dan ga ik daarheen, naar die protestantse gemeenschap, en zij laten mij hun avondmaal vieren alsof het de eerste keer was!
Hun samenkomsten waren heel levendig: er werd gesprongen, geapplaudisseerd… Ik zei bij mezelf: wat zijn die katholieke priesters toch saai; zo dor en onaangenaam, en die Missen zijn zo vervelend… Er is geen vergelijking mogelijk met deze bijeenkomsten, waar je je zo goed voelt, zo vol vreugde!
Daar geloven ze niet in beelden; ze zeggen dat die afgoderij zijn. Daarom knielde ik niet langer neer voor een kruisbeeld, want dat zou afgoderij zijn. Toen ik naar die evangelische gemeenschappen begon te gaan, had ik een buurvrouw, een oude, straatarme vrouw die tegenover mijn huis woonde. Ik hielp haar door haar geld te geven om haar elektriciteits- en waterrekening te betalen, en soms deed ik boodschappen voor haar zodat zij iets te eten had. Je kunt je voorstellen hoezeer die oude vrouw aan mij gehecht was!
Maar wanneer wij God niet in ons dragen, bederven zelfs de goede werken die wij doen, net als onze zonden.
Zoals ik al zei, toen ik naar hen begon te gaan, voelde ik mij erg aangetrokken tot die evangelische bijeenkomsten; behalve de vreugde tijdens hun vieringen spraken zij er ook over hoe je verderfelijke geesten moest binden en over soortgelijke dingen.
Die oude vrouw was katholiek, maar ik maakte misbruik van de genegenheid die zij voor mij voelde. Langzamerhand wist ik haar te overtuigen, en zo begon ik haar geloof af te breken. Kortom: door mijn raadgevingen en de ideeën die ik haar in het hoofd plantte, stierf zij zonder de sacramenten te hebben ontvangen. Zij wilde ze niet meer ontvangen, omdat zij ze niet langer belangrijk vond. Zie je hoe wij invloed uitoefenen op degenen die ons nabij zijn? Wanneer er kwaad in ons leeft, sleuren wij uiteindelijk ook anderen, die ons vertrouwen, mee in dezelfde dwalingen. Kijk maar naar wat ik die oude vrouw heb aangedaan!
Maar toen die protestantse predikant mij om de tiende vroeg, werd ik woedend. In die tijd was ik immers al failliet, en om mijn ondergang compleet te maken vroegen zij mij ook nog eens tien procent van mijn inkomsten! … Zo was mijn verliefdheid op het protestantisme in één klap voorbij!
Het zesde gebod: Gij zult geen echtbreuk plegen.
Bij dit gebod dacht ik, nog steeds vervuld van trots: hier zullen ze mij niets kunnen verwijten, want ik heb nooit een minnaar gehad; ik ben altijd trouw geweest!
Inderdaad, na mijn huwelijk heb ik nooit zelfs maar één andere man een kus gegeven, alleen mijn echtgenoot. Maar de Heer liet mij zien dat ik veel te veel van mijn lichaam liet zien, wanneer ik rondliep met een diep uitgesneden decolleté, nauwsluitende kleding en de outfits die ik droeg… Ik dacht dat mannen naar mij keken omdat zij mij eenvoudigweg bewonderden… Maar de Heer liet mij zien hoe zij door mij tot zonde werden gebracht. Het ging niet om bewondering, zoals ik had gedacht, maar om verleiding, en zij werden door mij verleid. Ik maakte mij schuldig aan echtbreuk doordat ik mijn lichaam tentoonstelde. Ik begreep de gevoeligheid van de man niet. Ik dacht dat zij net zo dachten als ik en dat zij bij het zien van mij alleen maar zouden zeggen: „Wat heeft zij een mooi lichaam!” Maar in werkelijkheid zondigden zij door mijn toedoen. Ik ben mijn man nooit ontrouw geweest door mij in de armen van een andere man te werpen, maar in mijn geest was ik als een prostituee. Bovendien dacht ik er voortdurend aan dat, als mijn man mij ooit ontrouw zou zijn, ik wraak moest nemen. Hetzelfde raadde ik andere vrouwen aan wanneer zij ontdekten dat hun man hen had bedrogen. „Wees geen dwaas! Neem wraak, vergeef hem niet. Laat zien wat je waard bent! Daarom worden wij vrouwen immers zo vernederd door mannen, zo met voeten getreden!” Weet je, met zulke raadgevingen hebben mijn vriendinnen en ik ervoor gezorgd dat een van onze vriendinnen van haar man scheidde. Zij had haar man op kantoor betrapt terwijl hij de secretaresse kuste. Wij hebben haar met onze raadgevingen verhinderd zich met hem te verzoenen, hoewel hij oprecht berouw had en haar om vergiffenis smeekte. Zij wilde hem zelfs vergeven, omdat zij van hem hield, maar wij stonden het niet toe. Uiteindelijk zijn zij gescheiden, en twee jaar later trouwde zij voor de burgerlijke stand met een Argentijn. Begrijp je dat? Door zulke raad te geven, werd ik in mijn hart zelf een echtbreekster. Jezus liet het mij zien, en ik zag duidelijk hoe afschuwelijk de zonden van het vlees zijn, omdat de mens zichzelf daardoor veroordeelt, ook al beweert de wereld dat er niets aan de hand is.
Mijn hele leven heb ik maar één man gehad, mijn echtgenoot; maar de zonden liggen ook in de gedachten, in de woorden en in de daden. Het was zeer pijnlijk om te zien hoeveel kwaad de zonde en de echtbreuk van mijn vader ons hadden berokkend. In mijn geval maakte dat van mij een verbitterd mens; ik raakte vervuld van wrok tegenover mannen, terwijl mijn broers trouwe kopieën van mijn vader werden. Denken zij soms dat het een eer is zich zo mannelijk voor te doen? Zij zijn vrouwenversierders, zij drinken, en zij beseffen niet welk kwaad zij hun eigen kinderen aandoen. Daarom huilde mijn vader in het Vagevuur bitter, toen hij de gevolgen zag van zijn zonde en van het voorbeeld dat hij hun had gegeven.
Wij veroordelen onszelf door een losbandig leven te leiden, omdat wij dan leven alsof wij dieren zijn: muizen, honden… hier en daar…
Het Zevende Gebod: Gij zult niet stelen
Ook lasteren is stelen. Stel je eens voor dat ik zei dat ik nooit had gestolen. Ik beschouwde mijzelf als eerlijk; maar ik bestal God! Ja, ik bestal God. Ik ben geschapen en geboren om mee te werken aan een betere wereld, om bij te dragen aan de uitbreiding van het Koninkrijk der Hemelen op aarde. Maar niet alleen heb ik die opdracht niet vervuld, ik gaf ook slechte raad en bracht veel mensen schade toe. Ik wist de talenten die God mij had gegeven niet te gebruiken. Dus stal ik… ja, ik heb werkelijk gestolen! Van hoeveel mensen heb ik hun goede naam gestolen door laster te verspreiden en roddels verder te vertellen? Je kunt je niet voorstellen hoe verschrikkelijk de zonden van onze tong zijn! … En hoe moeilijk het is om die te herstellen…!
Hoe kun je iemands eer herstellen nadat je roddels of laster hebt verspreid? Hoe geef je die persoon zijn goede naam terug? Ja, dat is moeilijk! Daarom hebben degenen die iemand met hun woorden kwaad hebben gedaan in het Vagevuur zoveel te lijden. Bijna iedereen gebruikt zijn tong om te bekritiseren, te vernietigen, te beledigen en de goede naam van anderen te verwoesten. Die tongen zijn daar beneden de oorzaak van een onvoorstelbaar lijden! Ze branden!!! Wat branden ze verschrikkelijk! Je kunt het je niet voorstellen! De Heer liet mij zien hoe wij onszelf bedriegen met de oordelen die wij over anderen vellen. Terwijl wij bijvoorbeeld met minachting neerkijken op een prostituee, kijkt de Heer haar aan met oneindige Liefde, met oneindige Barmhartigheid. Hij ziet in haar hart, Hij kent haar hele leven en weet wat haar tot prostitutie heeft gebracht. Weet je dat velen van hen zo leven door onze zonden, ook door onze minachting en ons gebrek aan liefde voor de naaste? Heeft ooit iemand een prostituee de hand gereikt om haar te helpen? Of iemand die op diefstal betrapt was? Wij gaan door het leven terwijl wij anderen beoordelen, hun fouten en gebreken zien en hen veroordelen. Maar wanneer wij iemand iets verkeerds zien doen, laten wij dan ten minste zwijgen, onze knieën buigen en voor die persoon bidden. Soms kunnen wij niets anders doen, maar God kan alles. Laten wij haar niet veroordelen, haar niet bekritiseren, want anders zondigen wij meer dan zij. Wij mogen nooit vals getuigenis afleggen, noch eraan meewerken dat het zich verspreidt, noch oordelen, noch liegen, want zo beroven wij onze naaste van zijn vrede. En wees voorzichtig, want een leugen blijft altijd een leugen. Er bestaan geen grote of kleine leugens, geen groene, gele of rode leugens: liegen is altijd ernstig, en de vader van de leugen is Satan.
In mijn geval: al die leugens… waarvoor eigenlijk? Mijn leven werd volledig blootgelegd in het Licht van God. En jij? … Maar weet dat aan de overkant niemand naar voren stapt om te pleiten of iets op te eisen… Daar zijn alleen jouw geweten en God!
Tijdens mijn oordeel waren bijvoorbeeld mijn ouders aanwezig om mijn leugens te zien, maar mijn moeder beschuldigde mij niet. Zij keek mij alleen aan met oneindige tederheid. Mijn grootste leugen was echter dat ik mijzelf had voorgelogen door te zeggen dat ik niet had gedood, niet had gestolen, dat ik een goed mens was, dat ik nooit iemand kwaad had gedaan, dat God niet bestond en dat ik toch wel naar de Hemel zou gaan! Wat een ontzettende schaamte heb ik toen ervaren!
De Heer liet mij vervolgens zien hoe er in mijn huis voedsel werd verspild, terwijl er in andere huizen in de wereld honger werd geleden. En Hij zei tegen mij: „Kijk: Ik had honger, en zie wat jij hebt gedaan met wat Ik je gegeven heb: je hebt het verspild. Ik had honger, en zie wat jij hebt gedaan, slaaf van de mode en van wat de mensen over je dachten, slaaf van de schijn: je kocht merkkleding, sieraden; je gaf zelfs honderdvijftigduizend peso uit voor elke injectie om slank te blijven, slaaf van je lichaam… Je hebt er zelfs een afgod van gemaakt. Kijk hoeveel mensen niets hebben om zich te kleden of om te eten; zij weten niet eens hoe zij hun rekeningen moeten betalen.”
… Jezus liet mij de honger van mijn broeders zien en hoe ook ik medeverantwoordelijk was voor die honger en voor de omstandigheden waarin mijn land en de wereld zich bevonden… Want wij zijn allemaal verantwoordelijk! Hij liet mij zien dat ook ik daaraan had bijgedragen, omdat iemand, over wie ik kwaad had gesproken, daardoor zijn werk en het levensonderhoud van zijn gezin had verloren. Ik had hem zijn eer en goede naam ontnomen. En hoe zou ik hem die ooit kunnen teruggeven? Hij liet mij zien dat het gemakkelijker is gestolen geld terug te geven, omdat je het eenvoudig kunt teruggeven en zo de zonde kunt herstellen. Maar wanneer je iemands goede naam hebt geroofd en de laster zich eenmaal heeft verspreid, wie kan die persoon dan zijn eer nog teruggeven? Je berokkent hem daardoor zoveel kwaad, op zijn werk en in zijn relaties met andere mensen! Huwelijken gaan eraan kapot! Zoveel kwaad! Zoveel kwaad!
En bovendien beroofde ik mijn kinderen van de genade een moeder thuis te hebben, een tedere, liefdevolle moeder die van hen hield en hen begeleidde! Maar in plaats daarvan…! De moeder was afwezig, de kinderen bleven alleen achter met mama televisie en papa computer, met hun videospelletjes… En ik dacht nog dat ik de perfecte moeder was. Ik verliet het huis om vijf uur 's morgens en kwam niet vóór elf uur 's avonds terug.
Om mijn geweten gerust te stellen, kocht ik voor hen merkkleding en alles wat zij maar wilden hebben.
Ik schrok diep toen ik mijn moeder zichzelf zag afvragen waar zij een fout had gemaakt… Wat had zij wel of niet moeten doen in mijn opvoeding? Zij was een heilige vrouw, die ons volgens de Heer had opgevoed en Zijn beginselen in ons hart had geplant; en mijn vader was voor ons een goede vader. Toen dacht ik bij mijzelf: wat zal er dan van mij worden, nu ik niets van dit alles voor mijn eigen kinderen heb gedaan? Met angst vroeg ik mij af: wat zal er gebeuren wanneer God mij zal oordelen over mijn kinderen? Wat een schrik! Wat een onmetelijk verdriet! Ik beroofde mijn kinderen van hun vrede: nu zie ik dat in het Boek des Levens. Ik schaamde mij diep! … In het Boek des Levens zien wij alles, heel ons leven als een film aan ons voorbijtrekken. Wat deed het pijn mijn kinderen te horen zeggen: „Laten we hopen dat mama laat thuiskomt! Laten we hopen dat er veel verkeer is, zodat ze nog later thuiskomt! Want ze is zo vervelend, zo onaangenaam, en als ze thuiskomt is ze alleen maar aan het mopperen en schreeuwen!” Wat een verdriet, broeders! Een kind van drie jaar, en de anderen iets ouder, die zulke dingen zeggen! Hopen dat hun moeder niet thuiskomt! Ik beroofde deze kinderen van een moeder. Ik ontnam hun de vrede die ik thuis had moeten brengen. Ik leefde niet zo dat zij door mij God zouden leren kennen of hun naaste zouden leren liefhebben. Maar ik kon ook niet geven wat ik zelf niet bezat: ik had mijn naaste niet lief! En als ik mijn naaste niet liefheb, heb ik ook de Heer niet lief. Want God is Liefde…
Ook liegen is stelen. En daarin was ik een expert, weet je? Want Satan was mijn vader geworden. Je kunt namelijk maar één vader hebben: God of Satan. Als God Liefde is en ik haat was, wie was dan mijn vader? Als God mij leert te vergeven en lief te hebben wie mij kwaad doen, terwijl ik zei: „Wie mij dat aandoet, zal ervoor boeten”, dan was ik wraakzuchtig, een leugenaar; en als Satan de vader van de leugen is, wie was dan mijn vader? Een leugen blijft een leugen, en Satan is daarvan de vader. De zonden van de tong zijn verschrikkelijk! Ik zag al het kwaad dat ik met mijn tong had aangericht, wanneer ik kritiek leverde, iemand belachelijk maakte of spotnamen gaf. Wat leed die persoon daaronder! Hoe diep zo'n spottende bijnaam iemand kon kwetsen en enorme minderwaardigheidsgevoelens kon veroorzaken, die een mens volledig konden breken! Zo noemde ik iemand die zwaarlijvig was voortdurend „dik”, waardoor zij leed, en juist door dat ene woord ging zij uiteindelijk zichzelf te gronde richten.
Ik zal jullie hierover nog iets vertellen. Toen ik dertien jaar oud was, hoorde ik bij een groepje vriendinnen waarvan het als een eer werd beschouwd deel uit te maken… een groepje verfijnde en zogenaamd ervaren meisjes. De Heer liet mij zien hoe dit gezelschap van „keurige meisjes” een klasgenote geestelijk heeft gedood. In onze klas zat een zwaarlijvig meisje. Mijn vriendinnen begonnen haar te treiteren en uit te lachen. Zij noemden haar beledigende namen, zoals dikke zeehond, olifant en nog veel meer. Wij dreven de spot met haar. Ook ik deed daaraan mee, alleen maar om niet buiten de groep te vallen. Nu zag ik in het Boek des Levens hoe dit arme meisje steeds meer complexen kreeg vanwege haar overgewicht. Zij keek in de spiegel en vond zichzelf telkens weer lelijker. Langzaam begon zij ons te haten, maar ook zichzelf; hoe vaker zij zichzelf bekeek, hoe meer zij zichzelf verachtte. En haat is dood, dood voor de ziel. In haar wanhoop dronk dat meisje op een dag een hele fles jodium, in de hoop daardoor af te vallen! Maar weet je wat er gebeurde? Weet je hoe zij eraan toe was door dat jodium? Zij werd bijna blind! Zij liep een zware vergiftiging op en bleef bijna blind! Daarom kwam zij niet meer terug naar school. En wij? Het kon ons niets schelen! Wij zagen haar niet meer en hadden er geen belangstelling voor waarom zij was verdwenen.
Daarom zeg ik jullie, broeders, dat collectieve zonden zeer ernstig zijn, de ernstigste van allemaal. Want het zijn onze zonden, persoonlijke zonden! De zonde van dat meisje was ook onze zonde. Ook de zonde van de gemeenschap is jouw zonde, omdat jij niets hebt gedaan om het te voorkomen! En dat geldt niet alleen voor persoonlijke zonden, maar ook voor de zonden van de mensheid, waarvoor jij niets hebt gedaan om ze te verhinderen.
De macht van het woord…! Wij hebben dat meisje vernietigd door haar spotnamen te geven; de duivel kreeg toegang en richtte haar te gronde. Vervolgens kan zij op haar beurt anderen vernietigen door haar haat. Zo ontstaan de ketens van het kwaad. Waar haat is, daar is de boze. Zo hebben wij een klasgenote vermoord. Wij hebben haar ziel gedood!
Twintig jaar later… Ik had een heel knappe nicht; ik leerde haar hoe zij zich moest kleden, hoe zij haar lichaam aantrekkelijk kon laten uitkomen, hoe zij make-up moest gebruiken, enzovoort. Op een dag liep zij zeer ernstige brandwonden op: meer dan zeventig procent van haar lichaam was verbrand. Alleen haar gezicht was gespaard gebleven. Haar toestand was kritiek; zij had kunnen sterven.
Ik werd woedend, ik keerde mij in razernij tegen God. Ik ging de ziekenhuiskapel binnen en zei: „God, als U bestaat, bewijs het mij dan! Laat mij zien dat U bestaat, red haar!” Stel je mijn hoogmoed eens voor! Welnu, mijn nicht bleef in leven. Maar zij bleef zwaar verminkt achter, met ernstige littekens over haar hele lichaam. Haar handen waren misvormd… Het was hartverscheurend. In die tijd had ik het financieel goed, en soms nam ik haar mee uit, bijvoorbeeld naar het zwembad. Maar zodra ik met haar het water inging, gingen de andere mensen weg. Zij protesteerden en zeiden: „Wat afschuwelijk! Waarom neemt u dat mens mee naar buiten? Ze bederft onze vakantie!”
Dat zeiden de mensen die haar zagen! Zo slecht, zo verdorven en zo egoïstisch kan de mens zijn wanneer hij zo spreekt over het ongeluk van een ander. Daardoor wilde mijn nicht uiteindelijk het huis niet meer uit. Zij werd bang voor mensen! En tenslotte ging zij hen haten! (Zij huilt.) De Heer laat ieder van ons zien wat er gebeurt wanneer wij een broeder belachelijk maken, zonder ook maar een spoor van medelijden. Welk recht heb jij om iemand te laten lijden, om spotnamen te geven en iemand met beledigende woorden aan te spreken, terwijl je niet eens weet wat die persoon doormaakt? Welk recht heb jij om zo wreed te zijn? God zal je laten zien hoeveel mensen je alleen al met woorden hebt vermoord! Dan zul je de verschrikkelijke macht zien die het woord heeft om zielen te doden.
En toch, als ik voor het Allerheiligste Sacrament zou gaan en de genade van genoegdoening voor mijn zonden zou afsmeken, dan zou God de ziel van mijn nicht genezen. Want onze God is Liefde, en naarmate wij de deuren voor het kwaad sluiten, opent Hij voor ons de deuren van Zijn zegen. Toen de Heer mij het onderzoek volgens de Tien Geboden gaf, liet Hij mij zien dat ik met mijn woorden zei dat ik God liefhad en aanbad… terwijl ik in werkelijkheid Satan aanbad. Ik bekritiseerde alles en iedereen; en toch wees iedereen met de vinger naar „de heilige Gloria”… Hij liet mij de keren zien dat ik zei dat ik God en mijn naaste liefhad, terwijl ik vals en jaloers was… Hij liet mij zien hoe ik mijn ouders nooit dankbaar was geweest en hun nooit had bedankt voor alles wat zij hadden gedaan om mij een beroep te laten leren, zodat ik iets van mijn leven kon maken; voor alle inspanningen en offers die zij voor mij hadden gebracht… Dat alles zag ik niet. Zodra ik mijn beroep begon uit te oefenen, werden zij in mijn ogen zelfs minderwaardig… Zozeer zelfs dat ik mij schaamde voor mijn moeder, vanwege haar eenvoud en armoede. Zie eens hoe laag dat is.
God liet mij mijn hele leven zien in het licht van de Tien Geboden: Hij toonde mij hoe ik tegenover mijn naaste was geweest en hoe ik tegenover Hem had geleefd.
Liefde tot de naasten
Nooit, nooit heb ik liefde of medelijden gehad met mijn naaste, met mijn broeders en zusters om mij heen. Ik dacht werkelijk nooit aan de zieken, aan hun eenzaamheid, aan kinderen zonder moeder, aan wezen… Terwijl er zoveel kinderen zijn die lijden, zoveel pijn kennen, had ik kunnen zeggen: „Heer, laat mij hen bijstaan in hun lijden…” Maar nee. Helemaal niets! Mijn hart van steen stond nooit stil bij het leed van anderen. Het ergste was dat ik nooit iets deed uit liefde voor mijn naaste! … Ik betaalde bijvoorbeeld de boodschappen van veel mensen in de supermarkt die het geld niet hadden en in nood verkeerden, maar ik deed dat niet uit liefde. Ik had geld, en het kostte mij niets. Ik deed het omdat ik wilde dat iedereen mijn gebaar zou zien, zodat men zou zeggen dat ik goed was, dat ik een heilige was. En wat wist ik handig gebruik te maken van de nood van anderen! Ik gaf nooit iets zomaar! Integendeel, ik zei: „Ik doe dit voor jou, maar doe jij dan in ruil een gunst voor mij. Ga jij in mijn plaats naar de school van mijn kinderen, naar de ouderbijeenkomsten, want ik heb geen tijd… Breng voor mij de enveloppen met de rekeningen van de auto weg… Doe dit voor mij, doe dat voor mij…” Zo manipuleerde ik iedereen. Ik deed werken van barmhartigheid om er iets voor terug te krijgen, nooit omdat iemand werkelijk hulp nodig had. Bovendien genoot ik ervan veel mensen om mij heen te hebben die zeiden dat ik goedhartig en vrijgevig was, ja zelfs een heilige. En inderdaad, sommigen zeiden dat ook, mensen die mij heel goed kenden! Bij het onderzoek dat Jezus mij gaf volgens de Tien Geboden zag ik hoe al mijn kwaad voortkwam uit hebzucht. Ik was verblind door mijn verlangen naar geld, heel veel geld, omdat ik dacht dat ik gelukkiger zou zijn naarmate ik rijker werd. Wat jammer dat juist de tijd waarin ik veel geld bezat de slechtste periode voor mijn ziel was, zó erg dat ik zelfmoord wilde plegen. Ondanks al mijn rijkdom voelde ik mij eenzaam, leeg, verbitterd en diep teleurgesteld. Die hebzucht, dat verlangen naar geld, was de weg waarlangs de boze mij bij de hand nam om mij steeds verder van de Heer te verwijderen. Hij zei tegen mij: „Jij had een god, en die god was het geld. Daardoor heb jij jezelf veroordeeld. Daardoor ben jij in de afgrond gestort en heb jij je van je Heer verwijderd.”
Toen Hij tegen mij zei: „Jouw god was het geld”… hadden wij inderdaad ooit veel geld gehad, maar op dat moment zaten wij diep in de schulden en hadden wij geen cent meer. Daarom riep ik uit: „Maar welk geld dan?! Wat ik op aarde heb achtergelaten, zijn niets anders dan schulden!…”
Bij mijn onderzoek volgens de Tien Geboden ben ik voor geen enkel Gebod geslaagd! Verschrikkelijk!!! Wat een angst!!! Ik leefde in een volslagen chaos! … Maar hoe kon dat? … Ik?! Ik, die nooit iemand had vermoord?! Die nooit iemand kwaad had gedaan?! Dat was tenminste wat ik dacht… En toch was het zo: ik had zóveel mensen gedood!
Het Boek des Levens
Na het onderzoek volgens de Tien Geboden liet de Heer mij het Boek des Levens zien. Ik zou de woorden willen hebben om het te kunnen beschrijven. Wat een wonder! Wij zien heel ons leven, onze daden en de gevolgen ervan, of die nu goed of slecht zijn, voor onszelf of voor anderen. Onze gevoelens en gedachten, én die van anderen. Alles ontvouwt zich als een film. Het begint vanaf het ogenblik van de bevruchting: wij zien ons leven vanaf dat eerste moment ontstaan, en vanaf daar neemt God ons bij de hand en toont Hij ons heel ons bestaan. Op hetzelfde ogenblik van de bevruchting is er als het ware een vonk van goddelijk Licht, een prachtige explosie, en een ziel wordt gevormd, wit… Maar niet wit zoals wij dat kennen! Ik gebruik die kleur alleen omdat zij er nog het meest op lijkt, maar zij is zo schitterend dat woorden onmogelijk haar schoonheid en glans kunnen beschrijven. De ziel is zo mooi, zo vol licht, zo betoverend, stralend en vervuld van de Liefde van God… Een overweldigende Liefde van God. Ik weet niet of je ooit hebt opgemerkt dat pasgeboren baby's vaak zomaar glimlachen en kleine geluidjes maken of brabbelen. Weet je waarom? Zij spreken met God! Ja, want zij zijn volledig ondergedompeld in de Heilige Geest. Ook wij zijn daarin ondergedompeld, maar het verschil is dat zij in hun onschuld weten hoe zij Gods aanwezigheid kunnen ontvangen en beleven.
Je kunt je niet voorstellen hoe wonderlijk het was om het ogenblik te zien waarop God mij schiep in de schoot van mijn moeder. Mijn ziel rustte in de Hand van God de Vader! Ik leerde God de Vader kennen als oneindig mooi, wonderbaarlijk, teder, zorgzaam en liefdevol; Degene die vierentwintig uur per dag voor mij zorgde, die mij liefhad, mij beschermde en mij telkens weer kwam opzoeken wanneer ik mij van Hem verwijderde, met een oneindig geduld. Ik had altijd alleen maar straf gezien, terwijl Hij niets anders was dan Liefde, enkel Liefde. Want Hij kijkt niet naar het vlees, maar naar de ziel, en Hij zag hoe ik steeds verder van de redding afdwaalde.
Mijn moeder was al zeven jaar getrouwd en had nog steeds geen kinderen gekregen. In die periode leed zij erg onder het ontrouwe leven van mijn vader. Zij was zeer bezorgd en diep bedroefd toen zij ontdekte dat zij zwanger was. Zij huilde van grote angst en verdriet. Dat had zo'n diepe uitwerking dat het mij innerlijk tekende, zózeer dat ik mijn hele leven het gevoel had dat mijn moeder mij niet liefhad! En toch was zij altijd zo liefdevol en goed voor mij; zij gaf mij voortdurend liefde en genegenheid. Maar ik bleef volhouden dat zij niet van mij hield en leefde mijn hele leven met dat minderwaardigheidsgevoel. Daarom zijn juist de Sacramenten de Genade van God die voor ons zorgen. Toen ik werd gedoopt, had je eens moeten zien welk feest er in de Hemel was! Een klein kind ontvangt op zijn hoofd het zegel, het Zegel van de kinderen van God! Het is een vuur! Het vuur van het toebehoren aan Jezus Christus.
Maar ik zag in het Boek des Levens hoe ik, al vanaf mijn kinderjaren, de gevolgen begon mee te dragen van de zonden van mijn vader binnen het huwelijk: zijn leugens, zijn drankmisbruik, zijn ontrouw en het verdriet van mijn moeder. Dat alles tekende mij en bracht verkeerde gevoelens, emotionele wonden en gedragsstoornissen in mij voort.
De talenten
De Heer zei tegen mij: „Wat heb jij gedaan met de talenten die Ik je heb gegeven? … Niet met die uiterlijke dingen die heerlijk roken naar dure parfums, met kleding die je nooit hebt gedragen!”
Talenten?! Ik was in de wereld gekomen met een zending: het Rijk van de Liefde te verdedigen. Maar ik was vergeten dat ik een ziel had, laat staan dat ik talenten bezat of dat ik mij in de barmhartige Handen van God bevond. Ik wist niet eens dat al het goede dat ik had nagelaten te doen Onze Heer zoveel verdriet had gedaan. Ik zag de werkelijk schitterende talenten die God in mijn leven had gelegd. Wij zijn allemaal, broeders, van onschatbare waarde voor God. Hij houdt van ons allemaal, en van ieder van ons persoonlijk. Ieder van ons heeft een zending in deze wereld. Ik zag hoe bezorgd de duivel was om de talenten die God in ons heeft gelegd, omdat zij bestemd waren voor de dienst van de Heer.
Weet je waarvoor de Heer mij het meest ter verantwoording riep? Voor mijn gebrek aan liefde en naastenliefde. Hij zei tegen mij: „Jouw geestelijke dood begon op het moment dat jij je niet meer liet raken door het lijden van je naaste, terwijl jij zelf ook leed hebt gekend. Je leefde, maar je was dood.” Als je eens kon zien wat geestelijke dood werkelijk is! Een ziel die haat, is afschuwelijk om te zien: lelijk, verbitterd, afstotelijk; zij verspreidt onrust en doet iedereen pijn. Het is verschrikkelijk om onze ziel te zien wanneer zij vol zonden is… Ik zag de mijne: getekend… Vanbinnen verspreidde zij een afschuwelijke stank en was zij in de afgrond weggezonken. Daarom was er zoveel depressie en bitterheid. De Heer zei tegen mij: „Jouw geestelijke dood begon toen jij geen medelijden meer had met je broeders. Overal zag je hun beproevingen, of je hoorde via de media over moorden, ontvoeringen… Maar jij bleef als een steen! Met je mond zei je alleen: ‘Ach, die arme mensen.’ Maar je hart werd niet geraakt; vanbinnen voelde je niets. Je had een hart van steen, en het was de zonde die het had verhard.”
Nu zal ik jullie vertellen hoe de Heer mij de talenten liet zien.
Je moet weten dat ik nooit naar het nieuws op televisie keek, omdat ik er niet tegen kon zoveel dood en ellende te zien… Ik was alleen geïnteresseerd in de laatste onderdelen: diëten, horoscopen, mentale kracht, energieën en allerlei boodschappen van die aard… Al die dingen waarvan de duivel zich bedient om ons af te leiden en te misleiden… Nu liet de Heer mij in het Boek des Levens zien hoe Hij op een dag, in Zijn goddelijke voorzienigheid, ervoor zorgde dat de programma's vertraging opliepen. Ik zette de televisie aan terwijl het journaal nog niet afgelopen was. Ik zag een eenvoudige boerin die huilde bij het lichaam van haar man.
Ik moet jullie zeggen, broeders, dat de duivel ons laat wennen aan het verdriet van anderen. Hij laat ons naar hun lijden kijken alsof het ons niets aangaat. Wij denken dan: laat degenen die in moeilijkheden verkeren zichzelf maar redden, het is mijn probleem niet. Welnu, de Heer liet mij zien hoeveel pijn het Hem doet wanneer journalisten zich alleen bezighouden met het sensationele nieuws, zonder zelf bewogen te zijn. Zij denken alleen aan het verkopen van het nieuws en maken zich in dat geval niet werkelijk druk om die vrouw! Toen ik de televisie aanzette en die boerin zag huilen, voelde ik diep medelijden met haar lijden; ik was werkelijk geraakt door die arme vrouw. Dat was de Heer die dit mogelijk maakte! Ik luisterde aandachtig naar wat er werd verteld en ontdekte dat het gebeurde in Venadillo, Tolima: mijn geboorteplaats…! Maar onmiddellijk daarna begonnen de gewone programma's, waarin men sprak over een wonderdieet, en ik vergat die boerin volledig, omdat ik veel meer geïnteresseerd was in dat dieet… Ik heb nooit meer aan haar gedacht!
Degene die haar niet vergat, was Onze Heer! Hij liet mij de pijn en het verdriet van die vrouw voelen, omdat Hij wilde dat ik haar zou helpen. Dat was het ogenblik waarop ik de talenten had moeten gebruiken die Hij mij had gegeven. Hij zei tegen mij: „De pijn die jij voor haar voelde, was Ik, die jou opriep haar te helpen. Ik was het die het nieuws liet uitlopen, zodat jij dit zou kunnen zien. Maar je was niet eens in staat één minuut lang je knieën te buigen en voor haar te bidden! Je liet je afleiden door dat dieet en dacht daarna niet meer aan haar!”
De Heer liet mij de situatie van die vrouw zien. Zij behoorde tot een eenvoudig boerengezin. Allereerst hadden zij haar man bevolen het huis waarin zij woonden te verlaten. Hij antwoordde dat hij niet zou vertrekken. Toen kwamen er enkele mannen om hem met geweld te verdrijven. Die eenvoudige boer zag hen op zich afkomen en besefte dat zij gewapend waren en van plan waren hem te doden. Ik zag heel het leven van die man; ik zag en voelde de angst en de benauwdheid die hij doormaakte. Ik zag hoe hij zijn kinderen en zijn vrouw verborg onder enkele grote aardewerken voorwerpen. Daarna zag ik hem vluchten, maar de mannen achtervolgden hem. Weet je wat zijn laatste gebed was? „Heer, zorg voor mijn vrouw en mijn kleine kinderen. Aan U vertrouw ik hen toe!” En toen doodden zij hem! Hij viel dood op de grond neer. Op het moment dat de schoten klonken, liet de Heer mij de pijn voelen van die vrouw en van haar kleine kinderen, die niet eens durfden te schreeuwen. (Zij huilt.)
Zo laat de Heer ons de pijn zien die Hij Zelf voelt en het lijden van anderen. Maar wij houden ons vaak alleen bezig met onze eigen zaken en bekommeren ons nauwelijks om onze broeders en hun noden! (Zij blijft huilen.) Weet je wat de Heer van mij verlangde? Hij wilde dat ik op mijn knieën zou gaan en voor dat gezin, voor die moeder en haar kinderen, voorbede zou doen! God zou mij hebben ingegeven hoe ik hen kon helpen! En weet je hoe eenvoudig dat was? Ik hoefde slechts een paar stappen te zetten naar een priester die tegenover mijn huis woonde en hem te vertellen wat ik op televisie had gezien. Die priester was bevriend met de pastoor van dat dorp, Venadillo, Tolima, en beschikte in Bogotá over een opvanghuis; hij zou die vrouw geholpen hebben.
Weet je waarvoor wij ons tegenover God als eerste moeten verantwoorden, nog vóór de zonden die wij hebben bedreven? Voor de zonden van nalatigheid! Die zijn zó ernstig! Je kunt je niet voorstellen hoe ernstig! Op een dag zul je het zelf zien, zoals ik het heb gezien! Deze zonden doen God huilen! Ja, God huilt wanneer Hij Zijn kinderen ziet lijden door onze onverschilligheid en ons gebrek aan liefde voor de naaste; doordat zovelen lijden en wij niets voor hen doen! De Heer zal het ons laten zien, Hij zal iedereen de gevolgen tonen van de zonde van onze onverschilligheid tegenover het lijden van anderen. Zoveel leed in de wereld is het gevolg van onze onverschilligheid, onze ongevoeligheid en de hardheid van ons hart.
Om het kort samen te vatten: die eenvoudige boerin sloeg op de vlucht met haar kinderen, omdat men ook haar wilde doden. Zij zocht hulp bij de priester van haar dorp. De pastoor zei, diep bedroefd: „Mijn dochter, je moet vluchten, want als zij je vinden, zullen zij je doden!”
In grote haast deed hij wat hem het beste leek. Vol bezorgdheid stuurde hij haar naar Bogotá; hij gaf haar wat geld mee en enkele aanbevelingsbrieven.
Zij vertrok onmiddellijk. Met die brieven meldde zij zich op de verschillende adressen die de pastoor haar had gegeven, maar niemand wilde haar opnemen! Weet je waar zij uiteindelijk terechtkwam? Weet je wie die vrouw ten slotte hielpen? Degenen die haar de prostitutie in dwongen!!!
De Heer gaf mij jaren later nog een kans om haar te helpen, toen ik haar opnieuw zag! Op een dag moest ik naar het centrum van de stad. Ik had een hekel aan die wijk, omdat je daar zoveel armoede zag. En omdat ik mijzelf beter vond dan anderen, wilde ik geen armoede, ellende en dergelijke zien. Maar die dag moest ik er echt naartoe. Terwijl wij daar langsliepen, vroeg mijn zoon mij: „O mama, waarom is die mevrouw zo gekleed en waarom draagt zij zo'n korte rok?” Ik antwoordde hem: „Kijk daar niet naar, mijn zoon! Dat zijn verachtelijke vrouwen die hun lichaam verkopen voor geld en genot; dat zijn prostituees, onreine vrouwen.” Stel je eens voor! Zo sprak ik, en daarmee vergiftigde ik mijn zoon nog meer! Zonder enig medelijden veroordeelde ik een zuster die juist door de onverschilligheid van de mensen in die situatie was terechtgekomen. De Heer zei tegen mij: „De onverschilligen zijn de lauwen, en Ik zal hen uit Mijn mond spuwen! Een onverschillig mens zal nooit de Hemel binnengaan! Een onverschillig mens gaat door de wereld en niets raakt hem, niets interesseert hem, behalve zijn eigen huis en zijn eigen belangen! Jouw geestelijke dood begon toen jij ophield je te bekommeren om wat er met je broeders gebeurde, toen je alleen nog aan jezelf en aan je eigen welzijn dacht!”
De geestelijke schatten
Ik was in het leven geroepen om mee te bouwen aan een betere wereld en om de talenten te gebruiken die de Heer mij had gegeven, zodat ik zou bijdragen aan de uitbreiding van het Koninkrijk der Hemelen op aarde. Maar dat heb ik niet gedaan! … Integendeel! Hoeveel slechte raad heb ik gegeven, en hoeveel mensen heb ik meegesleept en te gronde gericht door mijn verkeerde raad en mijn slechte voorbeeld! Ik heb de talenten die God mij had gegeven nooit gebruikt, nooit! De Heer vroeg mij ook: „Welke geestelijke schatten breng jij Mij?”
Geestelijke schatten?! Mijn handen waren leeg! Toen zei Hij tegen mij: „Wat hebben die twee appartementen die je bezat, die huizen die van jou waren, die poliklinieken waarop je als arts zo trots was, je uiteindelijk opgeleverd? Heb je hier soms ook maar één steen daarvan kunnen meebrengen? Wat heeft al die verering van je lichaam je opgeleverd, al het geld dat je eraan hebt besteed, al die obsessies om slank en mooi te blijven? Waartoe dienden al die diëten, waardoor je zelfs anorexia en boulimia kreeg en je lichaam martelde? Je hebt van je lichaam, van jezelf, een god gemaakt. En wat heeft dat je nu hier nog opgeleverd? Je was inderdaad vrijgevig, maar alleen opdat men je zou bedanken, je zou prijzen en zou zeggen dat je goed was. Je manipuleerde iedereen met geld, zodat men jou in ruil gunsten zou bewijzen. Zeg Mij: wat heb je hierheen meegebracht? Toen Ik zag dat je financieel ten onder ging, was dat geen straf, zoals jij dacht, maar een zegen. Ja, dat faillissement was bedoeld om je los te maken van die god, de god die jij diende! Het moest je terugbrengen naar Mij! Maar jij kwam in opstand; je weigerde afstand te doen van je maatschappelijke positie en je vervloekte alles, als slaaf van jouw god, het geld! Je dacht dat je dit alles alleen had bereikt, door je eigen kracht, door je studie, omdat je hard werkte en een vechter was… Maar nee! Kijk eens hoeveel mensen een betere opleiding hebben dan jij; hoeveel anderen zich minstens even hard, of zelfs harder, inzetten in hun werk. Kijk eens onder welke omstandigheden zij leven… Aan jou is veel gegeven, en daarom zal ook veel van je worden gevraagd; over veel zul jij rekenschap moeten afleggen.”
Stel je eens voor: voor elke rijstkorrel die ik had verspild, moest ik rekenschap afleggen tegenover God! Voor alle keren dat ik voedsel in de vuilnisbak had gegooid!
In mijn Boek des Levens zag ik de tijd terug waarin ik klein was en mijn gezin arm was. Mijn moeder kookte vaak bonen; ik haatte ze, ik verafschuwde ze. Ik zei dan: „Altijd weer die vervloekte bonen! Ooit zal ik zo rijk zijn dat ik ze nooit meer hoef te eten.” Ik zag hoe ik eens, zonder dat mama het merkte, de bonen die zij mij had opgeschept weggooide. Toen zij zelf aan tafel ging zitten om te eten, zag zij dat mijn bord leeg was. Zij dacht dat ik alles snel had opgegeten omdat ik zo'n honger had, en daarom schepte zij mij nog een portie op: de portie die voor haarzelf bestemd was. Daardoor bleef zij zelf zonder eten. Weet je, de Heer liet mij zien dat van alle mensen die mij het meest nabij waren, juist mijn moeder in die tijd het vaakst honger leed. Met zeven kinderen kwam het dikwijls voor dat zij zelf niet at, zodat wij konden eten, omdat wij zo arm waren. Welnu, die dag bleef zij met honger zitten om mij, zonder het te weten, te geven wat ik in de vuilnisbak had gegooid. Maar het gebeurde ook vaak dat zij niet at omdat iemand aan de deur kwam vragen om voedsel, en zij dan het eten weggaf dat zij zelf op haar bord had liggen. Zij leed honger, maar zij maakte daar nooit een vertoning van; nooit keek zij verbitterd of bedroefd, nooit liet zij iets merken. Integendeel, zij droeg altijd een glimlach op haar gezicht en niemand zag wat zij werkelijk doormaakte. Heb ik jullie al verteld wat voor een voorbeeldige dochter ik was?! Ik noemde mijn vader „Fred Flintstone” en tegen mijn moeder zei ik dat zij ouderwets was! Dat zij een achterlijke oude vrouw was, en nog veel meer van dat soort dingen. Ik ging zelfs zo ver dat ik ontkende dat zij mijn moeder was, omdat ik mij voor haar schaamde. Stel je dat eens voor!…
En toch kun je je niet voorstellen hoeveel genaden en zegeningen over mij en over de hele wereld werden uitgestort dankzij mijn moeder! Denk eens aan de genade een moeder te hebben die naar de kerk gaat en vóór het Tabernakel haar lijden en haar verdriet aan Jezus opdraagt, en bovenal haar vertrouwen volledig in Hem stelt! Ja, volledig op Hem vertrouwt!
De Heer zei tegen mij: „Nooit heeft iemand jou zo liefgehad, en nooit zal iemand jou zo liefhebben als je moeder! Nooit! Niemand zal jou ooit met zoveel tederheid liefhebben als zij!” Daarna liet de Heer mij al de feesten zien die ik later gaf, nadat mijn maatschappelijke positie was veranderd… Tijdens die banketten en uitgebreide buffetten belandde de helft van het eten zonder erbij na te denken in de vuilnisbak.
De Heer ging verder: „Kijk naar je broeders die honger lijden! Ik had honger!”, zei Hij bijna schreeuwend tegen mij. Weet je hoeveel verdriet de Heer heeft om de honger, de armoede en het lijden van Zijn kinderen? Hoezeer ons egoïsme en ons gebrek aan naastenliefde Hem bedroeven!
Vervolgens liet Hij mij zien hoeveel kostbare en luxueuze dingen ik in mijn huis had. Inderdaad, in die tijd bezat ik zeer dure spullen, elegante kleding van grote waarde. De Heer zei tegen mij: „Ik was naakt, en jij had een kast vol dure kleren die je niet eens droeg…” Ik zag ook hoe ik, toen wij eenmaal tot de hogere kringen behoorden, altijd méér wilde hebben dan mijn vriendinnen. Als zij merkkleding lieten maken, moest ik nog exclusievere kleding hebben; kocht een van hen een mooie auto, dan moest ik een nog mooiere aanschaffen… Ik wilde altijd iets beters bezitten dan zij, omdat ik jaloers was. De Heer zei tegen mij: „Je was altijd hoogmoedig; je vergeleek jezelf steeds met mensen die rijker waren dan jij. Maar je keek nooit naar degenen die het financieel slechter hadden dan jij. Toen je arm was, bewandelde je de weg van de heiligheid, want zelfs van je eigen tekort gaf je nog weg.” En Hij liet mij zien hoeveel vreugde Hem mijn gebaar had gedaan toen mijn moeder er, ondanks onze armoede, in was geslaagd voor mij een paar merksportschoenen te kopen. Ik was dolgelukkig, maar onderweg ontmoette ik een jongen die blootsvoets liep. Ik voelde zoveel medelijden met hem dat ik mijn nieuwe schoenen uittrok en ze aan hem gaf. Ik kwam blootsvoets thuis en mijn vader was woedend! En niet zonder reden: wij leefden in grote armoede, zij hadden zoveel offers gebracht om die schoenen voor mij te kunnen kopen, en ik had ze al weggegeven nog voordat ik er nauwelijks op had gelopen! Maar de Heer was daar blij om! Wat verheugde Hij Zich over de weg die ik toen bewandelde! Ondanks het feit dat wij een arm gezin waren met veel moeilijkheden, stortte God vele genaden en zegeningen over ons uit dankzij de verdiensten van mijn moeder, vanwege haar goedheid en haar gebeden.
De Heer liet mij verder zien dat ik, als ik mij niet had afgesloten voor de Genade en voor de Heilige Geest, met de talenten die Hij mij had gegeven heel veel mensen had kunnen helpen. Hij liet mij de hele mensheid zien en hoe wij tegenover God antwoorden naar de manier waarop wij hebben geleefd, terwijl wij ons hart gesloten hielden voor Hem, voor de Heilige Geest en voor Hun goddelijke ingevingen. Hij zei tegen mij: „Ik had je ingegeven om voor deze mensen te bidden. Als je dat had gedaan, zou het kwaad geen toegang tot hen hebben gekregen en zou het niet zoveel schade hebben aangericht.” Hij liet mij bijvoorbeeld een klein meisje zien dat door haar vader seksueel was misbruikt. Als ik mij niet voor de Heilige Geest had afgesloten, zou ik naar Zijn goddelijke ingevingen hebben geluisterd en voor hen hebben gebeden… Dan zou de boze geen toegang hebben gekregen tot die vader, die door het gebed beschermd zou zijn geweest, en dat misbruik zou niet hebben plaatsgevonden en niet zoveel leed hebben veroorzaakt.
Of die jongen zou geen zelfmoord hebben gepleegd. De Heer ging verder: „Als jij had gebeden, zou dat meisje geen abortus hebben laten uitvoeren. Die persoon zou niet gestorven zijn, terwijl hij zich door Mij verlaten voelde op een ziekenhuisbed. Als jij had gebeden, zou Ik je hebben geleid, zodat je je broeders had kunnen beginnen helpen. Ik zou je de weg hebben gewezen! Ik zou je naar die mensen hebben gebracht. Er is zoveel verdriet in de wereld, en jij had kunnen helpen!”
Hij liet mij zien hoeveel mensen er in de wereld lijden en hoeveel ik voor hen had kunnen betekenen. Maar nooit heb ik de Heilige Geest toegelaten mij te bewegen, nooit heb ik mij laten raken door het lijden van anderen. De Heer zei tegen mij: „Kijk naar het lijden van Mijn volk. Zie hoe Ik jullie gezin met kanker moest treffen, opdat jij eindelijk medelijden zou krijgen met hen die aan dezelfde ziekte lijden! Je voelde pas medelijden met de ontvoerden toen je eigen man was ontvoerd.” En bijna schreeuwend zei Hij: „Maar jij, hart van steen!!! Onbekwaam om lief te hebben!”
Om af te sluiten zal ik proberen uit te leggen hoe wij onszelf zien in het Boek des Levens.
Ik was buitengewoon huichelachtig en onoprecht. Ik behoorde tot degenen die iemand recht in het gezicht vriendelijk toespreken, maar achter zijn rug kwaad over hem spreken; die uiterlijk mooie woorden gebruiken, terwijl hun hart iets heel anders denkt. Zo zei ik bijvoorbeeld tegen iemand: „Wat zie je er mooi uit, wat staat die jurk je prachtig.” Maar vanbinnen dacht ik: wat zie je er afschuwelijk uit, en jij denkt zeker dat je een koningin bent! In het Boek des Levens zie je dit alles, zelfs het verschil tussen wat je zegt en wat je denkt. Al mijn leugens kwamen aan het licht, helder zichtbaar, alsof ze in vurige letters geschreven stonden, zodat iedereen ze kon zien. Hoe vaak glipte ik stiekem het huis uit, omdat mijn moeder mij nergens naartoe liet gaan. Hoeveel leugens verzon ik niet: „Mama, ik moet met een groepje naar de bibliotheek om samen te werken.” Zij geloofde mij, terwijl ik naar een pornografische film ging of met mijn vriendinnen bier ging drinken in een café. En daar stond mijn moeder nu, terwijl zij alles zag in het Boek des Levens… Niets bleef nog verborgen. Wat schaamde ik mij! Wat een schaamte! In de tijd dat mijn ouders arm waren, kreeg ik op school een beetje melk en een banaan mee als tussendoortje. Ik at de banaan op en gooide de schil zomaar ergens neer; nooit kwam het in mij op dat iemand daardoor kon uitglijden. De Heer liet mij de gevolgen zien: iemand viel, iemand raakte gewond… Door mijn onvoorzichtigheid en mijn gebrek aan liefde had ik zelfs iemand kunnen doden.
Met diepe pijn en schaamte zag ik dat ik als volwassene slechts één keer echt goed had gebiecht. Dat gebeurde toen een kassière mij in een supermarkt in Bogotá per vergissing 4.500 peso te veel wisselgeld had teruggegeven. Mijn vader had ons geleerd eerlijk te zijn en nooit ook maar één cent van een ander aan te raken. Toen ik in de auto zat, onderweg naar mijn polikliniek, ontdekte ik de vergissing en zei tegen mijzelf: „Kijk nou toch eens, wat een dom mens, wat een ezel” – zo sprak ik toen – „ze heeft mij 4.500 peso te veel teruggegeven! Nu moet ik helemaal terug!” Maar toen ik in de achteruitkijkspiegel het drukke verkeer zag, zei ik: „Nee! Ik ga niet terug. Ik wil geen tijd verliezen en te laat komen. Eigen schuld, had ze maar niet zo dom moeten zijn!” Toch liet dat geld mij niet met rust. Mijn vader had ons op dat punt goed opgevoed. Op zondag ging ik biechten en zei: „Ik beschuldig mij ervan dat ik 4.500 peso heb gestolen, omdat ik het geld niet heb teruggebracht maar voor mijzelf heb gehouden.” Ik weet niet meer wat de priester mij antwoordde, maar de boze kon mij tenminste niet beschuldigen dat ik diefstal niet had beleden.
… Maar de Heer zei tegen mij: „Het was een gebrek aan naastenliefde dat je het geld niet hebt teruggebracht. Voor jou stelde 4.500 peso niets voor, maar voor die vrouw betekende het voedsel voor drie dagen.” Het droevigste was dat ik zag hoe die vrouw door mijn schuld samen met haar twee kleine kinderen enkele dagen honger had geleden. Zo liet de Heer het mij zien. Alles wat ik doe heeft gevolgen, en anderen dragen daarvan de gevolgen mee. Want onze daden hebben altijd gevolgen. Niet alleen wat wij doen, maar ook wat wij nalaten te doen, heeft gevolgen voor onszelf én voor anderen. Iedereen zal die gevolgen zien in het Boek des Levens. Wanneer het ogenblik komt waarop je voor Gods oordeel verschijnt, zul je het zien zoals ik het heb gezien. Toen mijn Boek des Levens werd gesloten, kun je je mijn verdriet, mijn schaamte en mijn onmetelijke smart voorstellen…
Mijn Boek des Levens werd op de mooiste manier afgesloten. Ondanks mijn gedrag, ondanks mijn zonden, mijn vuilheid, mijn onverschilligheid en mijn afschuwelijke gevoelens, bleef de Heer mij zoeken tot het allerlaatste ogenblik. Hij stuurde mij voortdurend mensen als instrumenten; Hij sprak tot mij, Hij riep mij, Hij ontnam mij dingen, Hij liet mij in moeilijkheden terechtkomen om mij te zoeken en opdat ik op mijn beurt Hem zou zoeken. Hij bleef mij altijd achterna gaan, tot het allerlaatste moment. Weet je wie onze God en Vader is? Hij is een almachtige God van Liefde, die ieder van ons blijft smeken zich te bekeren. Maar telkens wanneer het mij slecht ging, zei ik: „God straft mij, God heeft mij veroordeeld!” Natuurlijk is dat niet waar! Nooit veroordeelt Hij ons. Door mijn eigen vrije wil heb ik zelf gekozen wie mijn vader zou zijn, en dat was niet God. Ik heb Satan tot mijn vader gekozen!
Toen ik door de bliksem werd getroffen, brachten ze mij, voordat ze mij naar de Seguro Social vervoerden, eerst naar een openbaar ziekenhuis. Daar waren zoveel zieken, zoveel gewonden, zoveel lijden, en er was geen enkele brancard voor mij beschikbaar. Toen degenen die mij hadden binnengebracht aan de artsen vroegen waar ze mij konden neerleggen, antwoordden zij alleen maar: “Daar beneden, daar beneden!” Mijn redders vroegen: “Maar waar dan?” “Daar beneden, op de vloer!” Maar zij wilden mij niet op de grond leggen, omdat ik zwaar verbrand was. Als ik een infectie had opgelopen, zou ik zeker gestorven zijn.
Terwijl ik daar urenlang in een hoek lag, keken de artsen mij aan met een veelzeggende blik. Ze konden onmogelijk iemand met bijvoorbeeld een hartaanval, of iemand die in een zeer kritieke toestand verkeerde maar nog een redelijke overlevingskans had, aan zijn lot overlaten om zich met mij bezig te houden. Ik was immers volledig verbrand, als een stuk geroosterd brood, en naar alle waarschijnlijkheid zou ik toch sterven.
Toch was ik bij bewustzijn en erg geïrriteerd. Ik mopperde omdat de artsen niet naar mij toekwamen. Maar er kwam een ogenblik waarop ik volkomen rustig werd, zonder nog te klagen, omdat ik Onze Heer Jezus Christus zag. Hij boog Zich over mij heen, stond heel dicht bij mij, legde Zijn handen op mijn hoofd en troostte mij. Kun je je dat voorstellen? Kun je je die tederheid voorstellen? Ik dacht: Is dit een hallucinatie? Hoe is het mogelijk dat ik Onze Heer hier zie? Ik sloot mijn ogen, opende ze opnieuw, en Hij was er nog steeds. Met oneindige tederheid zei Hij tegen mij: “Zie je, Mijn dochtertje, je staat op het punt te sterven. Voel de nood aan Mijn barmhartigheid.” Stel je dat eens voor! Daarna zei Hij opnieuw: “Barmhartigheid! Barmhartigheid!” Maar ondertussen dacht ik alleen maar: Waarom barmhartigheid? Wat heb ik ooit verkeerd gedaan?
Ik was mij niet bewust van mijn zonden, maar één ding wist ik wel: ik stond op het punt te sterven. Dat maakte mij verdrietig. “Ach, ik ga sterven!... Ach, mijn diamanten ringen!” Meteen dacht ik aan mijn ringen. Ik keek naar mijn handen en zag dat het vlees van mijn vingers volledig verbrand was, alsof het uit elkaar was gesprongen. Maar ik zei tegen mijzelf: “Ik moet ze afkrijgen, wat het ook kost! Anders zullen ze ze moeten doorknippen en verliezen ze hun waarde.” Aan niets anders dacht ik. Mijn vingers waren helemaal opgezwollen, maar ik wilde alleen mijn ringen afdoen zodat niemand ze hoefde stuk te knippen. Je kunt je niet voorstellen hoe verschrikkelijk verbrand vlees ruikt. Hoe meer ik aan die ringen draaide, hoe erger de stank werd. Ik dacht dat ik gek zou worden van de pijn, maar ik hield vol. Ik zei tegen mijzelf: “Nee! Nee en nog eens nee! Het moet me lukken! Het moet me lukken, want niets krijgt mij klein. Mijn vingers zullen niet winnen! Ik krijg die ringen af, wat het ook kost. Ik zal er niet mee sterven.”
Toen het mij uiteindelijk gelukt was ze af te krijgen, schoot er ineens een andere gedachte door mij heen: “O nee! Ik ga sterven en die verpleegsters zullen mijn ringen stelen!” Op datzelfde moment kwam mijn zwager binnen. Dolblij zei ik tegen hem: “Red mijn ringen!” Ik gaf ze aan hem. Hij is arts, en dat was maar goed ook, want iemand anders zou ze waarschijnlijk niet eens hebben aangeraakt, maar ze meteen hebben weggegooid. Ze waren immers verbrand en er zaten nog stukjes vlees aan vast.
Hij zei dat hij ze aan mijn man Fernando zou geven. Toen voegde ik eraan toe: “Zeg tegen mijn zussen dat zij voor mijn kinderen moeten zorgen, want de arme stakkers zullen zonder moeder achterblijven. Ik ga het niet redden.”
Het ergste was dat ik geen gebruik maakte van die kostbare ogenblikken die Jezus mij gaf om Hem om barmhartigheid en vergeving te vragen. Maar hoe had ik om vergeving kunnen vragen, als ik meende dat ik geen zonden had? Ik beschouwde mijzelf als een heilige! Wanneer wij denken dat wij ‘heiligen’ zijn, dan zijn wij juist bezig onszelf te veroordelen.
Toen ik mijn ringen had afgedaan en ze aan mijn zwager had toevertrouwd om ze aan mijn man te geven, zei ik opgelucht tegen mijzelf: “Eindelijk, nu kan ik sterven!” En mijn laatste gedachte was: “Ach... waarmee zullen ze mijn begrafenis betalen, nu mijn bankrekening rood staat?”
God de Vader houdt van ieder mens, ongeacht of wij goed of slecht zijn. Hij bemint ons met zo'n oneindige liefde dat Hij zelfs op het laatste ogenblik van ons leven naar ons toe komt met oneindige tederheid en ons omhelst met al Zijn liefde. Hij wil ons redden. Maar als wij Hem niet willen ontvangen, als wij Hem geen vergiffenis en barmhartigheid vragen door onze zonden te erkennen, dan laat Hij ons vrij om de weg te volgen die wij zelf hebben gekozen. Als wij een leven zonder God hebben geleid, zullen wij Hem op dat ogenblik waarschijnlijk eveneens afwijzen, en Hij zal onze keuze respecteren. Hij dwingt niemand Hem te aanvaarden.
En zo werd mijn Boek des Levens gesloten.
De Terugkeer
Maar toen mijn Boek des Levens werd gesloten, kun je je niet voorstellen hoe ik mij voelde: ik was werkelijk doodsbang. Ik zag mezelf met mijn hoofd gebogen en voelde alsof ik in een afgrond viel. Toen opende zich datgene wat op een enorme kuil leek; ik viel erin en begon, totaal in paniek, alle heiligen aan te roepen om mij te redden. Je zou niet geloven hoeveel heiligen ik begon op te noemen: de heilige Ambrosius, de heilige Isidorus, de heilige Augustinus, enzovoort. Ik wist niet eens hoe ik zovelen kon kennen, terwijl ik zo'n slechte christen was geweest! Maar toen ik de hele lijst van heiligen had afgewerkt, bleef ik stil… Ik voelde een ontzaglijke leegte, een diepe pijn en een enorme schaamte, en ik besefte dat niemand mij nog kon helpen. Toen zei ik tegen mezelf: "... En alle mensen op aarde dachten dat ik een heilige was… Ze hoopten zelfs dat ik zou sterven om mij om een gunst te kunnen vragen. Waar ga ik nu naartoe?" Ik hief mijn ogen op en ontmoette de blik van mijn moeder. Ik voelde een onuitsprekelijk verdriet, een diepe smart, omdat zij mij zo graag in Gods handen had willen brengen. Vol verwarring en pijn riep ik haar toe: "Mama, wat een schande! Ik heb mezelf veroordeeld! Waar ik nu heen ga, zal ik je nooit meer terugzien!"
Maar op dat ogenblik schonk Jezus haar een bijzondere genade. Mijn moeder stond onbeweeglijk, maar God liet haar haar vingers bewegen. Ze wees naar boven en nodigde mij uit om daarheen te kijken. Ik keek op, en op datzelfde moment voelde ik hoe de korsten als het ware van mijn ogen vielen, een verschrikkelijk pijnlijke ervaring. Het was de geestelijke blindheid die van mij werd weggenomen. En toen zag ik… een wonderbaarlijk tafereel.
Op een dag had een van mijn patiënten tegen mij gezegd: "Dokter, ik voel zoveel verdriet om u, omdat u veel te materialistisch bent. Maar als u ooit in een noodsituatie of in een groot gevaar terechtkomt, wat het ook moge zijn, vraag dan aan Jezus Christus om u met Zijn Bloed te genezen en vraag Hem om vergeving. Want nooit, nooit zal Hij u verlaten; Hij heeft immers de prijs van Zijn eigen Bloed voor u betaald."
En zo begon ik, vol schaamte en met een onuitsprekelijk verdriet, te roepen: "Heer Jezus Christus, ontferm U over mij! Vergeef mij, Heer, vergeef mij! Geef mij een tweede kans!"
Dat was het mooiste, het wonderbaarlijkste ogenblik. Ik heb geen woorden om het te beschrijven. Jezus boog Zich naar mij toe, trok mij uit die afgrond, richtte mij op en bracht mij naar een veilige plaats. Toen zei Hij met oneindige liefde: "Ja, je zult terugkeren en je zult een tweede kans krijgen… Niet vanwege de gebeden van je familie, want het is vanzelfsprekend dat zij om je huilen en voor je bidden, maar vanwege de voorspraak van al die mensen die geen familie van je zijn, die niets met je bloedbanden te maken hebben, en die voor jou hebben gehuild, gebeden en hun hart vol liefde tot Mij hebben verheven." Weet je wat ik toen zag? Ik zag de enorme kracht van het gebed van voorspraak, broeders! Weet je hoe je voortdurend in Gods aanwezigheid kunt leven? Bid iedere dag voor je eigen kinderen, maar bid ook voor de kinderen van alle mensen over de hele wereld! Bid voor anderen! Zo zul je iedere dag in de aanwezigheid van God leven.
Ik zag hoe duizenden en duizenden kleine lichtvlammen opstegen naar de aanwezigheid van de Heer. Het waren prachtige, kleine witte vlammen, vol liefde. Dat waren de gebeden van ontelbare mensen die voor mij baden. Zij waren diep geraakt nadat zij op televisie en in de kranten hadden gezien wat mij was overkomen. Ze huilden en lieten Heilige Missen voor mij opdragen. Het grootste geschenk dat je iemand kunt aanbieden, is de Heilige Mis. Er bestaat niets dat iemand krachtiger kan helpen dan een Heilige Mis. Dat is ook wat God het meest waardeert: Zijn kinderen die voor hun naaste ten beste spreken en hun broeder helpen. De Heilige Mis is geen werk van mensen, maar van God.
Onder al die kleine lichtjes was er echter één dat veel groter was dan alle andere. Een schitterend licht, veel helderder dan de rest. Weet je, broeders, waarom ik vandaag hier ben? Waarom ik ben teruggekeerd? Omdat er in mijn land een heilige leeft. Ik keek vol nieuwsgierigheid om te zien wie die persoon was die mij zo liefhad. En de Heer zei tegen mij: "Die man die je daar ziet, is iemand die heel veel van je houdt, hoewel hij je niet eens kent." Hij liet mij zien dat het een arme boer was, die hoog in de bergen van de Sierra Nevada de Santa Marta woonde. Deze man was straatarm. Hij had niets meer te eten. Zijn hele oogst was verbrand en zelfs zijn kippen waren door guerrillastrijders gestolen. Ze wilden zelfs zijn oudste zoon voor hun strijd inlijven. Toch daalde deze eenvoudige boer af naar het dorp om de Heilige Mis bij te wonen. En de Heer liet mij aandachtig luisteren naar de woorden waarmee hij bad: "Heer, ik houd van U! Dank U voor mijn gezondheid, dank U voor mijn kinderen! Dank U voor alles wat U mij geeft! Geprezen zijt Gij! Alle eer en glorie komt U toe!"
Hij bad alleen om God te loven en Hem te danken! De Heer liet mij zien dat hij in zijn portemonnee slechts een biljet van 5.000 peso en een biljet van 10.000 peso had. Dat was alles wat hij bezat! Weet je wat hij deed...? Tijdens de offerande gaf hij het biljet van 10.000 peso! Ikzelf gaf hooguit een biljet van 5.000 peso, en dan nog alleen wanneer ik op mijn werk een vals biljet had gekregen!
Hij daarentegen gaf niet het biljet van 5.000 peso, maar dat van 10.000 peso, hoewel dit alles was wat hij bezat! En hij was niet ontevreden en klaagde niet over zijn armoede, maar dankte en prees God! Wat een voorbeeld, broeders! Daarna verliet hij de kerk en ging een stuk blauwe zeep (waszeep) kopen. Hij wikkelde die in een oude krant, El Espectador, van de vorige dag. Daarin stond het bericht over mijn ongeval, met een foto waarop ik volledig verbrand te zien was.
Toen deze man het nieuws zag en het langzaam las, werd hij zo diep geraakt dat hij begon te huilen alsof ik iemand was die hem zeer dierbaar was. Hij wierp zich met zijn gezicht ter aarde en smeekte God uit heel zijn hart: "Vader, mijn Heer, ontferm U over dit kleine zusje van mij. Red haar, red haar, Heer! Heer, als U haar redt, als U mijn kleine zusje redt, dan beloof ik U dat ik een bedevaart zal maken naar het heiligdom van Buga om mijn gelofte in te lossen. Maar red haar alstublieft, Heer! Red haar!" Stel je dat eens voor: die arme man, die zijn honger niet vervloekte en niet klaagde over de armoede van zijn gezin, maar integendeel God loofde en dankte... En hij bezat zo'n grote liefde voor zijn naaste dat hij, hoewel hij zelf nauwelijks iets te eten had, bereid was het hele land door te reizen om een gelofte te vervullen voor iemand die hij niet eens kende!
Toen zei de Heer tegen mij: "Dít is ware naastenliefde! Zó moet jij je naaste liefhebben..." En juist daar gaf Hij mij deze opdracht: "Je zult terugkeren om je getuigenis af te leggen. Je zult het niet duizend keer herhalen, maar duizend maal duizend keer. Wee degene die naar je luistert en zich niet bekeert, want hij zal strenger geoordeeld worden. En hetzelfde geldt ook voor jou, bij je tweede terugkeer, voor de religieuzen die mijn priesters zijn, en voor allen die niet naar je willen luisteren. Want er is geen dove erger dan hij die niet wil horen, en geen blinde erger dan hij die niet wil zien."
Dit, mijn dierbare broeders, is geen bedreiging, integendeel! De Heer hoeft ons niet te bedreigen. Dit is de tweede kans die ik heb gekregen, en die ook voor jullie bestemd is. Hieruit blijkt dat God verliefd is op ons en ons deze spiegel voorhoudt, namelijk ik, Gloria Polo. Want God wil niet dat wij verloren gaan, maar dat wij met Hem leven in het Paradijs. Daarvoor moeten wij ons echter door Hem laten veranderen. Wanneer het uur komt waarop ieder van ons deze wereld zal verlaten, zal ook voor ieder van jullie het Boek des Levens worden geopend. Wanneer jullie sterven, zullen jullie allemaal ditzelfde moment meemaken, precies zoals ik het heb meegemaakt. Daar zullen wij alles zien zoals het werkelijk is: onze gedachten en gevoelens, onze daden en hun gevolgen, onze nalatigheden en de gevolgen daarvan... Alles, in de tegenwoordigheid van God. Maar het mooiste is dat ieder van ons de Heer van aangezicht tot aangezicht zal zien, terwijl Hij ons tot het laatste ogenblik uitnodigt om ons te bekeren, zodat wij werkelijk nieuwe mensen in Hem mogen worden. Want zonder Hem zijn wij daartoe niet in staat.
Lichamelijk Herstel
Toen de Heer mij liet terugkeren, werkten mijn nieren niet meer. De artsen dialyseerden mij zelfs niet, omdat zij het zinloos vonden; zij waren ervan overtuigd dat ik toch zou sterven... Maar plotseling begonnen mijn nieren weer te functioneren. Hetzelfde gebeurde met mijn longen, en ook mijn hart begon weer krachtig te kloppen. Je kunt je de verbazing van de artsen voorstellen! Ik had de machines niet langer nodig.
Mijn lichamelijk herstel begon, maar ik voelde helemaal niets meer onder mijn middel. Na een maand zeiden de artsen tegen mij: "Gloria, God verricht een wonder aan u, want uw huid is overal weer over de wonden heen gegroeid... Maar aan uw benen kunnen wij niets meer doen. Die zullen wij moeten amputeren." Toen ik dat hoorde, dacht ik, als fanatieke sportvrouw, onmiddellijk aan mijn vier uur aerobics per dag. Waar was dat allemaal goed voor geweest...? Ik wilde niets liever dan daar wegvluchten, maar dat lukte niet, want mijn benen konden mij niet dragen en ik viel neer. Ik lag op de vijfde verdieping van het ziekenhuis en werd naar de zevende verdieping gebracht om daar op de operatie te wachten. Daar ontmoette ik een vrouw van wie de benen al waren geamputeerd, maar die opnieuw geamputeerd moesten worden, nog hoger. Toen ik haar zag, besefte ik dat al het geld van de wereld niet voldoende is om zulke kostbare gaven als onze benen te kunnen kopen. Toen men mij vertelde dat ook mijn benen geamputeerd zouden worden, werd ik intens verdrietig. Nooit had ik God voor mijn benen bedankt. Integendeel, omdat ik gemakkelijk dik werd, hongerde ik mezelf uit als een dwaas en gaf ik fortuinen uit om er elegant uit te zien...
En nu zag ik mijn zwarte benen, verbrand, zonder vlees, maar voor het eerst dankte ik God dat ik ze nog had. "Heer, ik dank U voor mijn benen en ik vraag U om mij de genade te schenken ze te mogen behouden, zodat ik weer kan lopen. Ik smeek U, Heer, laat mij mijn benen behouden!" En onmiddellijk begon ik ze weer te voelen. Ze waren pikzwart, zonder doorbloeding. Maar toen de artsen op maandag terugkwamen – vanaf vrijdag – stonden zij versteld, want mijn benen waren rood geworden en de bloedsomloop was volledig teruggekeerd! Verbaasd onderzochten zij mij en konden hun ogen niet geloven. Ik zei tegen hen: "Dokters, mijn benen doen verschrikkelijk veel pijn, maar ik geloof dat er niemand ter wereld is die zo blij is pijn in zijn benen te voelen als ik op dit moment!" De arts van de zevende verdieping antwoordde mij dat hij in zijn achtendertig jaar dienst nog nooit zoiets had meegemaakt.
De andere twee wonderen die de Heer voor mij verrichtte, betroffen mijn borsten en mijn eierstokken. De arts had mij immers gezegd dat ik nooit meer kinderen zou kunnen krijgen. Ik was daar zelfs blij om, omdat ik dacht dat God mij zo een natuurlijke methode had gegeven om niet meer zwanger te worden. Maar anderhalf jaar later merkte ik dat mijn borsten begonnen te groeien, zich opnieuw ontwikkelden en hun normale vorm terugkregen. Ik stond versteld. Toen ik naar de arts ging, vertelde hij mij dat ik zwanger was! En met deze borsten heb ik mijn dochter borstvoeding gegeven!...
Voor God is niets onmogelijk!
Conclusie
Moge de Heer ieder van u overvloedig zegenen. Eer aan God en eer aan onze Heer Jezus Christus. Moge God u zegenen!
Ik stel u mijn dochter voor. Dit kind is een wonder! Zij is de dochter die God mij heeft geschonken, ondanks mijn verbrande eierstokken! Datgene wat volgens de artsen volkomen onmogelijk was. Maar voor God is niets onmogelijk!!! Hier is zij; haar naam is María José!...
– – – – – – –
Gloria Polo woont tegenwoordig in Colombia en oefent haar beroep nog steeds uit. Zij heeft grote littekens overgehouden aan het ongeval, maar leidt een normaal leven en is nu een vrouw met een diep geloof. Zij reist veel, geeft haar getuigenis aan duizenden mensen en vervult de zending die God haar heeft toevertrouwd. (Zij heeft hiervoor de toestemming van de Kerk ontvangen.) Dit is een vertaling uit de Italiaanse vertaling van dit getuigenis, herzien door pater David Nix en door de blogger vertaald voor de Nederlandstalige lezers. De Italiaanse vertaling is gebaseerd op een Spaanse cd-opname van het getuigenis dat Gloria Polo op 5 mei 2005 heeft gegeven in een kerk in Caracas, Venezuela.

No comments:
Post a Comment