Saturday, April 25, 2026

De Kruisdagen of Biddagen

 

De Rogatie-dagen (Dies Rogationum)



De 25ste april, alsook de maandag, dinsdag en woensdag vóór Hemelvaartsdag, staan bekend als de Rogatie-dagen. De 25ste april noemt men de Grote Rogatie (Rogatio Major), terwijl de drie dagen vóór Hemelvaart — tezamen Rogatietijd — de Kleine Rogaties (Rogationes Minores) vormen.

Het woord Rogatie is afgeleid van het Latijnse rogare, dat betekent: smeken, vragen, bidden. Deze dagen zijn boetedagen, waarin wij Gods barmhartigheid afsmeken, Zijn rechtvaardige gramschap trachten te verzoenen, de kastijdingen af te wenden die Hij door natuurrampen laat blijken, en Zijn zegen afvragen, in het bijzonder over landbouw, tuinen en alle vruchten der aarde.

Zij zijn ingesteld om ons te herinneren hoe volkomen afhankelijk wij zijn van God, ook door middel van Zijn schepping, en hoe het gebed ons kan beschermen tegen de vaak harde en onverbiddelijke krachten der natuur. Daarom is hun karakter ernstig, ingetogen en smekend; hun liturgische kleur is paars.

De natuur en Gods Voorzienigheid

Vooral de moderne mens heeft de neiging de natuur te idealiseren en te vergeten hoe machtig — ja, zelfs meedogenloos — zij kan zijn. Men richt zich enkel op haar lieflijke aspecten — de schoonheid van sneeuw, de geur van cederhout, de pracht der bloemen — zoals ook tijdens de Quatertemperdagen (Quattuor Tempora).

Maar in een enkel ogenblik kan de dunne sluier van beschaving, die wij hebben opgebouwd om de natuur te beheersen, worden weggerukt.

As en vuur die neerdalen uit vulkanen; watermassa’s die dijken doorbreken; kolossale vloedgolven die kuststreken en dorpen verwoesten; meteoren die op aarde neerstorten; tornado’s en orkanen die alles meesleuren; droogten, overstromingen en verwoestende branden; lawines van steen en sneeuw; dodelijke ziekten en plagen; de aarde zelf die beeft en zich opent onder onze voeten — dit alles behoort eveneens tot de schepping.

En hoewel de natuur grillig en willekeurig schijnt, gebeurt niets buiten Gods Wil: hetzij door Zijn actieve, hetzij door Zijn toelatende wil. In de Heilige Schrift gebruikt God de elementen om te waarschuwen, te straffen, te vernederen en te onderrichten:

  • de aarde die de opstandigen verslindt
  • de wind die het huis van Job verwoest
  • het vuur dat neerdaalt op Sodom en Gomorra
  • het water dat de wereld zuivert ten tijde van Noë
    (vgl. Numeri 16; Job 1; Genesis 19; Genesis 6)

Wij moeten daarom nederig zijn tegenover de natuur, haar eerbiedigen, en beseffen dat wij haar niet mogen misbruiken noch overschrijden wat ons is toegestaan. Maar bovenal moeten wij nederig zijn tegenover haar Schepper, die haar bestaan en werking op elk ogenblik bestuurt.

Overweeg de ontzagwekkende woorden uit de profeet Nahum (1,2–8):

De Heer is een na-ijverig God en een wreker; de Heer is een wreker en vol gramschap.
De Heer neemt wraak op Zijn tegenstanders en bewaart toorn tegen Zijn vijanden.
De Heer is lankmoedig, maar groot van kracht, en Hij laat de schuldige geenszins ongestraft.
Zijn weg is in storm en wervelwind, en de wolken zijn het stof van Zijn voeten…

Wie kan standhouden voor Zijn gramschap?
Wie kan de gloed van Zijn toorn weerstaan?
Zijn verontwaardiging stort zich uit als vuur, en de rotsen worden door Hem verbrijzeld.
De Heer is goed, een toevlucht op de dag der benauwdheid, en Hij kent hen die op Hem vertrouwen.
Maar met een overstromende vloed zal Hij een einde maken aan Zijn tegenstanders.

De oorsprong der Rogatie-dagen

Het gedenken van deze waarheden, het smeken om bescherming, en het doen van boete — opdat wij niet onder Gods vijanden gerekend worden — vormt het wezen van de Rogatie-dagen.

De Grote Rogatie (Rogatio Major) heeft haar oorsprong in Rome en werd ingesteld door Paus Gregory the Great na een zware pestepidemie. Volgens de Legenda Aurea, geschreven door Jacobus de Voragine (1275), werd deze plaag gezonden als straf voor moreel verval.

De Kleine Rogaties (Rogationes Minores) vinden hun oorsprong in Gallië, waar de heilige Mamertus of Vienne ze instelde na aardbevingen, branden en andere rampen. Uiteindelijk werden deze dagen door Paus Leo III in Rome ingevoerd en over de gehele Kerk verbreid.

De heilige processies

De liturgie begint met de woorden uit Psalm 43:
“Exsurge, Domine, adiuva nos et redime nos propter nomen tuum.”

Daarop volgt de Litanie van alle Heiligen (Litaniae Sanctorum), waarna een plechtige processie begint.

In vroegere tijden trok men vaak rond de grenzen van de parochie (termini parochiae), om Gods bescherming af te smeken. Deze processies werden gekenmerkt door diepe devotie:

  • het dragen van het Kruis als vaandel van Christus’ overwinning
  • het luiden van klokken om de machten der duisternis te verjagen
  • het aanroepen van alle heiligen

Zoals aardse koningen hun trompetten en banieren hebben, zo heeft ook de hemelse Koning Zijn tekenen: het Kruis en de klokken. De boze geesten vrezen deze tekenen en vluchten.

Getuigenis van de traditie

Volgens de Legenda Aurea werden in sommige streken zelfs symbolische draken meegedragen, als teken van de duivel die door Christus’ overwinning wordt overwonnen.



Prosper Guéranger beschrijft hoe deze processies soms zes uur duurden. De gelovigen gingen blootsvoets, baden psalmen en litanieën, en bezochten meerdere kerken.

Ook grote heiligen en vorsten namen eraan deel:

  • Charlemagne liep blootsvoets in de processies
  • Elizabeth of Hungary verenigde zich met de armen
  • Charles Borromeo herstelde deze praktijk met vasten en strenge boete

 

Gebruiken (Consuetudines)

Naast de reeds vermelde boetedoeningen — vasten, processies en het Heilig Misoffer — die alle gericht zijn op het verzoenen van Gods rechtvaardige gramschap en het afwenden van Zijn kastijdingen, zijn de Rogationes ook dagen waarop men in het bijzonder bidt voor de landbouwers en zich bewust wordt van onze diepe afhankelijkheid van hen.

Indien uw kinderen niet begrijpen waar voedsel vandaan komt, onderricht hen daarin. Leg hun de keten van voorzienigheid uit, opdat zij beseffen hoezeer onze dagelijkse voeding voortkomt uit zowel Goddelijke zegen als menselijke arbeid in elke schakel. Leer hun dat voedsel zijn oorsprong vindt in God, vervolgens wordt voortgebracht door landbouwers, verwerkt door arbeiders, bewaard door menselijke vinding (koeling), vervoerd door hen die reizen over land, zee en lucht, en uiteindelijk aangeboden wordt in de handel.

Zo wordt zichtbaar dat niets in ons leven autonoom is, maar alles afhankelijk blijft van de Schepper.

Gebed voor de Rogatiedagen

O God, Bron en Gever van alle dingen, die Uw oneindige majesteit, macht en goedheid openbaart in de aarde rondom ons, wij brengen U eer en glorie. Voor zon en regen, voor de overvloedige vruchten der velden, voor de vermeerdering van kudden en vee danken wij U. Voor de verrijking van onze zielen met goddelijke genade zijn wij U dankbaar.

Wij smeken U: stort Uw zegen uit over onze landbouwers, hun gezinnen, hun velden en hun vee; verleen hun alle genaden die zij nodig hebben om trouwe rentmeesters van Uw schepping te zijn. Bescherm hen — en ons — tegen overstromingen, droogte, branden, pestilentiën, hagel, stormen, bliksem, ziekten en alle natuurlijke rampen. Bescherm ons eveneens tegen de boosheid der mensen.

Dit vragen wij door den Naam van den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest, één God, in alle eeuwigheid. Amen.


Indien gij landbouwer zijt, laat uw hoeve zegenen door uw priester; het Rituale Romanum bevat rijke zegeningen voor alles — van zaaigoed tot stallen.


Overweging: De Macht der Natuur en de Nederigheid van den Mens

Het is passend op deze dagen te mediteren over de ontzagwekkende kracht der natuur. De moderne mens, omgeven door comfort en techniek, is geneigd haar te verzachten in zijn voorstelling en haar slechts te beschouwen in haar lieflijke gedaanten. Doch dit is een gevaarlijke illusie.

Want dezelfde natuur die schoonheid schenkt, kan ook verwoesten:

— vulkanisch vuur en as
— overstromingen en vloedgolven
— aardbevingen en stormen
— ziekten en plagen
— misoogsten en hongersnoden

Dit alles behoort evenzeer tot de geschapen orde.

De Heilige Schrift leert ons dat dergelijke gebeurtenissen niet blind zijn, maar onderworpen aan de goddelijke Voorzienigheid: soms als tuchtiging, soms als waarschuwing, soms als oproep tot bekering.

Leer daarom uw kinderen dat de mens weliswaar heerschappij heeft ontvangen over de schepping, doch nooit los van God. Waar deze waarheid vergeten wordt, ontstaat hoogmoed — en hoogmoed leidt tot ondergang.

Historische en Morele Voorbeelden

Vertel hun over de grote rampen der geschiedenis:

— Pompeii en Herculaneum
— de Zwarte Dood
— de brand van Londen (1666)
— de aardbevingen langs de New Madrid-breuk
— de uitbarsting van Krakatau (1883)
— de aardbeving van San Francisco (1906)
— de Spaanse griep (1918)

En ook over morele lessen:

— de Toren van Babel (Gen. 11)
— de hoogmoed van menselijke techniek zonder God
— de grenzen van wetenschap zonder nederigheid

Leer hun dat ware wijsheid niet ligt in beheersing zonder God, maar in onderworpenheid aan Hem.

Lezing (Lectio)

Uit den Profeet Jeremias (10–11:1–6)


Hoort het woord dat de Heer over u gesproken heeft, huis van Israël!

Zo spreekt de Heer: Leert niet naar de wegen der heidenen, en vreest niet voor de tekenen des hemels, die de heidenen vrezen. Want de gebruiken der volken zijn ijdelheid: een boom wordt uit het woud gehouwen door de hand van den werkman met de bijl. Men versiert hem met zilver en goud, men bevestigt hem met nagels en hamers, opdat hij niet wankele. Zij zijn als een vogelverschrikker in een komkommerveld, en spreken niet; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan. Vreest hen dus niet, want zij kunnen noch kwaad doen, noch goed.

Niemand is U gelijk, o Heer; groot zijt Gij, en groot is Uw Naam in kracht. Wie zou U niet vrezen, o Koning der volkeren? Want U komt de eer toe; onder alle wijzen der volkeren en in al hun koninkrijken is er niemand U gelijk. Allen tezamen zijn zij dwaas en onverstandig: hun ijdele leer is hout. Zilver, tot platen geslagen, wordt uit Tharsis aangevoerd, en goud uit Ophaz; het is het werk van den kunstenaar en van den handwerksman; purper en hyacint is hun kleed: het is alles het werk van mensenhanden. Maar de Heer is waarachtig God: Hij is de levende God en de eeuwige Koning; bij Zijn gramschap beeft de aarde, en de volkeren kunnen Zijn dreiging niet verdragen.

Zo zult gij tot hen zeggen: De goden die hemel en aarde niet gemaakt hebben, zullen verdwijnen van de aarde en van onder de hemel. Hij is het, die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, die de wereld heeft gegrondvest door Zijn wijsheid, en door Zijn inzicht de hemelen heeft uitgespannen. Op Zijn stem verheft zich een menigte wateren in de hemel; Hij doet wolken opstijgen van het einde der aarde; Hij maakt bliksem voor den regen, en brengt den wind voort uit Zijn schatkamers. Iedere mens wordt dwaas door zijn kennis; elke kunstenaar staat beschaamd om zijn beeld, want zijn gegoten beeld is leugen, en er is geen geest in hen. Zij zijn ijdelheid, een belachelijk werk; ten tijde van hun bezoeking zullen zij vergaan.

Het deel van Jakob is niet zoals deze: want Hij is de Schepper van alles, en Israël is de stam van Zijn erfdeel; de Heer der heerscharen is Zijn Naam. Verzamel uw bagage uit het land, gij die woont in belegering. Want zo spreekt de Heer: Zie, Ik zal de bewoners van het land ditmaal ver weg slingeren, en hen benauwen, opdat zij gevonden worden. Wee mij om mijn breuk, mijn wond is smartelijk! Maar ik zeide: Waarlijk, dit is mijn kwaad, en ik zal het dragen. Mijn tent is verwoest, al mijn koorden zijn gebroken; mijn kinderen zijn van mij weggegaan, en zij zijn er niet meer; er is niemand meer die mijn tent opspant en mijn gordijnen opricht.

Want de herders hebben dwaas gehandeld en hebben de Heer niet gezocht; daarom hebben zij geen inzicht gehad, en is heel hun kudde verstrooid. Zie, het gerucht van een geluid komt, een grote beroering uit het land van het noorden, om de steden van Juda tot een woestenij te maken, een verblijfplaats van draken. Ik weet, o Heer, dat de weg van de mens niet in zijn macht is; het is niet aan de mens die wandelt om zijn schreden te richten. Kastijd mij, o Heer, maar met recht, niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet tenietdoet. Stort Uw gramschap uit over de volken die U niet kennen, en over de geslachten die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob verslonden en hem verteerd en zijn woonplaats verwoest.

Het woord dat van de Heer tot Jeremias kwam, luidende: Hoort de woorden van dit verbond en spreekt tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem. En gij zult tot hen zeggen: Zo spreekt de Heer, de God van Israël: Vervloekt is de man die niet hoort naar de woorden van dit verbond, dat Ik uw vaderen geboden heb ten dage dat Ik hen uit het land van Egypte leidde, uit de ijzeren oven, zeggende: Hoort Mijn stem en doet alles wat Ik u gebied; dan zult gij Mijn volk zijn, en Ik zal uw God zijn, opdat Ik de eed bevestige die Ik uw vaderen gezworen heb, hun een land te geven, vloeiende van melk en honing, zoals het heden is. En ik antwoordde en zeide: Amen, o Heer.

En de Heer sprak tot mij: Verkondig al deze woorden in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem, zeggende: Hoort de woorden van dit verbond en doet ze.*

 

Augustinus van HippoDe Civitate Dei, Boek XXII, Hoofdstuk 22

De heilige Augustinus beschrijft met ongeëvenaarde scherpte de staat van de gevallen mens en de vele ellenden die hem omringen:

Dat het gehele mensengeslacht in zijn oorsprong veroordeeld is, daarvan getuigt dit leven zelf — indien het nog leven genoemd mag worden — door de menigte van bittere ellenden waarmee het vervuld is.

Wordt dit niet bewezen door de diepe en vreselijke onwetendheid die alle dwalingen voortbrengt waarin de kinderen van Adam verstrikt zijn, en waaruit niemand verlost wordt zonder moeite, pijn en vrees? Wordt dit niet bewezen door de liefde tot zovele ijdele en schadelijke dingen, die knagende zorgen, onrust, droefheid, angsten, wilde vreugden, twisten, rechtszaken, oorlogen, verraad, toorn, haat, bedrog, vleierij, list, diefstal, roof, trouweloosheid, hoogmoed, eerzucht, afgunst, moorden, vadermoord, wreedheid, woestheid, slechtheid, weelde, overmoed, schaamteloosheid, ontucht, overspel, bloedschande en ontelbare andere onreinheden voortbrengt, die men nauwelijks durft te noemen?

Dit zijn weliswaar de misdaden der goddelozen, maar zij ontspringen aan die wortel van dwaling en verkeerde liefde die met iedere zoon van Adam geboren wordt.

Want wie ziet niet hoe de mens, reeds als kind, met diepe onwetendheid en overvloedige dwaze begeerten in dit leven komt, zodat hij, indien hij geheel aan zichzelf werd overgelaten, zich in alle of ten minste in vele van deze boosheden zou storten?

Maar omdat God hen die Hij veroordeelt niet geheel verlaat, en in Zijn toorn Zijn barmhartigheid niet opsluit, wordt het mensengeslacht beteugeld door wet en onderricht, die de onwetendheid bestrijden en de aanvallen der ondeugd weerstaan — al gaan zij gepaard met arbeid en smart.

Want wat betekenen anders de vele straffen waarmee men de dwaasheid der kinderen tracht te beteugelen? Waarom opvoeders, meesters, roeden en tucht? Waarom al deze kastijdingen, indien niet om de onwetendheid te overwinnen en de slechte begeerten te beteugelen waarmee wij geboren worden?

En naast deze tuchtigingen der jeugd — zonder welke geen onderricht mogelijk is — wie kan het aantal en de zwaarte beschrijven van de rampen die het menselijk geslacht treffen?

Welke smart en angst ontstaan door verlies, door rouw, door bedrog, door valse verdenkingen en door het kwaad van anderen! Want van hen ondervinden wij roof, gevangenschap, boeien, ballingschap, martelingen en ontelbare andere verschrikkingen.

En wat te zeggen van de gevaren die ons lichaam bedreigen door hitte en koude, stormen, overstromingen, bliksem, aardbevingen en instortingen?

Zelfs de dieren, de ziekten en de natuur zelf keren zich tegen de mens.

Kortom, uit deze hel op aarde is geen ontsnapping mogelijk, tenzij door de genade van de Verlosser, Christus, onze Heer.

Want hoewel de heiligen troost vinden in dit leven, worden tijdelijke goederen hun niet altijd geschonken, opdat de godsdienst niet om tijdelijke voordelen zou worden beoefend, maar om het eeuwige leven waarin geen kwaad bestaat.

Daarom ondersteunt de genade de rechtvaardigen te midden van het lijden, zodat zij het kunnen dragen overeenkomstig hun geloof.

En indien de ware wijsheid — die alleen bescherming biedt tegen de ellenden van dit leven — slechts aan weinigen geschonken is, dan blijkt daaruit voldoende dat het mensengeslacht onderworpen is aan deze staat van ellende.

En aangezien dit de grootste gave Gods is, moet men geloven dat zij alleen kan worden gegeven door Hem die boven alle goden verheven is.*

Geestelijke Houding

Vorm in hen drie deugden:

  • Nederigheid voor God
  • Dankbaarheid voor Zijn gaven
  • Eerbied en liefde voor de schepping

Lees met hen en overweeg de Psalmen, vooral Psalm 103 en 104, waarin de grootheid van Gods werken bezongen wordt.

Slotbeschouwing

De Rogationes herinneren ons eraan dat de mens niet leeft uit zichzelf, maar uit God.

Zij leren ons smeken, boete doen en vertrouwen —
niet uit angst alleen, maar uit kinderlijke afhankelijkheid van Hem die alles bestuurt.

Want uiteindelijk geldt:

“Nisi Dominus custodierit civitatem, frustra vigilat qui custodit eam.”
(“Indien de Heer de stad niet bewaart, vergeefs waakt de wachter.” – Ps. 126:1)

 

Voetnoten (Annotationes)

1. Zoals beschreven door Israel Shamir:
Op het hoogtepunt van de Grote Culturele Revolutie waagden de Chinezen zich aan een grootschalig experiment: zij besloten alle vliegen uit te roeien. Door hun massale inzet slaagden zij hierin. Aanvankelijk genoten zij van rustige zomers zonder deze lastige insecten.

Maar spoedig bleek dat ook andere diersoorten verdwenen: adelaars werden niet meer gezien, vissen stierven uit, en het ecologisch evenwicht stortte in. Uiteindelijk begrepen zij hun fout en lieten de resterende populaties herstellen.

2. Het verhaal van Frankenstein werd mede geïnspireerd door de wetenschappelijke experimenten van
Luigi Galvani en
Alessandro Volta,
die onderzoek deden naar elektriciteit en haar werking op levende organismen (galvanisme). Deze studies werden voortgezet door Giovanni Aldini, een tijdgenoot van Mary Shelley.

Bron

 

 

Wednesday, April 22, 2026

De Verrezen Lichamen der Uitverkorenen

 

De Verrezen Lichamen der Uitverkorenen
CASI is het ezelsbruggetje dat ik heb gemaakt om u te helpen de vier eigenschappen van het verrezen lichaam van iedere heilige te onthouden.


Op de avond van die dag, de eerste dag der week, terwijl de deuren gesloten waren waar de leerlingen zich bevonden uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: “Vrede zij u.” En toen Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De leerlingen dan verheugden zich toen zij de Heer zagen.—St. Johannes 20:19-20.

Let op dat Christus in bovenstaande passage over de Verrijzenis door muren kan gaan (vandaar dat de deuren gesloten waren en Hij toch tot de leerlingen komt.) Maar de reden waarom wij weten dat dit geen geest is die door muren gaat, is juist omdat St. Johannes ons onmiddellijk zegt dat Christus hun daarna “Zijn handen en Zijn zijde toonde.” Dit betekent dat Christus’ verrezen lichaam fysiek is, dat het geestelijke vermogens bezit die Hij vóór Zijn Lijden en Verrijzenis verkoos maar niet te gebruiken.

Zo zullen ook onze verrezen lichamen in de hemel begiftigd worden met buitengewone vermogens en bescherming. Zelfs de nieuwe catechismus heeft deze treffende zin: “Van meet af aan is het christelijk geloof in de verrijzenis op onbegrip en tegenstand gestuit. Op geen enkel punt ontmoet het christelijk geloof meer tegenstand dan bij de verrijzenis van het lichaam. Het wordt zeer algemeen aanvaard dat het leven van de menselijke persoon na de dood op geestelijke wijze voortduurt. Maar hoe kunnen wij geloven dat dit lichaam, zo duidelijk sterfelijk, zou kunnen verrijzen tot het eeuwig leven?”—CCC 996.

Helaas geloven sommigen heden ten dage nog steeds de ketterij uit de jaren 1970 dat de Verrijzenis van Christus slechts geestelijk was en niet lichamelijk. Maar zelfs onder die katholieken die [terecht] in de lichamelijke Verrijzenis van Christus geloven, beseffen velen niet dat zowel degenen in de hemel als in de hel bij het Algemeen Oordeel (de laatste dag op aarde wanneer Christus in heerlijkheid wederkomt) hun fysieke lichamen zullen terugkrijgen: Verwonder u hierover niet, want het uur komt waarin allen die in de graven zijn Zijn stem zullen horen en tevoorschijn zullen komen, zij die het goede gedaan hebben tot de verrijzenis des levens, en zij die het kwade gedaan hebben tot de verrijzenis des oordeels.—St. Johannes 5:28-29.

Toch zijn er zelfs onder degenen die ten volle geloven in de komende verrijzenis van het lichaam voor de heiligen (die zelfs in de Geloofsbelijdenis wordt vermeld) velen in die gelukkige categorie die nog steeds niet weten dat dezelfde vermogens die Christus in Zijn eigen lichaam heeft geopenbaard, zullen worden verleend aan alle gelovigen die gered worden, min of meer overeenkomstig hun medewerking met de genade op aarde en de offerende naastenliefde die zij op aarde beoefend hebben.

Wat ik in dit artikel over het verrezen lichaam ga tonen, zal bewijs zijn uit de Openbare Openbaring (onfeilbaar) en de Particuliere Openbaring (niet-onfeilbaar). De twee grootste verzamelaars van uitspraken van het Leergezag zijn Denzinger en Ott. Wij zullen hieronder zien wat Ott te zeggen heeft over verrezen lichamen, evenals de particuliere openbaringen van de Eerbiedwaardige Maria van Agreda in de Mystieke Stad Gods. Wat Ott betreft, kunt u zich wellicht het ezelsbruggetje herinneren dat ik heb gemaakt voor de vier aspecten van de eigenschappen van het verrezen lichaam als CASI (wat toevallig bijna Spaans is).

De beroemde Ludwig Ott leest in Fundamentals of Catholic Dogma (een opsomming van alle definitieve De Fide-uitspraken en andere van lagere rang net onder de onfeilbaarheid): “De lichamen der rechtvaardigen zullen hervormd en verheerlijkt worden naar het voorbeeld van de Verrezen Christus.” Herlees deze zin indien u een van de grootste beloften van de Paastijd wilt vatten in een korte, bijna over het hoofd te ziene zin van grote heerlijkheid.

De heer Ott citeert vervolgens St. Paulus om de bron zelf aan te tonen die voorafgaat aan de Kerkvaders, de Pausen en St. Thomas van Aquino, namelijk de Heilige Schrift: Maar ons burgerschap is in de hemel, en van daaruit verwachten wij een Verlosser, de Heer Jezus Christus, die ons vernederd lichaam zal veranderen zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, door de kracht waardoor Hij ook alle dingen aan Zich kan onderwerpen.—Fil 2:21.

Let opnieuw op die treffende woorden dat de belofte van de Bijbel is dat, indien u gered wordt, uw lichaam gelijk zal zijn aan Christus’ eigen verheerlijkt lichaam, zelfs tot het punt dat verschillende vermogens aan u onderworpen zullen zijn. Ja, de geredden zullen zelfs de gevallen engelen oordelen (vgl. 1 Kor 6:3.).

Hoewel Ott de vier eigenschappen van een verrezen lichaam in een andere volgorde opsomt, zal ik de vier (met citaten van hem) opsommen volgens het ezelsbruggetje dat ik u voorstel: CASI. Ott schrijft uiterst schone en diepzinnige waarheden van de katholieke eschatologie met weinig bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden, dus ik zou u aanraden het volgende langzaam tot u te nemen. Dit zijn de vier eigenschappen of vermogens van de toekomstige fysieke verrezen lichamen van alle uitverkorenen:

C = Claritas. Dit woord in het Latijn is claritas, wat sommigen in het Engels vertalen als “helderheid”, maar het wordt beter vertaald als “heerlijkheid”. Ludwig Ott schrijft dat het verrezen lichaam “vrij zal zijn van alles wat misvormd is en vervuld zal zijn van schoonheid en stralende glans. Jezus verzekert ons: Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader.—Mt 13:43. Het archetype van de verheerlijking is de gedaanteverandering van Jezus op de Tabor (vgl. Mt 17) en na de verrijzenis (vgl. Hand 9.) De innerlijke reden voor de verheerlijking ligt in het overvloeien van de schoonheid van de verheerlijkt ziel naar het lichaam. De graad van de verheerlijking van het lichaam zal volgens 1 Kor 15:41 variëren naar de mate van de heerlijkheid van de ziel, die evenredig is met de maat van de verdiensten.”

A = Agilitas.Agilitas is het vermogen van het lichaam om de ziel met de grootste gemakkelijkheid en snelheid van beweging te gehoorzamen. Het vormt een tegenstelling tot de zwaarte van het aardse lichaam, die bepaald wordt door de wet van de zwaartekracht. Deze beweeglijkheid werd geopenbaard door het verrezen lichaam van Christus, dat plotseling in het midden van Zijn Apostelen aanwezig was en even snel verdween (vgl. Joh 20 en Lk 24.) De innerlijke reden van de beweeglijkheid ligt in de volmaakte heerschappij van de verheerlijkt ziel over het lichaam, in zoverre zij het lichaam beweegt.”

S = Subtilitas. “is een vergeestelijkte natuur, die echter niet moet worden opgevat als een verandering van het lichaam in een geestelijke essentie of als een verfijning van de materie tot een etherisch lichaam (vgl. Lk 24.) Het archetype van het vergeestelijkt lichaam is het verrezen lichaam van Christus, dat uit het verzegelde graf tevoorschijn kwam en door gesloten deuren drong (vgl. Joh 20.) De innerlijke reden van de vergeestelijking van het lichaam ligt in de volledige heerschappij van de verheerlijkt ziel over het lichaam, voor zover zij de wezenlijke vorm van het lichaam is.”

I = Impassibilitas. “is het onvermogen om te lijden, dat wil zeggen de ontoegankelijkheid voor lichamelijke kwalen van welke aard ook, zoals smart, ziekte of dood. Het kan nader omschreven worden als de onmogelijkheid om te lijden en te sterven: En God zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geween, noch smart zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.—Apk 21:4. Ook: Zij kunnen ook niet meer sterven.—Lk 20:36. De innerlijke reden voor de onlijdelijkheid ligt in de volmaakte onderwerping van het lichaam aan de ziel.”—Ludwig Ott, Fundamentals of Catholic Dogma, blz. 491-492.

Hoewel de Officiële Openbaringen, zoals de Bijbel en het Leergezag (zoals hierboven uiteengezet bij Ott), als meer onfeilbaar wordt beschouwd dan de Particuliere Openbaring (zoals Agreda’s Mystieke Stad Gods), is het bemoedigend dat beide precies hetzelfde leren over de verrezen lichamen van de gelovigen.

De Eerbiedwaardige zuster Maria van Agreda schrijft over haar visioen van Christus’ Verrijzenis:

De uitnemendheid van deze gaven in de Verrijzenis ging ver uit boven de heerlijkheid van Zijn Gedaanteverandering of die welke bij andere gelegenheden van deze aard in deze geschiedenis werd geopenbaard. Want bij die gelegenheden ontving Hij deze tijdelijk en voor bijzondere doeleinden, terwijl Hij ze nu in volheid en voor eeuwig ontving. Door de onlijdelijkheid werd Zijn lichaam onaantastbaar voor alle geschapen macht, daar geen enkele macht Hem ooit kan bewegen of veranderen. Door de subtiliteit werd de grove en aardse stof zó gezuiverd, dat zij nu andere materie kon doordringen als een zuivere geest. Dienovereenkomstig drong Hij door de rotsen van het graf zonder ze te verwijderen of te verplaatsen, zoals Hij ook was voortgekomen uit de schoot van Zijn allerzaligste Moeder.

De beweeglijkheid bevrijdde Hem zó van het gewicht en de traagheid van de materie, dat zij de beweeglijkheid van de onstoffelijke engelen overtrof, terwijl Hij zelf zich sneller kon verplaatsen dan zij, zoals blijkt uit Zijn verschijningen aan de Apostelen en bij andere gelegenheden. De heilige wonden, die Zijn lichaam hadden misvormd, straalden nu uit Zijn handen en voeten en zijde zó schitterend en glanzend, dat zij een alleraantrekkelijkste schoonheid en bekoring toevoegden.

In al deze heerlijkheid en hemelse versiering verrees de Zaligmaker nu uit het graf; en in tegenwoordigheid van de heiligen en Patriarchen beloofde Hij de algemene verrijzenis in hun eigen vlees en lichaam aan alle mensen, en dat zij bovendien, als gevolg van Zijn eigen Verrijzenis, op gelijke wijze verheerlijkt zouden worden. Als onderpand en waarborg van de algemene verrijzenis gebood de Heer de zielen van vele daar aanwezige heiligen zich weer met hun lichamen te verenigen en op te staan tot het onsterfelijke leven. Onmiddellijk werd dit goddelijk bevel uitgevoerd, en hun lichamen verrezen, zoals vermeld wordt door de heilige Mattheüs, als voorafbeelding van dit mysterie (Mattheüs 27, 52).

Onder hen waren de heilige Anna, de heilige Jozef en de heilige Joachim, en anderen van de oude Vaders en Patriarchen, die zich onderscheiden hadden in het geloof en de hoop op de Menswording, en die er met grotere vurigheid naar verlangd en ervoor gebeden hadden tot de Heer. Als beloning voor hun ijver werd de verrijzenis en heerlijkheid van hun lichamen nu vervroegd.

De Moeder Gods beschrijft vervolgens aan de Eerbiedwaardige Maria van Agreda hoe de verrezen lichamen van de heiligen zullen zijn gelijk dat van haar Zoon:

Gij weet reeds dat de gaven van de ziel zijn: aanschouwing, begrip en genieting, terwijl gij reeds die van het lichaam hebt genoemd als zijnde: helderheid, onlijdelijkheid, subtiliteit en beweeglijkheid. Elk van deze gaven wordt overeenkomstig vermeerderd in hem die in de staat van genade het geringste verdienstelijke werk verricht, al ware het niet meer dan het verplaatsen van een strootje of het geven van een beker water uit liefde tot God (Matth. 10, 42).

Voor elk van de meest onbeduidende werken verkrijgt het schepsel een vermeerdering van deze gaven; een vermeerdering van helderheid die vele malen het zonlicht overtreft en toegevoegd wordt aan zijn staat van zaligheid; een vermeerdering van onlijdelijkheid, waardoor de mens zich verder verwijdert van de menselijke en aardse vergankelijkheid dan alle geschapen inspanningen en krachten ooit zouden kunnen bewerken in het weerstaan of zich afscheiden van zulk een zwakheid of veranderlijkheid; een vermeerdering van subtiliteit, waardoor hij voortgaat voorbij alles wat hem weerstand zou kunnen bieden en nieuwe kracht tot doordringing verkrijgt; een vermeerdering van beweeglijkheid, die alle werkzaamheid van vogels, winden en alle andere werkzame schepselen, zoals vuur en de elementen die naar hun middelpunt streven, overtreft.

Uit deze vermeerdering van de gaven van het lichaam, verdiend door goede werken, zult gij de vermeerdering van de gaven van de ziel begrijpen; want die van het lichaam vloeien voort uit die van de ziel en beantwoorden daaraan. In de zalige aanschouwing verzekert elke verdienste een grotere helderheid en inzicht in de goddelijke eigenschappen en volmaaktheden dan dat verkregen door alle leraren en verlichte leden van de Kerk.


Foto die ik maakte van de kathedraal in Zagreb, Kroatië, die momenteel wordt gerenoveerd.

Fr. David Nix

Top of Form

Bottom of Form